Technische Belegger Jaargang 25 • Nr 10 • 7 oktober 2019
Het was de tweede achtereenvolgende maand waarin in Amerika de Index die
het vertrouwen van producenten meet onder 50 kwam. En de daling van september
was niet mis. 49,1 ging naar 47,8. Het was de trigger voor een aanmerkelijke
koersdaling op de beurzen wereldwijd. Het triggerde ook een discussie onder
commentatoren of dit nu wel of niet een indicatie was voor een zwakke beurs.
Men haalt vele cijfers uit het verleden aan en misschien is het waar dat een
productie index onder 50 veel meer een indicatie is van een recessie dan van
een zwakke beurs (ook al werd het op de beurzen onmiddellijk hard gevoeld).
Voor de beurs is het inderdaad veel belangrijker, dat het gemiddelde
winstcijfer van de bedrijven al sinds eind 2018 aan het dalen is. Dat zal zich
ongetwijfeld doen gevoelen als het jaar 2019 zal zijn afgesloten want daar
lijkt het nu nog iets te vroeg voor. Het sentiment van de belegger is echter
onvoorspelbaar of misschien gezegd onbegrijpelijk. Het slechte banenrapport
vanuit Amerika deed op vrijdagmiddag de koersen stijgen, “omdat er nu wel haast
zeker een renteverlaging zal volgen”. Kun je het nog zotter eten!! Maar erkend
moet worden dat dit rapport vooral een bevestiging was van een mindere
economische gang van zaken. Het WTO deed ook nog een duit in het zakje door
Europa een forse boete op te leggen in de vorm van toestemming aan Amerika om
importtarieven te verhogen. En dat betekent een uitbreiding van de
handelsoorlog. Het impeachment proces begint Trump zwaar te vallen en iedere
dag komen er nieuwe onthullingen. Maar Trump wees ook op positieve
ontwikkelingen in de onderhandelingen met China. Dit betekent uiteraard niet
meer dan wat de uitlatingen van Trump waard zijn. De Noord Koreanen liepen weg
van de onderhandelingstafel (boontje komt om zijn loontje). Boris is bot aan
het vangen in Europa en daarmede lijkt zijn einde als premier aanstaande
tenminste als hij niet staande zal blijven, omdat de oppositie geen
gezamenlijke afspraken kan maken. De chaos wordt nog steeds groter en de wereld
staat met dit alles toch aardig in brand.
De reactie die al rond drie weken geleden was aangekondigd sleepte zich voort en aan de ingezette consolidatie leek geen einde te komen. Een trigger was nodig en die diende zich afgelopen dinsdag aan. Het verwachte gevolg was dat de beurzen fors onderuit gingen. De Dow Jones Industrial Index liet 800 punten liggen. De AEX Index verloor er 22. Inmiddels heeft zich hierop een herstel ingezet, maar vergis u niet. U mag voorlopig niets van een dergelijk herstel verwachten. De markt zit in een reactie en er zijn op de grafieken weliswaar enkele korte termijn indicatoren die herstel aanduiden, maar de middellange termijn indicatoren zijn allemaal negatief. Alleen Amerika ziet er iets sterker uit. Of de markt het daarvan moet hebben is natuurlijk toch een grote vraag, want in dat land zitten nou net de problemen. Voorlopig moet het herstel aangemerkt worden als een doodgewone reactie op een sterke daling. Het oversold verschijnsel moet worden opgeruimd. De lange termijn grafieken zijn nog steeds positief, maar daar kunt u in dit stadium niet op bouwen anders dan dat het een reden is om niet te overhaast te verkopen. Het is overigens nooit een goed idee om in een dalende beurs te verkopen. Als u reden hebt om afstand te doen van bepaalde investeringen maak dan gebruik van een opleving en investeer, als u dat niet laten kunt, in farmaceutische bedrijven, nutsbedrijven, basisbehoeften of vast goed. Niet dat er met deze aandelen niets zal gebeuren als de markt daalt maar zij bieden in het algemeen meer stabiliteit in zwakke markten.
De AEX Index op dagbasis (fig. 1)

Heel even zag het er naar uit dat een daling de AEX Index uit zijn
consolidatiepatroon zou stoten, maar een nieuw hoogtepunt werd al weer na 3
dagen van lagere koersen gezocht. Tegen de trigger die zich op dinsdag
aandiende was echter geen kruid gewassen. De markt viel en daarmede werd een
nieuwe top bevestigd, die inderdaad lager lag dan zijn voorganger. Hiermede
is in feite het Kopschouder patroon klaar. Maar een patroon moet altijd
bevestigd worden en dat gaat pas gebeuren als er een slotkoers op de borden
verschijnt, die beneden de neklijn op 526 ligt. Er is dus nog een hele weg te
gaan en ondertussen kan van alles gebeuren dat wil zeggen, dat de markt ook een
herstel kan inzetten. Zie bijvoorbeeld in figuur 1 toen, in mei van dit jaar,
|
Best presterende product van
|
na de vorming van de linker schouder en de doorbraak van het MA50, een herstel volgde tot het topje op 559,15. In feite is hetzelfde ook donderdag en vrijdag gebeurd. De koers viel door het MA50 maar de Pull-Back bracht hem terug daarboven. Het herstel wordt bevestigd (zie ook bij de linkerschouder) door het verloop van het MACD Histogram en men kan het ook zien in de CCI Index. Dit zijn de heel snelle indicatoren, maar als er werkelijk een herstel op komst is dan moeten deze aanduidingen op een veel breder front te vinden te zijn. U mag zich niet laten verleiden door alle mogelijkheden die zich kunnen of gaan aandienen. Zolang de top op 586 niet doorschreden is blijft de markt negatief en is de mogelijkheid van een doorbraak aan de onderzijde (op 526) als de meest gerede volgende belangrijke stap van de markt. Als een negatief patroon eenmaal is ingezet betekent dat altijd dat de markt in mineur is. Ieder herstel is dan tijdelijk en is alleen maar een onderbreking van de daling, zolang er geen bewijzen zijn (doorbraak door 586 in dit geval), dat de markt is gedraaid. Op de weg naar omlaag komt de koers het gebied tussen 551 en 547 tegen. Dit gebied kan worden herkend door een eerder dieptepunt en de voorgaande neklijn (van een positief Kop/Schouderpatroon). Het MA 200 (nu op 547) sluit dit gebied af. Velen gaan ervan uit dat een doorbraak van het MA200 de markt officieel in een baisse brengt. Maar voor de technische analist is de neklijn op 526 nog belangrijker, want er is dan een doel te berekenen dat in ieder geval beneden 470 ligt.
Een aantal
daggrafieken (fig. 2)

In figuur 2 hebben wij 4 indexen opgenomen en dat dan alleen maar met hun
dagelijkse slotkoersen. Het zijn, met de bovenste te beginnen, de S&P500
Index, de AEX Index, de DAX Index en de ASCX Index.
De
drie eersten zijn zeer vergelijkbaar met elkaar en tonen hetzelfde Kopschouderpatroon. Het beeld van de ASCX Index wijkt duidelijk af
en derhalve beginnen wij met de laatste. Hier is geen sprake van een Kopschouderpatroon
maar wel van een dalende trendlijn. Hij heeft in mei zijn hoogste top van dit
jaar gezet. Sindsdien is hij aan het dalen. Hij heeft zijn MA200 doorschreden. Hij
is dus in een baisse situatie. Dit is negatief, niet alleen voor de
aandelen die opgenomen zijn in deze index, maar ook voor de totale markt want
de markt voor de kleinere wordt gezien als zijnde veel volatieler en daarmede
is hij ook een voorloper van de AEX Index.
De grafiek van de S&P500, die wel een Kopschouderpatroon laat zien,
heeft zijn stijgende neklijn reeds bereikt. Hij is klaar voor een Pull-Back,
die ook al ingezet is. Er is dus voorlopig niets aan de hand, maar een koers
beneden 2.885 bevestigt het Kopschouderpatroon. Op korte termijn zou hier
een doorbraak door de neklijn moeten volgen als de markt inderdaad in een
baisse terecht gaat komen. Het MA200 ligt daar op dit moment nog een 50-tal
punten onder. Dit MA200 wordt cruciaal voor de middellange termijn. Het doel
dat te berekenen valt uit het Kopschouderpatroon, als dit bevestigd wordt, ligt
rond 2.625.
De DJIA (hier niet getoond) is zeer vergelijkbaar met het beeld van de
S&P500 met dien verstande dat hier het MA200 boven de neklijn ligt. Een
doorbraak van de neklijn laat een doel berekenen van 24.200. Als dat gaat
gebeuren is het een forse stap terug.
De AEX Index en de DAX Index zijn zeer vergelijkbaar. Zij liggen nog duidelijk verwijderd van hun dalende neklijn waar het MA200 boven ligt en dit laatste is intraday al bijna geraakt. De conclusie uit figuur 2 is duidelijk. De hoofdindexen uit drie landen zeggen allemaal hetzelfde. De markt is met een Pull Back begonnen die in principe een inleiding is tot een doorbraak van de neklijn en als dat scenario zich ontrolt dan liggen er veel lagere koersen in het verschiet. De ASCX Index uit Nederland duidt hier reeds op.
De
AEX Index op weekbasis (fig. 3)

Figuur 3, waarin u de AEX Index op weekbasis
De DJIA (hier niet getoond) is zeer vergelijkbaar met het beeld van de
S&P500 met dien verstande dat hier het MA200 boven de neklijn ligt. Een
doorbraak van de neklijn laat een doel berekenen van 24.200. Als dat gaat
gebeuren is het een forse stap terug.
De AEX Index en de DAX Index zijn zeer vergelijkbaar. Zij liggen nog
duidelijk verwijderd van hun dalende neklijn waar het MA200 boven ligt en dit
laatste is intraday al bijna geraakt. De conclusie uit figuur 2 is duidelijk.
De hoofdindexen uit drie landen zeggen allemaal hetzelfde. De markt is met een Pull Back begonnen die in principe een inleiding is
tot een doorbraak van de neklijn en als dat scenario zich ontrolt dan liggen er
veel lagere koersen in het verschiet. De ASCX Index uit Nederland duidt hier
reeds op.
aantreft, laat er geen twijfel over bestaan waar de markt op dit moment
zit. Er is een zwarte candle verschenen. Het is een Bearish Engulfing, een
notoir omkeerpatroon. De vorige top werd niet doorschreden (584,29 versus
586,32). Het MA50 fungeert nog steeds als steun. De CCI Index zowel als de
Slowed Stochastics hebben de daling ingezet (zie bij de pijltjes). Ze hebben
hun bovenste steunlijn doorschreden maar ze zijn nog niet door hun gemiddelde
gebroken. De Momentum Analyse daaronder heeft de daling ingezet. Het koerspatroon
zowel als de indicatoren zijn eenstemmig in hun boodschap. Zij wijzen er dus
duidelijk op dat de markt gedraaid is. Natuurlijk kan een goede week dit
nog doen keren, maar zelfs als dat zou gebeuren ligt alles erg hoog
en zal de daarop volgende stap opnieuw een omkeer zijn. Al het andere wat men zich nog kan bedenken
moet men met het beeld in figuur 3 voor ogen op het conto van wishful thinking
schrijven.
De BEL20 Index op
weekbasis (fig 4.)

Sinds enkele maanden heeft Vladeracken ook een aantal cliënten in België
mogen verwelkomen en daarom zal in de Technische Belegger in het vervolg ook zo
nu en dan aandacht aan de Belgische Beurs worden besteed. In de Benelux
Selector beleggen wij al jaren ook in Belgische ondernemingen, maar in technische
zin is het lang geleden dat wij aan de BEL20 Index aandacht hebben besteed.
U ziet in figuur 4 een weekgrafiek van deze hoofdindex van de Beurs van Brussel. Wij hebben ditmaal bewust gekozen voor een zeer lange termijn grafiek, een die bijna zes jaar beslaat. Want ook hier is een Kopschouderpatroon te zien, maar nu een nog veel grotere dan de patronen die wij hiervoor hebben besproken. De rechter schouder met een neklijn die nu op 3.400 uitkomt, is de steunlijn die vergelijkbaar is met de neklijnen uit de figuren 1, 2 en 3. Waar de S&P500 nog een kopschouderpatroon laat zien boven deze lijn is hier sprake van een bijna gelijkbenige driehoek. Ook dat kan als topformatie optreden. Maar hier loert een veel groter gevaar dan bij veel andere indices. Want op 3.150 ligt de uiteindelijke neklijn van het meerjarige patroon en als die gebroken wordt in neerwaartse zin, dan gaan we in de BEL20 naar een majeure bearmarkt. Het doel dat zich dan laat berekenen voor deze index is 2.100!!! Als men dat met een zes-jarige grafiek van de AEX Index vergelijkt, dan is dit beeld veel gevaarlijker. Waarom dit beeld er zo veel gevaarlijke uitziet dan bij de AEX Index, zal waarschijnlijk met de samenstelling van de index te maken hebben. Zo is Koninklijke Olie een zwaargewicht in de AEX Index, terwijl de BEL20 Index niet zo’n grote oliemaatschappij als onderdeel van de index kent. Wel zijn er meer grote financiële bedrijven zoals banken onderdeel van de BEL20 Index dan bij de AEX Index het geval is en de BEL20 Index kent ook geen Adyen als onderdeel van de index.
De rente in €-gebied
(fig 5.)

Dat de rente in de wereld is gezakt zal niemand zijn ontgaan. Dat die
rentedaling veel scherper is geweest dan menigeen (waaronder wijzelf) had
voorzien, zal ook niemand zijn ontgaan. Interessant is echter dat er weliswaar
een bodem is gezet in het rentebeeld, maar dat de grafieken nog niet wijzen op
een einde van de dalende trend, noch op het korte vlak (zie figuur 5, onderin
in rood de grafiek van het 3-maands Euribortarief), noch op het langere vlak
(de bovenste grafiek in dezelfde figuur, waar u de 10-jaars rente in Duitsland
aantreft). En daar is feitelijk ook alles mee gezegd. Niets wijst er op dat de rente op korte termijn zal gaan stijgen. En
wie rekent op een stijgende aandelenmarkt moet ook uitgaan van een stijgende
rente op dit moment!
De US$ en de € (fig. 6)

We kunnen de boodschap van een maand geleden zo ongeveer herhalen. Er is weinig gebeurd, de $ kabbelde weer iets verder omhoog, maar is ook opnieuw onderweg omlaag. Toch moet u zich niet door dit ogenschijnlijk stabiele beeld in slaap laten wiegen. Want het patroon dat zich ontwikkelt, maakt het steeds waarschijnlijker dat er zich ergens een forse verzwakking gaat voordoen van de US$. Wij beleggen momenteel zo weinig mogelijk in $’s.
De prijs van een vat
Brentolie (fig 7.)

Als het niet goed gaat in een economie, dan zal ook de vraag naar olie dalen. En dat betekent dalende prijzen. Als men dan naar figuur 7 kijkt valt het allemaal eigenlijk wel mee. De steun op US$58 heeft het nog steeds gehouden. Maar er is een nieuwe test onderweg, en men moet verwachten dat deze steun het dit keer niet gaat houden. Edoch, pas onder US$56 wordt het hier alle-hens-aan-dek!
Goud (fig. 8)

Waar moet je dan wel in beleggen? Welnu, in goud! Op korte termijn is er een reactie omlaag aan de gang, niet iets om veel zorgen over te hebben, want op de langere termijn is het goud onderweg naar US$1.700 per troy ounce. En aangezien de grafiek van goud uitgedrukt in € hetzelfde positieve beeld laat zien, is dit de plek om uw posities in uit te breiden. Natuurlijk kan de pullback die nu aan de gang is het goud terugbrengen naar de neklijn op US$1.360 per troy ounce, maar dat zal slechts een tijdelijke terugval zijn zo denken wij.
Beleggen bij
Vladeracken
Beleggen betekent, wij hebben dat al vaak op deze plaats geroepen, vooral heel veel geduld hebben. Er gebeurt per saldo als het goed is heel vaak niets in een portefeuille en zo nu en dan wel iets. Afgelopen maand is er wel her en der wat gedaan, wij hebben nog weer meer aandelen verkocht. Van winst nemen wordt niemand armer, maar als je dat doet op een niveau waar de AEX Index rond 560 – 570 staat en hij gaat daarna naar 583, dan is dat op zijn minst storend te noemen. Want de vraag doet zich dan voor, heb je het als belegger en analist wel goed gezien? Gelukkig heeft Vladeracken voor haar beleid een strak gedefinieerd set spelregels en kunnen wij daaraan onze strategie toetsen. En wat almaar overeind bleef is dat grotere indices weliswaar opnieuw de hoogste niveaus van het jaar bezochten, maar dat onderliggend het aantal aandelen dat de weg omlaag al had gevonden bleef toenemen. Dit is een markt waarin plotselinge scherpe dalingen maanden van koersstijgingen in enkele dagen ongedaan kunnen maken. En dat hebben we afgelopen week weer eens kunnen ondervinden. Maar bij onze cliënten vloeide, om in beursjargon te spreken, geen bloed. Want overal is het saldo liquiditeiten hoog. De Amsterdam en de Europa Selectorportefeuilles zijn zelfs ca 70 resp. 80% liquide. En dat betekent saaie resultaten, want waar de beurskoersen op en neer vliegen blijven de portefeuilles keurig stabiel liggen. Natuurlijk, ook wij verliezen nog steeds geld op dagen dat koersen scherp dalen, maar bij lange na niet in de mate waarin de beurzen dan dalen. Vladeracken wacht dus af. De kans dat er nog een keer flink aan de bel getrokken wordt met scherpe koersdalingen tot gevolg is levensgroot en wij blijven daarom liever aan de kant staan.
De Methode De Ost
Zoals vorige maand gemeld, hanteert Vladeracken ook het model “Jan De Ost”. De methode tracht uitstekende bedrijven te vinden (vision) tegen een aantrekkelijke, liefst lage prijs. In de maand september hebben we een begin gemaakt met de opbouw van een positie in The Trade Desk en Paycom Software. Beide namen erg veel gas terug in beurswaarde de laatste tijd. Deze bedrijven zijn actief in andere sectoren, maar delen wel dezelfde kenmerken: sterk groeiende omzetten, winsten en cash flows, zeer hoge rendementen op het geïnvesteerde kapitaal, management (stichters) dat veel aandelen bezitten en geen enkele schuld op de balans. Gezien de positie waarin de beurzen zich bevinden hebben wij niet de gehele beoogde positie aangekocht, maar slechts een eerste stapje gezet. Dit is kenmerkend voor het model, posities worden zelden in een keer opgebouwd.
Tabel 1 Resultaten vermogensbeheer Vladeracken BV *
| Risico profiel | Methode | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 |
2017
|
2018 | 2019 t/m 4/10 | Jaar doel |
| Zeer defensief | Stamrechtportefeuilles | 4,0 % | 0,4 % | 2,9 % | -/- 10,7 % | 5,7 % | -/-7,4 % | 7,2 % | 4 % |
| Matig / fondsen | Fund Selector | 6,6 % | 3,6 % | -/- 1,5 % | 1,1 % | 5,5 % | -/-5,4 % | 11,5 % | 5 % |
| Matig |
Mix aandelen / obl. |
6,5 % | -/- 0,9 % | 16,2 % | -/- 3,4 % | 10,7 % | -/-6,7 % | 10,5 % | 5 % |
| Normaal aandelen | PRIJS<Waarde | 10,8 % | -/-16,0 % | 23,2 % | 0,2 % | 12,5 % | -/-23,1 % | 11,8 % | 8 % |
| Actief aandelen |
Benelux Selector |
15,3 % | -/- 2,8 % | 27,3 % | 0,1 % | 23,7 % | 0,6 % | 15,3 % | 8 % |
|
Europa Selector |
47,7 % | -/- 4,4 % | 22,9 % | 4,2 % | 8,2 % | -/-21,0 % | 16,7 % | 8 % | |
| Hoog risico | Jan de Ost Model ** | 17,2 % | 7,6 % | 16,3 % | 10 % | ||||
| Benchmark | AEX Index | 17,2 % | 5,6 % | 4,1 % | 9,4 % | 12,7 % | -/-10,4 % | 15,7 % | |
| EuroStoxx 50 | 17,9 % | 1,2 % | 3,9 % | 0,7 % | 6,5 % | -/-14,3 % | 14,8 % |
* Het gaat hier om het netto behaalde rendement, ná alle kosten. Voor
oudere cijfers verwijzen wij u naar onze website.
** De portefeuille, die volgens de Methode van Jan de Ost wordt belegd, is
vanaf april 2016 geleidelijk opgebouwd. In dat jaar was het resultaat
uiteindelijk 26,8%. Vladeracken is eind 2018 begonnen met deze
methodiek onder haar vleugels toe te passen en publiceert met ingang van deze
editie de resultaten in bovenstaande tabel, doch nog als een zeer risicovolle
methode. In het overzicht van het best presterende model wordt dit model nog
niet meegenomen, omdat wij eerst voldoende ervaring willen opdoen.
De volgende uitgave van de Technische Belegger verschijnt
op maandag 4 november 2019.
Meer
informatie over vrijwel alle effectentransacties, welke wij in de portefeuilles
van onze cliënten hebben uitgevoerd en andere beleggingsoverwegingen, welke uit
onze dagelijkse analyses voortvloeien, treft u aan op onze website, www.vladeracken.nl.
|
Blog, Twitter,
|
Reeds besproken onderwerpen:
Algemeen
– Hoe
spreken de statistieken over 2014, 2015, 2016, 2017,
2018 en voor 2019?
– Onze
macro-economische- en rentevisie
(2013, 2015)
– De Japanse
beurs
– De aandelenbeurzen in de BRIC-landen
Aandelen
–
Vastgoed: Corio, Unibail-Rodamco (incl. handelsdagboek t/m juli 2018),
Wereldhave
– Aandelen: Aalberts, Alten, Andritz, Arcadis, Avio, BAM, Bourbon, CGG
Veritas, Colruyt, Fugro, Hannover
RE, Heineken (Holding), Hermès,
ING, Koninklijke Olie, MTU Aero
Engine, Nokian Renkaat, Novo Nordisk, Oeneo, Philips, Prosegur, Prosegur Cash,
Saipem, Samsung, SAP, SBM Offshore, Schneider Electric,
Sligro, Talanx, Unilever, Technip, Tenaris, Vallourec, Volkswagen
– Afdekken van aandelenrisico’s m.b.v. calls, puts, short sprinters en short
trackers met een hefboom
Overige
onderwerpen
– Goud, Palladium, Platina en Zilver, de Amerikaanse Dollar, de Australische
Dollar, het Britse £, de Japanse ¥en, de Noorse kroon,
de Zwitserse Franc, de BRIC Valuta en een BRIC Valuta note, de
Russische Roebel en Alpha
creëren met valutamanagement
– Volatility, handelssytemen,
derivaten, ETF’s, Fund Selector, TCO
– TA Indicatoren zoals Woodies CCI, Martingale, de Coppock Indicator en het Hindenburg Omen
Obligaties
– Eurobonds, Euro Treasuries, staatsobligaties van de “PIGS”-landen,
van Italië en van Nederland
– Bedrijfsobligatiefondsen,
rentegroeifondsen en trackers
zoals Lux-O-Rent, Carmignac Global Bond, First Trust Factor
FX Fund, ING Renta Grf, JPM Global Bond Opportunitie, Lyxor SGI Double Short Bund, ProShares Ultra Short Treasury en het Robeco Global Dynamic Duration Fund
– Credit Linked Notes,
Floored en Reversed Floaters en Inflatielinkers en de HICP Inflatie
Index en Steepeners van Aegon,
BNG, Deutsche (Post)Bank, Ned. Waterschapsbank, NIBC, Rabobank
en RBS en Hybride en variabele renteobligaties van Linde
– High yield en bedrijfsobligaties van Altice,
Bombardier, Cirsa Gaming, Clondalkin, ConvaTec
Healthcare, FCE Bank, FGA Capital, Findus Group, Gazprom,
Gazprombank, Heidelberg Zement, ING, Servus, Stork TS, Sunrise en Volkswagen.
– Memory Coupon Notes
op Aegon, Arcelor Mittal, Philips
& Royal Dutch.
– MKB Obligaties van Air Berlin, Enterprise Holdings, German Pellets, KTG Agrar,
Praktiker, Rickmers en TRFI Funding.
– Achtergestelde en/of
perpetuele obligaties en effecten van Achmea, Aegon, ASR,
Casino Guichard, Credit Agricole, Depfa, Friesland-Campina, Fürstenberg, ING, Rabobank,
SNS Reaal, SRLev, Tennet, Tier 1, 2 of 3? en Coco’s
– Range Accrual Notes van de EIB en RBS
– Obligaties in een
wereld van stijgende rentes, Lyxor Daily Double Short Bund ETF, ProShares Ultra
Short 7 – 10 en 20 years Treasuries ETF

















