De Technische Belegger • Jaargang 20 • Nr 10 • 29 september 2014
Het Schotland-effect ligt alweer achter ons. De Amsterdamse beurs sleepte er een nieuwe top uit, maar het was onmiddellijk duidelijk dat dit een Bull Trap was. En de dag erna was het plezier inderdaad reeds afgelopen. Dit Schotland-effect onderbrak een reactie en toen de invloed van dit goede nieuws verwerkt was, zette deze reactie zich gewoon door. Maar afgelopen vrijdag deed zich opnieuw een opmerkelijk feit voor. De markt herstelde zich lichtelijk (niets om over naar huis te schrijven), maar in de meeste landen begonnen de indicatoren te stijgen. Als dit werkelijk enige betekenis heeft dan is de reactie in feite een non-happening. Want sinds de top voorafgaande aan het Schotland-effect, toen er van een sterk overboughtsituatie sprake was, daalden de markten nauwelijks. Duitsland kwam er nog het slechtst af met een daling van 3%, de S&P500 hield het met 2% voor gezien, Nederland nam genoegen met een daling van 1% en de DJIA bleef op gelijk niveau liggen. In feite is er dus sprake van een consolidatie, die begin september is ingezet. De overboughtsituatie is daarmede aardig opgeheven in de korte termijn indicatoren. Maar als men iets dieper kijkt naar de grafieken dan is daarmede toch niet alles gezegd, want onderliggend is er nog wel degelijk sprake van een overtrokken markt. Het is daarom niet duidelijk wat de korte termijn gaat brengen. Het ziet ernaar uit dat de markt omhoog gaat maar als dat al zo is dan zal de opleving een zeer kort leven beschoren zijn, want de invloed van alles wat van een iets langere termijn is, zal de markt gaan drukken. Wij zijn dus niet positief gestemd ook al ziet het ernaar uit dat er wat spanning wegvloeit uit de oorlogsgebieden. De wereld is het in grote lijnen eens geworden over een gezamenlijke strijd tegen de fanatieke geloofsgroepen in het Midden-Oosten, vanuit Afrika worden successen in de vergelijkbare strijd genoemd en Oekraïne tekende zelfs een leveringscontract met Rusland inzake de gasleveringen. Er is dus wat kalmte ingetreden op het internationale front, maar deze berichten zullen de langere termijn niet erg kunnen beïnvloeden nemen wij aan, want de Technische Analyse levert niet veel positieve gegevens op. Wij hebben het niet over een onvermijdbare crash (een geleidelijke daling kan hetzelfde effect hebben), maar vastgesteld moet worden dat de markt sinds oktober 2011 geen algemene correctie (daling van de beurs met meer dan 10%) gezien heeft en dat zou zonder de creatie van overvloedige liquiditeiten eigenlijk niet mogelijk zijn geweest. In Amerika lijkt aan deze scheppingsdrift nu een einde te komen. In Japan nog niet en in Europa staan we misschien nog maar aan het begin. De toekomst is dus niet zo duidelijk. En dat is misschien een reden dat vele commentatoren stellen dat de omslag pas zal volgen als de rente daadwerkelijk gaat stijgen. Een renteniveau dat hoger ligt dan de gemiddelde opbrengst van de aandelen (dividenden) zou hiervoor nodig zijn. Maar de grafieken van de Technische Analyse wijzen overduidelijk op een correctie die er aan staat te komen of al is begonnen.
Mean Reversion
In de vorige aflevering van De Technische Belegger lieten wij u zien hoe het fenomeen van de Mean Reversion om een reactie schreeuwde. Wij laten u in figuur 1 dezelfde grafiek zien, nu bijgewerkt tot afgelopen vrijdag. Er was een begin gemaakt met de verkleining van de afstand tot aan de gemiddeldes, maar het Schotland-effect heeft dit weer geheel tenietgedaan. De afstand werd zelfs nog iets vergroot. Er bestaat geen twijfel over dat deze overtrokken situatie op korte termijn zal worden hersteld. Dit kan gebeuren doordat er een langerdurende consolidatie optreedt dan wel door een duidelijke daling van de koersen. Uiteraard zijn er geen beleggingswetten waaraan de markt zich zal houden. Het is dus wel degelijk mogelijk dat een hernieuwde stijging van de beurs de afstand opnieuw zal vergroten. Maar een dergelijke beweging zal kort duren en voor wat betreft de koersen zal dit toch geen exorbitante stijging met zich mee kunnen brengen. Want de markt zal zich niet kunnen onttrekken aan de rekenkundige wet, dat de onderliggende waarden nooit te sterk van hun eigen gemiddelde af kunnen liggen. Wij gaan er dus vanuit dat de beurzen hun reactie zullen doorzetten, zij het onmiddellijk of op zeer korte termijn. Onder het samenstel van de gemiddeldes ziet u de dagkoersen van de AEX Index. De verschillende steunniveaus zijn met cijfers aangegeven. In eerste instantie het 408-niveau, daarna volgen 398 en 392. Als het steunniveau van 388 doorschreden wordt, wordt het ritme van stijgende bodems doorbroken. Dat is dan een signaal, dat de markt in grotere problemen is gekomen. Het eerste Fibonacci steunniveau, gerekend vanuit de laatste correctie, ligt op 365.
De DAX Index op dagbasis
In figuur 2 ziet u een negatief beeld. Het is de koersontwikkeling van de DAX Index op dagbasis zoals dat op dit moment geldt. Eigenlijk is er niets goeds te vermelden. Er is een Dead Cross gezet al vier weken geleden. De koers is door zijn 50-daags gemiddelde gevallen. Het 150-daags gemiddelde biedt op dit moment steun, maar de Momentum Analyse daaronder is nog dalende en hij divergeert negatief. De Zone Indicator wijst erop dat er nog geen bodem is gezet.
De enige conclusie, die uit dit plaatje getrokken kan worden is dat de DAX verder gaat met zijn daling. Iedere andere uitleg is wishful thinking. Maar toch is hiermede het korte termijn verhaal niet af. De DAX toont de enige korte termijn grafiek van de grotere beurzen in Europa waarvan de Momentum Analyse op dagbasis nog dalende is. In alle andere markten is deze stijgende (maar ze divergeren allemaal negatief). En hierin zit dus het vraagteken opgeborgen. Zal de markt nog even omhoog gaan of zal afgelopen vrijdag een eendagsvlieg blijken te zijn. Maandag zal hier duidelijkheid over komen.
De S&P 500 Index op weekbasis
In figuur 3 ziet u het verloop van de S&P500 index op weekbasis. Deze grafiek is zeer representatief. Op het koersverloop kan men geen enkele kritiek hebben de hausse is nog steeds in volle gang. Het 10-weeks gemiddelde vormt de steun voor de laatste zwarte candle. Het venijn vindt u echter daaronder. De Momentum Analyse is dalende en divergeert negatief. Dit beeldt vindt u ook in Amsterdam, Frankfurt, Parijs, Londen en Zurich. Kortom, de middellange termijn ziet er overal negatief uit en als het hoger liggende niveau negatief is, heeft het daaronder liggende niveau zeer weinig ruimte om te stijgen. Dit maakt de kans op dalende indicatoren volgende week in de daggrafieken en dus van dalende koersen, groter.
De DJIA op maandbasis
In figuur 4 vindt u de maandkoersen van de Dow Jones Industrial Index. U ziet de twee laatste correcties, een in 2010 en een in 2011. Sindsdien is er alleen maar sprake van een prachtige opgaande beurs welke opgang nauwelijks onderbroken werd door kortstondige reacties. Deze hausse duurt dus al meer dan drie jaar. Maar hij werd sinds medio 2013 begeleidt door een dalende Momentum Analyse die tegelijkertijd negatief divergeerde. Als de duur van de hausse al exceptioneel is dan is het ook de duur van de daling en de duur van de negatieve divergentie in de indicatoren (de Momentum Analyse staat hierin niet alleen) zonder dat dit de koersstijging tegenhoudt. De redenen van de doorgaande stijging zijn genoegzaam bekend. Maar het feit van de negatieve divergentie wordt veroorzaakt doordat er minder en minder aandelen participeren in de stijging. “Bespoke Investment Group” publiceerde op 2 september in Barron’s een studie waarin werd vastgesteld dat het gemiddelde aandeel van de S&P500 dit jaar 7,8% ligt onder zijn 52-weeks top. Deze conclusie stemt overeen met de resultaten van onze eigen Above/Below Indicator, die aantoont dat het merendeel van de aandelen die wij volgen onder hun lange termijn gemiddelde ligt en dit aantal is stijgende. Een stijging die niet meer gedragen wordt door de volledige markt is verdoemd en het feit van de afnemende deelname in de hausse is het beste bewijs van een aanstaande daling. De vraag blijft openstaan wanneer deze daling zal inzetten. Vele analyses wijzen erop dat dit snel kan gebeuren (zie onder anderen onze blog van vorige week). Hieronder zijn er die wijzen op de anticiperende eigenschap van de markt, maar anderen zien liever de feiten en zij stellen dat de rente in ieder geval het gemiddelde dividendrendement moet overstijgen.
De Rente
Onze ervaring leert ons, dat aandelenkoersen, die onder het 30- of 40-weeks gemiddelde liggen zeer negatief is. Maar men moet ook vaststellen, dat de rente of de verwachtingen ten aanzien van het gedrag van de rente wel degelijk de oorzaak hiervan kan zijn. Wij rapporteren daarom regelmatig over de rente. Wij gebruiken daarvoor graag het gemiddelde effectieve rendement op 10-jarige Nederlandse Staatsleningen. In figuur 5 vindt u daarvan een weekgrafiek. In tegenstelling tot Amerika waar de rente na een doorbraak door de dalende trendlijn nu bezig is met een pullback, die hoogstwaarschijnlijk is afgerond, is de rente waarover wij rapporteren nog dalende. In Nederland wordt wel een poging gewaagd tot stijging en de Momentum Analyse divergeert positief, maar wij zijn hier nog verre van een doorbraak.
En men mag dat ook niet zo gauw verwachten. De ECB heeft nog onlangs maatregelen getroffen om de liquiditeiten te vergroten en als er, waarop in de zuidelijke landen sterk wordt aangedrongen, een begin wordt gemaakt met de opkoop van staatsobligaties (maar dan moet er wel wat gebeuren) dan is een begin van een echte stijging nog ver te zoeken. Voorlopig houden wij het erop dat er vanuit Europa geen rentesignaal gegeven zal worden dat de koersen de diepte in zal duwen.
De US$ versus de €
Het is de dollar die profiteert van het verschil tussen de renteontwikkeling hier en overzee. Hij is afgelopen week met een stand van 78,8 op een haar na tegen zijn weerstandlijn op 79,0 gebotst. Alhoewel daar nog geen tekenen van te zien zijn in figuur 6, waarin de weekkoersen zijn opgenomen, moet men ervan uitgaan dat het niet lang meer zal duren alvorens zich een reactie gaat inzetten. De markt raakt overbought. Deze reactie kan beperkt blijven en zo ziet het er op dit moment ook naar uit. Exporterend Europa zal zeer, zeer blij zijn als de reactie slechts beperkt blijft.
De prijs van een troy ounce goud
Het is in figuur 7, waarin de weekkoersen van het goud zijn opgenomen, (nog) niet te zien, maar in de dagcharts is er onmiskenbaar sprake van bodemvorming. Wij willen dit niet anders beschrijven dan met dank aan de dollar, want hoogstwaarschijnlijk is deze draai te danken aan de ontwikkeling van de dollar, die nu eenmaal gebruikt wordt als waardemaatstaf van het goud. Men mag uit deze mogelijke bodemvorming dus niet afleiden dat het goud nu in de lift gaat zitten. De dollar laat een lange termijn draai omhoog zien en dat kan men van het goud niet zeggen. Maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat het goud als vluchthaven gaat fungeren mochten de aandelenkoersen in de diepte gaan duiken.
De prijs van een vat Brentolie
De prijs van een vat Brentolie is de afgelopen week weer iets gedaald, maar het heeft er toch alle schijn van dat de steun op US$96 het zal houden, althans voorlopig. De indicatoren zijn nog dalende zoals te zien is in de Momentum Analyse in figuur 8 waarin de weekprijzen zijn opgenomen, maar in de dagchart is er al een kentering aan de gang. Er zijn geen aanwijzingen dat er hevige reacties onderweg zijn.
Presentatie(s)
De eerstvolgende presentatie van Vladeracken zal worden gehouden op:
9 oktober 2014
De presentatie wordt gehouden in Restaurant en Stadscafé ‘het Oude Stadhuis’ (Burgemeesterskamer), Hoogstraat 36 te Montfoort. De avond zal om 20.00 uur beginnen en om 22.00 uur worden beëindigd met een informele borrel. De avond is toegankelijk voor iedere belangstellende. Wij wijzen u er echter op dat wij streven naar een gezelschap van circa 15 tot 20 mensen en dat de capaciteit derhalve beperkt zal zijn. Mocht u aanwezig willen zijn, laat ons dat dan even weten per mail op vladeracken@vermogensbeheer.co. Mochten er teveel belangstellenden zijn, dan zullen wij trachten snel daarna nog een tweede presentatie te organiseren.
Beleggen bij Vladeracken
Afgelopen maand is een buitengewoon rustige maand geweest. Over de hele linie zijn de uitslagen beperkt gebleven. En omdat wij per saldo vooral aan de verkoopkant hebben gestaan lopen wij bij stijgende beurzen steeds meer achter. Maar deze achterstand wordt overal snel ingehaald als beurzen weer dalen, de situatie waar wij nog altijd vanuit gaan. Zoals ons dat wel vaker overkomt, zijn wij vroeg geweest in het voorzien van de top, maar de achterstand op de aandelenmarkten is ditmaal slechts beperkt, vooral omdat veel beurzen in feite al bijna een heel jaar lang binnen beperkte grenzen heen en weer bewegen.
Ondertussen concentreren wij onze werkzaamheden op het vinden van goede, koopwaardige obligaties, niet in de laatste plaats omdat enkele obligaties in de portefeuilles van onze cliënten op het punt staan om te worden afgelost. En als klap op de vuurpijl is er weer een bod uitgebracht op een obligatie uit onze portefeuille. Ditmaal wil ASR ons uitkopen. En ook al hebben wij dit keer de keuze om onszelf aan te melden, wat ons betreft is de prijs (132% voor de 10%-obligatie van ASR) redelijk genoeg om aan te melden. Of de obligatie zal worden verkocht is nog maar de vraag, ASR heeft het bod afhankelijk gemaakt van het succes van een vervangende nieuwe achtergestelde obligatie-emissie. Naar verwachting wordt dit bekend gemaakt bij het verschijnen van deze uitgave van De Technische Belegger.
Tabel 1 Resultaten vermogensbeheer Vladeracken BV *
| Risico profiel |
Methode |
2009 |
2010 |
2011 |
2012 | 2013 | 2014 t/m 26 sept. | Doel per jaar |
| Zeer defensief |
Stamrecht |
8,3 % |
8,2 % |
-/- 1,6 % |
7,8 % |
4,0 % |
1,7 % |
4,0 % |
| Defensief |
Obligatie |
9,8 % |
10,0 % |
3,2 % |
7,9 % |
3,2 % |
3,4 % |
4,0 % |
| Matig |
Mix aandelen |
17,8 % |
13,3 % |
-/- 7,4 % |
11,6 % |
6,5 % |
-/- 0,6 % |
6,0 % |
|
Matig / fondsen |
Fund Selector |
34,3 % |
13,1 % |
-/- 12,7 % |
-/- 1,1 % |
6,6 % |
4,9 % |
6,0 % |
| Normaal aandelen |
PRIJS<Waarde Methode |
44,8 % |
14,2 % |
-/- 38,5 % |
8,8 % |
10,8 % |
-/- 13,9 % |
8,0 % |
| Actief aandelen |
Amsterdam |
14,3 % |
16,8 % |
-/- 15,9 % |
3,5 % |
15,3 % |
1,9 % |
8,0 % |
|
Wereld |
6,0 % |
14,0 % |
-/- 10,5 % |
16,0 % |
47,7 % |
-/- 3,9 % |
8,0 % |
|
| Benchmark |
AEX Index |
36,4 % |
5,7 % |
-/- 11,9 % |
9,8 % |
17,2 % |
4,2 % |
|
|
EuroStoxx 50 |
21,0 % |
-/- 5,4 % |
-/- 17,1 % |
13,8 % |
17,9 % |
3,6 % |
* Het gaat hierom het netto behaalde rendement over de genoemde periode, ná alle kosten van de beheerder. Voor oudere cijfers verwijzen wij u naar onze website.
Meer informatie over vrijwel alle effectentransacties, welke wij in de portefeuilles van onze cliënten hebben uitgevoerd en andere beleggingsoverwegingen, welke uit onze dagelijkse analyses voortvloeien, treft u aan op onze website, www.vermogensbeheer.co, onder de kop “Publicaties” (in chronologische volgorde) of op de website van De Technische Belegger, www.vermogensbeheer.co, waar u onderaan de meest recente uitgave, het laatste artikel op onderwerp gegroepeerd aantreft met een link naar het feitelijk stuk.
Den Haag, 29 september 2014
Vladeracken Vermogensbeheer
De volgende uitgave van de Technische Belegger verschijnt op maandag 27 oktober 2014.








