Stand van de AEX Index op het moment van schrijven (3 juni 2018) 559,18
Onze conclusies:
Korte termijn:
minidip zou voorbij kunnen zijn
Middellange termijn:
positief
Lange termijn:
verdeeld
NB. Calamiteiten niet in aanmerking genomen
De kogel is door de kerk, een handelsoorlog is begonnen
De kogel is dan toch door de kerk. Trump heeft de invoerrechten op staal en aluminium verhoogd voor Canada, Europa en Mexico. Het commentaar dat daarbij werd gegeven, komt er op neer dat deze landen nu aan zet zijn om de onderhandelingen te openen. En inderdaad zijn deze landen nu aan zet, maar zij zullen ook invoerrechten gaan verhogen. Voor wat Europa betreft blijven de verhogingen beperkt want Duitsland is bevreesd voor zijn auto export. En dat lijkt niet de goede houding. De getroffen landen hebben slechts één serieuze mogelijkheid en dat is, dat zij de Republikeinse patij aan hun kant krijgen. De Republikeinen zijn niet blij met de maatregelen van Trump. Maar er zijn geen tekenen van echt verzet en daar is toch het wachten op. Alleen een aantasting van de werkgelegenheid in hun Staat kan het gezonde verstand terugbrengen. Het wachten is daarop, maar dat kan nog wel een tijdje duren. Intussen lijdt de wereldeconomie. De G7 of in dit geval liever gezegd de G6 waren het erover eens dat de tijd, die overbleef om een handelsoorlog te voorkomen, zeer beperkt was. Men had het over een aantal dagen.
Aandelenmarkten reageren contrair
Maar de markten reageerden anders. Met de kogel door de kerk verdween de onzekerheid over wat er stond te gebeuren. En dus gingen de koersen omhoog. Het is echter helemaal niet zeker of de markt vrijdag draaide dan wel dat het gewoon een dag van misplaatst optimisme was, maar het antwoord van de beurs vrijdag kan best het einde betekenen van de reactie. De daggrafieken zijn hierover zeer eensgezind. Er is vrijdag een draai gekomen, die een punt lijkt te gaan zetten achter de daling. Wij zullen dat hieronder laten zien aan de hand van de daggrafiek van de AEX Index. Waar men ook kijkt: in China, Japan of Amerika, overal ziet men hetzelfde beeld van een draaiende markt. Maar het kan nog steeds een eendagsvlieg zijn. Het is te vroeg om te stellen dat de reactie voorbij is maar de grafieken duiden op een herstel. Als het herstel er nu komt hoeft het geen grote vormen aan te nemen. Dalende indicatoren begeleiden de weekgrafieken; op 17 juni gaat het antwoord van Europa in met een beperkte verhoging van bepaalde tarieven en tot slot mag niet vergeten worden dat het zwakke seizoen is aangebroken.
De AEX Index op dagbasis
Figuur 1.
U ziet de koersen binnen de Bollinger Bands bewegen. De afstand tussen de twee banden is gering. Dit ontstond omdat de koersen heel langzaam stegen zonder grote fluctuaties. Er was, door de geringe afstand, niet veel voor nodig om de koersen weer op de onderkant te krijgen. Daar liggen zij nu met witte candles op woensdag en vrijdag. Uit het koerspatroon noch uit de candles is te concluderen dat de stijging zich door zal zetten. Maar daaronder staat de Momentum Analyse en hier is wel degelijk sprake van een draai. Zowel de Oscillator als de MACD zijn gaan stijgen. Dit is ook het geval met de Fast Stochastics, helemaal onderaan in de figuur. Hij toont een typisch koopsignaal. De indicatoren zeggen hiermede dat een verdere stijging verwacht kan worden. Maar boven de Stochastics staat de Zone Oscillator. Hij komt vanuit een hooggelegen top en heeft nog een flinke weg af te leggen om beneden te komen. Nou is deze Oscillator meer middellange termijn gericht en daarmede reageert hij niet zo snel als bijvoorbeeld de Moman, maar hij zal beneden komen, hoe lang dit ook mag duren. Daarmede duidt hij erop dat men voorzichtig moet zijn. Wij laten hier geen weekgrafiek zien, maar in de weekgrafiek is de Momentum Analyse aan het dalen. Dat betekent dat iedere stijging beperkt zal zijn en dit signaal sluit dus aan bij wat de Zone Oscillator zegt. Daarbij komt dat de Momentum Analyse, zoals hij in de figuur staat, negatief divergeert. Dit fenomeen is niet overal in de dag charts te zien. Onze analyse levert daarmede een beperkte kans op een positief beeld. Maar als er toch een herstel optreedt dan zal het gematigd zijn. Bij een stijging komt de AEX Index eerst de top tegen uit 2007 op 563,98.Deze top werd onlangs al gebroken en de daarop volgende ligt op 572,90. Een doorbraak daarvan lijkt ons nu nog niet te gaan gebeuren, daarvoor zal de beweging te zwak zijn.
De Rente
Het mooie banen rapport deed de rente In Amerika weer stijgen en hier in Amsterdam volgde het effectieve rendement op Nederlandse Staatsleningen met een gemiddelde looptijd van 10 jaar. Het lagere doel dat wij vorige week berekenden werd inderdaad bereikt en de weg naar omhoog is daarna ingeslagen. Voorlopig denken wij aan een beperkte stijging, die niet door het 0,70% niveau zal breken. Het 3-maand Euribor tarief zette de stijging door.
De US$ uitgedrukt in Euro’s
De dollar heeft geprobeerd zijn weerstand op 86,4 te breken maar daar is hij niet in geslaagd. Er is nu bezinning en krachtenverzameling nodig en het is ook nog erg onduidelijk wat de Trump-maatregelen voor invloed gaan hebben. Trump gaat ervan uit dat zijn handelsbalans positief zal worden beïnvloed, maar dat moeten we dan nog wel eerst eens zien, want het ligt niet voor de hand dat hij als winnaar uit de strijd gaat komen. Dit neemt niet weg dat het sentiment voor de dollar nog steeds positief is. Feit is dat een belangrijke weerstand is bereikt en een verdere stijging op korte termijn in technische zin niet voor de hand ligt.
De prijs van een vat Brentolie
De prijs van een vat Brentolie gaat opnieuw proberen de weerstand op US$80 te breken. Dit zal nog niet meevallen want er wordt fors negatief gedivergeerd en op de weekgrafiek zijn dalende indicatoren te zien. Al met al dus wel positief maar de duur van een eventuele stijging lijkt beperkt.
Het Goud
Even leek het veelbelovend toen de prijs van een troy ounce goud het niveau van US$1.300 doorbrak, maar de pret was van korte duur. De daling heeft zich weer ingezet. En een notering van US$1.250 lijkt zeker mogelijk.
Strategie
Afgelopen week hebben wij rustig afgewacht. Er zijn nog contanten maar wij lopen nog niet hard om ook die laatste contanten vast te leggen.
Agenda voor de komende week
De volgende zaken, die mogelijk van invloed op de beurzen kunnen zijn, staan op de agenda voor de komende week. De lijst is niet uitputtend, hieronder treft u de naar ons idee meest belangrijke agendapunten aan.
6 juni 2018 14.30 Arbeidsproductiviteitscijfers en uurlonen VS
7 juni 2018 11.00 Bruto Binnenlands Product-cijfers Eurozone
8 juni 2018 4.00 Handelsbalanscijfers China
8 juni 2018 8.00 Handelsbalanscijfers Duitsland
Op 16 juni volgt het Europese antwoord op de handelssancties van de VS. Een antwoord daarop van de Amerikanen zal niet lang op zich laten wachten en kan voor hernieuwde onrust zorgen.
NB
Rondom het begin van iedere maand zal er door ons geen beurscommentaar meer gegeven worden. Wij verwijzen u in plaats hiervan naar onze nieuwsbrief De Technische Belegger, waarin een veel uitgebreider commentaar te lezen is. U vindt deze op de site www.vladeracken.nl.
Den Haag, 4 juni 2018
Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken Vermogensbeheer
Disclaimer
De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie conform bovenstaande ideeën belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand. De besproken effecten en strategieën vertegenwoordigen een hoog risico.
https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png00https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png2018-06-04 14:19:232026-07-21 23:52:40Een mogelijk einde
(Publicatiedatum 23 februari 2018, bijgewerkt voor het laatst op 7 januari 2023)
Inleiding
Het hanteren van een strakke methodiek is in de ogen van Today’s Group een absoluut vereiste om tot een goed beleggingsresultaat te komen. Ondergetekende ontwikkelt daarom in eigen beheer keuzemethodieken, die ons in staat stellen om dergelijke consistente resultaten te leveren. Een van de succesvolle technieken, waarmee Today’s Group (mede onder de handelsnaam Vladeracken Vermogensbeheer) een actieve aandelenstrategie voert, is de Selector Methodiek. Deze kan worden toegepast op meerdere verschillende universa. Voor u ligt een omschrijving van de Vladeracken Europa Selector, waarbij de Selector Methodiek wordt toegepast op een set van aan Europese beurzen genoteerde aandelen.
De Selector Methodiek en Momentum
De Selector Methodiek is gebaseerd op het principe van Momentum in financiële markten. Financiële markten bewegen het grootste deel van de tijd in min of meer zijwaartse richting. Er is dan sprake van een situatie waarbij kopers en verkopers elkaar in evenwicht houden. Maar van tijd tot tijd ontwikkelt zich een trend waarbij een van de twee partijen de overhand heeft. Als kopers de overhand hebben stijgen prijzen en is er sprake van een bullmarkt, als verkopers de overhand hebben dan dalen de prijzen en is er sprake van een bearmarkt. Onderzoek naar dit soort bewegingen heeft uitgewezen, dat trends tot op zekere hoogte een voorspelbaar karakter hebben. Als kopers eenmaal de overhand hebben, dan trekken de stijgende koersen steeds meer kopers en stijgen koersen dus nog verder. Omgekeerd, als verkopers eenmaal de overhand hebben, dan dalen de koersen wat weer meer verkopers naar de markt trekt. Dit fenomeen wordt ook wel Momentum genoemd en is de basis voor onze Selector Methodiek.
Anekdotische onderbouwing
Een koper, die niet in een stijgende markt koopt, trekt weinig aandacht met zijn transactie. Immers, zijn aankoop leidt niet tot stijgende koersen. Kennelijk zijn anderen blij dat zij hun aandelen aan deze koper kwijt kunnen. Maar als deze koper zijn huiswerk heeft gedaan, dan koopt hij omdat hij (of zij) de prijs laag acht en verwacht dat de koers van zijn aangekochte aandeel op termijn wel zal gaan stijgen. Zolang er echter meer of voldoende verkopers zijn, zal zijn aankoop per saldo geen koersstijging tot gevolg hebben. Maar als de koper gelijk heeft, dan zullen andere kopers dezelfde conclusies trekken en dus ook als koper in de markt komen. Op een gegeven moment echter zijn alle verkopers uitverkocht. Om dan nog meer aandelen te kunnen krijgen moeten kopers de prijs, waartegen zij willen kopen, gaan verhogen. Omdat zij het aandeel goedkoop achten en doorgaans een lange termijn visie hebben zullen zij aanvankelijk ook tegen hogere koersen bereid zijn om te kopen en zal dus de prijs inderdaad opgedreven worden. Maar dit succes (immers de kopers van het eerste uur krijgen gelijk) valt al snel in de markt op en trekt daarmee nieuwe kopers aan. Dit zijn doorgaans minder goed geïnformeerde kopers, die meer opportunistisch de markt trachten te volgen en dus op de rijdende trein trachten te springen. Dit is een zichzelf versterkend proces. Hoe hoger de koers komt des te meer nieuwe kopers in de markt toetreden. Er is dan sprake van een steeds sterker wordende opgaande trend waarin handelsvolumes ook steeds meer toenemen. De koerstrend versnelt in deze fase of wel krijgt meer Momentum.
Momentum is meetbaar
Het Momentum van een beweging is meetbaar. Wij gebruiken indicatoren uit de Technische Analyses zoals de MACD en de Oscillator (samen noemen wij deze de Moman) veelvuldig in onze publicaties om het Momentum van een beweging te kunnen duiden. In de Selector Methodiek meten wij dit Momentum ook, nu voor individuele aandelen. Maar er is nog een ander fenomeen dat wij hierin koppelen en dat de Selector Methodiek tot een uiterst bruikbaar model maakt.
Concentratie in sterker wordende trends
Naarmate een (opgaande) trend langer duurt, wordt de stijging door een steeds kleiner aantal winnaars gedragen. Die winnaars krijgen relatief meer aandacht waardoor zij niet alleen versneld doorstijgen maar anderen bij gebrek aan aandacht afhaken. Het loont de moeite om regelmatig te bekijken bij welke aandelen in het universum het Momentum toeneemt ten opzichte van andere aandelen. En dat is precies wat wij binnen de Selector Methodiek doen. Elke week berekenen wij het Momentum van alle aandelen in ons universum en rangschikken wij het gehele universum van aandelen hiernaar. Dus het aandeel met het sterkste Momentum komt bovenaan te staan en het aandeel met het zwakste Momentum onderaan. Alleen al het feit dat de analist elke week geconfronteerd wordt met de beste aandelen van dat moment zorgt dat de aandacht niet vast blijft hangen bij aandelen waar beleggers “iets mee hebben”.
De samenstelling van het universum
Belangrijk is natuurlijk wel dat het universum breed wordt samengesteld. Als het universum uit één aandeel bestaat valt de keuze steeds op dat ene aandeel, ongeacht de vraag of de koers van dit aandeel stijgt of niet. Het staat immers per definitie op plaats één bij gebrek aan alternatieven. In de Europa Selector hebben wij daarom een samenstel van alle ruim verhandelbare aandelen met een notering in aan een Europese beurs, niet zijnde Amsterdam of Brussel opgenomen (daar gebruiken wij de Benelux Selector voor). Daarbij worden ook nog alle “penny”-stocks buiten beschouwing gelaten. Het universum groeit telkens wanneer nieuwe emissies plaatsvinden en krimpt wanneer aandelen van de beurs verdwijnen.
Europa was voorheen Wereld
In Europa, met name in Duitsland, zijn veel ondernemingen genoteerd die hun basis helemaal niet in Europa hebben. Veel van dit soort ondernemingen hebben wij toch opgenomen in ons universum. Daarom kreeg deze methodiek aanvankelijk de naam de Wereld Selector. Maar er wordt vrijwel alleen gehandeld in aandelen met een notering in € of in een andere Europese munteenheid (CHF, DKK, GBP, NOK, SEK etc.). Bovendien hebben de aandelen in het universum altijd een Europese beursnotering (ook als zij ook elders genoteerd zijn buiten Europa). Daarom dekt de naam Europa Selector de lading beter.
Nieuwe noteringen en liquiditeit
Zoals gezegd worden bedrijven met een nieuwe notering steevast opgenomen, maar dat gebeurt niet direct vanaf de eerste dag van notering. De ervaring leert dat het gemiddeld zes tot negen maanden duurt voordat de handelsverhoudingen op een beurs normaliseren na een IPO (Initial Public Offering). Tot die tijd wordt de markt voor een onderneming met een nieuwe notering verstoord doordat de begeleidende banken de handel gedurende enige tijd beïnvloeden met steun- aankopen of juist met extra verkopen partijen en doordat de aandelen van de nieuw genoteerde onderneming hun weg nog moeten vinden naar de eindbeleggers. In de eerste zes maanden na een notering zitten nog veel beleggers in de aandelen die een korte termijn horizon hebben. Zij doen mee aan de emissie voor de snelle eerste winst en stappen daarna snel uit. Technische patronen zoals Momentum zijn in die fase notoir onbetrouwbaar. En dus nemen wij nieuwe aandelen pas op in het universum na een periode van zes tot negen maanden. Ook worden niet alle nieuwe aandelen opgenomen in ons universum. Soms zijn wij niet eens op de hoogte van een notering, maar soms ook is de “free-float” te klein om handel in dit soort ondernemingen mogelijk te maken. Liquiditeit is überhaupt van belang, aandelen moeten direct en binnen een dag aangekocht of verkocht kunnen worden. En dat betekent dat er voldoende aandelen dagelijks verhandeld moeten worden en dus de liquiditeit groot genoeg moet zijn.
Penny stocks
Ook stellen wij de eis dat de koers van een aandeel minimaal € 1 moet bedragen. Er zijn heel veel aandelen met een koers die lager ligt dan € 1. Maar de manipulatie van de koers van dit soort op het oog “goedkope” aandelen is gemakkelijk. Bovendien gaat het vaak om aandelen van bedrijven die op sterven na dood zijn. Er zijn uitzonderingen denkbaar. Zo zijn de aandelen van Bank of Ireland lange tijd minder dan € 1 waard geweest. Maar het gaat hier toch om een zeer grote onderneming, met een grote schare analisten die het bedrijf volgen. Er is hier dus sprake van een volwassen markt waarin koersmanipulatie niet erg gemakkelijk is. In dat geval nemen wij zo’n aandeel soms toch op in het universum.
Valutarisico
Omdat er ook aandelen gekozen worden die een notering hebben in andere valuta dan de € kan er ook sprake zin van een valutarisico verbonden aan de aandelen. Wij streven er naar om zoveel mogelijk €-genoteerde aandelen op te nemen. Maar Europa is groter dan de €-zone en dus hebben wij in ons universum ook aandelen opgenomen met noteringen in bijvoorbeeld Deense Kronen, Zweedse Kronen, Zwitserse Francs maar ook Britse Ponden. De meeste Europese valuta zijn nauw met de € verbonden, daar is het feitelijke valutarisico relatief laag. Maar de Zwitserse Franc en meer nog het Britse pond (zeker nu Groot-Brittannië voor een Brexit gekozen heeft) zijn veel minder nauw met de € verbonden. Dit risico wordt voor lief genomen maar niet veronachtzaamd. Vladeracken heeft een visie op deze valuta en kiest er soms voor om een aandeel niet te kopen vanwege dit valutarisico. Maar het risico wordt niet afgedekt.
Beleggingshorizon
Momentum laat zich meten op elke tijdsbasis. U kunt dit soort berekeningen maken op tikbasis, op uurbasis, op dagbasis, op weekbasis etc. Wij hebben, na veel onderzoek, gekozen voor een wekelijkse meting. Dat betekent dat wij de wekelijkse slotkoersen gebruiken voor onze berekeningen. Dat betekent ook dat wij niet op zoek zijn naar intraday trends, maar naar trends met een beleggingshorizon van drie tot zes maanden of langer. Dit vermindert de transactiefrequentie en zorgt voor een relatief stabiele portefeuille. Rendementen worden daardoor stabieler en de methode wordt minder afhankelijk van kleine marktverstoringen, die regelmatig plaatsvinden. Het model werkt overigens wel op alle door ons onderzochte tijdsgewrichten (time frames).
Statistieken
Er zijn heel veel statistieken te berekenen op de resultaten van deze methode. Wettelijk zijn verplicht grootheden als gerealiseerd netto rendement (Netto R), Total Cost of Ownership (TCO), Risico als gemeten m.b.v. de standaarddeviatie van de resultaten (StDev), Alle hier gepubliceerde getallen zijn gebaseerd op de door ons al jaren geadministreerde modelportefeuille, de portefeuille die specifiek op basis van de Europa Selector Methodiek wordt belegd (en vóór 1 januari 2010 de Wereld Selector).
Jaar
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Netto Rendement
16,0%
47,7%
-/- 4,8%
23,0%
4,2%
8,7%
-/- 21,0%
15,4%
15,2%
5,9%
-/-1,3%
StDev
7,0%
16,9%
18,6%
7,4%
8,2%
8,6%
9,8%
8,3%
15,2%
25,4%
7,4%
TCO
2,6%
2,7%
1,9%
3,2%
1,9%
1,9%
1,7%
1,9%
1,8%
1,8%
1,7%
TCO incl perf fee
2,6%*
7,7%
1,9%
5,0%
1,9%
2,3%
1,7%
1,9%
1,8%
1,8%
1,7%
* In 2012 werd weliswaar de doelstelling van 8% verslagen, maar er stond nog een in te lopen verlies open uit de jaren ervoor. Er is in 2012 daarom geen prestatievergoeding berekend.
Voor een uitgebreide toelichting over het begrip TCO verwijzen wij u naar onze speciale toelichting hierover op onze website. Wij volstaan hier met aan te geven dat dit percentage het totale kostenpercentage is, dat onze eigen kosten voor beheer omvat (incl. BTW), alle transactiekosten, maar ook alle kosten zoals die door de fondsen zelf in rekening gebracht worden. Het getoonde resultaat is inclusief, dus na aftrek van alle kosten (de TCO). Wat hier overigens niet in is opgenomen is het verschil tussen de bied- en laatkoersen die op de beurzen soms bestaan. Vooral bij zeer illiquide beleggingen speelt dit een rol, maar in dit model wordt juist alleen naar liquide beleggingen gekozen en is dit onderdeel van de TCO verwaarloosbaar klein. Bovendien wordt met werkelijk verhandelde koersen gewerkt en zijn deze kosten voor zover zij voorkomen volledig in het Netto Rendement verwerkt.
Toezichthouders maken een onderscheid tussen een te verwachten TCO (TCO ex-ante) en een gerealiseerde TCO (TCO ex-post). De TCO in de tabel is een ex-post TCO. De ex-ante TCO schatten wij in op ongeveer 1,9% per jaar. Het feitelijk percentage zal meestal rond dit percentage uitkomen tenzij de benchmark (8% netto rendement per jaar) wordt overschreden. Want in dat geval is sprake van een extra prestatievergoeding van 15% excl. BTW van het resultaat dat boven de doelstelling van netto 8% (dus inclusief overige kosten) uitstijgt. Per % surplusrendement zal de ex-post TCO dus ongeveer 0,17% hoger uitvallen. Er is overigens wel sprake van een “high watermark”, verliezen uit het verleden moeten eerst worden ingelopen alvorens de doelstelling wordt berekend die overschreden moet worden.
Daarnaast kan de transactiefrequentie van invloed zijn op de TCO ex-ante. In 2013 en 2015 bijvoorbeeld was de transactiefrequentie relatief hoog met een beduidend hogere TCO tot gevolg. Dat komt overigens vooral voor in jaren waarin de overall performance van het systeem hoog is en juist door deze hogere frequentie geholpen wordt. Gemiddeld worden er 18 transacties per jaar gedaan (gemeten vanaf 1 januari 2005), maar dat aantal kan oplopen tot wel 52 (1 per week) en meer (maximaal 2 per week).
Grafische weergave rendement met en zonder kosten
Enige tijd geleden heeft de toezichthouder een verplichting toegevoegd aan de publicatie van rendementen. Het gaat om de grafische weergave van een netto rendementsontwikkeling, die dan moet worden vergeleken met dezelfde waardeontwkkeling van de portefeuille, maar dan zonder kosten (dus met een TCO van 0%). Dat gaat volledig voorbij aan de toegevoegde waarde van de beheerder en veronderstelt dat het rendement van een model ook zonder medewerking van een vermogensbeheerder kan worden verkregen door willekeurig welke belegger. Het gaat ook voorbij aan het feit dat dit niet alleen per definitie leidt tot een grafiek die boven het netto rendement ligt, maar hoe langer een model gehanteerd wordt des te groter dat verschil ook wordt. In onze toelichting op onze TCO-publicaties hebben wij hierover een opinie opgenomen en aangegeven dat wij deze grafiek hebben opgesteld alleen voor de Benelux Selector, juist vanwege het absurde karakter van deze juridische verplichting. Daarom ziet u hieronder toch deze grafiek met toelichting.
In de grafiek ziet u op weekbasis hoe de Europa Selector-portefeuille zich heeft ontwikkeld sinds begin 2006 tot en met ultimo 2020. De donkerblauwe lijn in het midden is het feitelijke rendement van de portefeuille, netto, dus inclusief kosten, de rode lijn is diezelfde ontwikkeling, maar dan zonder alle kosten. De exacte kostengegevens vóór 1 januari 2012 hebben wij niet op een rij gezet, de grafieken lopen derhalve pas sinds die datum uit elkaar. Beide grafieken zijn weergegeven op basis van de feitelijk uitgevoerde aan- en verkoopprijzen en de grafieken zijn geïndexeerd (1 januari 2012 = 100%). De rode lijn zal per definitie harder oplopen dan de blauwe, maar u ziet ook dat de afwijking zich vrij stabiel ontwikkelt. En dat heeft te maken met de kostenstructuur, die al jaren dezelfde is.
Ter informatie is in de onderste helft van de grafiek ook nog met een staafdiagram aangegeven hoe groot in relatieve zin de kaspositie in de portefeuille is geweest op elk moment. Daaraan is te zien dat het regelmatig voorkomt dat alle of vrijwel alle posities worden verkocht. Waarom zou u in aandelen belegd blijven als het model verwacht dat de aandelenprijzen zullen dalen?
Overigens is de grafiek nog niet bijgewerkt tot heden, daar wordt aan gewerkt, maar het programma dat hiervoor gehanteerd werd, Tradestation 2000i, kan helaas niet overweg met data na 1 januari 2020 (de millennium bug!) en een vervangend stuk software is nog niet operationeel.
Gemiddeld rendement sinds 2005 en risico
Sinds 1 januari 2005 hanteren wij deze aanpak. In al die jaren (nu 16 jaar) is het gemiddelde jaarlijkse netto rendement 5,3% per jaar (op samengestelde basis berekend) geweest. Dat het systeem niet zonder risico is, blijkt uit het feit dat sinds 2005 de maximale waardedaling van de portefeuille 23% is geweest. Dat verlies is overigens al geheel ingelopen, anders had er in 2015 en 2017 geen prestatievergoeding berekend kunnen worden. Koersdalingen van 10% tot 20% komen vaker voor.
Wat als er geen trends zijn?
Maar er komt een moment dat een van de twee partijen is uitverkocht respectievelijk uitgekocht. De blow-off is een typisch fenomeen, dat veelal bij individuele aandelen voorkomt maar recent bijvoorbeeld ook bij cryptomunten zoals de Bitcoin. In de laatste fase van een stijging gaat alle aandacht van beleggers, ook van de onkundige beleggers uit naar dat ene aandeel dat nog stijgt. De koersstijging van dit aandeel is dan extreem. Dagen met koersstijgingen van 10% op één dag komen dan voor. Maar uiteindelijk heeft iedereen, die het specifieke aandeel wilde kopen, al was het maar omdat men bang was om de rit te missen, gekocht. Dan zijn er geen kopers meer over. De eerste beste belegger die dan besluit om zijn aandeel te verkopen om winst te nemen, vindt dan geen kopers meer om de aandelen aan te verkopen. Hij treft een lege markt aan. Als hij dan een “bestens”-order opgeeft, dan zakt de koers net zolang tot zich een nieuwe koper aandient. Die daling gaat dan vaak nog sneller dan de voorafgaande koersstijging.
Dit soort keerpunten staan meestal niet op zichzelf. Andere aandelen, sectoren, markten dalen dan ook maar zijn al eerder gaan dalen. In deze fase is er vrijwel geen enkel aandeel dat nog stijgt of het moeten aandelen zijn, die als bescherming gezien worden en die het dus juist heel erg slecht gedaan hebben in de periode voorafgaande aan de daling. Deze aandelen staan onderaan de ranglijst en komen dus niet in beeld. Maar de sterkste stijgers blijven nog langere tijd bovenaan de lijst staan ook al dalen ook de koersen van deze fondsen. Dit fenomeen is typerend voor beleggen op basis van Momentum-strategieën. Hierop is maar een antwoord mogelijk: verkopen en niets terugkopen. Het betekent dat het model tijdelijk “on hold” gezet moet worden, de schakelaar moet even uit!
Zo nu en dan is een relatief groot deel van de portefeuille liquide
In zo’n fase wordt er wel verkocht, maar wordt er niet iets anders voor teruggekocht. Daarmee wordt een dekking ingebouwd tegen koersdalingen, met als gevolg dat een relatief groot deel van de portefeuille onbelegd kan raken, dat wil zeggen in contanten wordt aangehouden bij tijd en wijle. Zo liep het percentage liquiditeiten in de zomer van 2019 op tot meer dan 70% en in 2011 en 2012 zefls gedurende enige tijd 100%. Dit is een essentieel onderdeel van de strategie. Zij zorgt voor een aanmerkelijk daling van het risico van de strategie.
Tegengestelde aandelen aankopen
Een andere strategie is om juist in de topfase van een markt de zwakste fondsen aan te kopen in plaats van de sterkste in de hoop dat die worden opgepakt als veilig alternatief. Dit geldt vooral voor trackers in goud en andere (niet industrieel toegepaste) edelmetalen. In het geval van de Europa Selector hebben wij enkele goudmijnbouwmaatschappijen in het universum opgenomen. Zo was eind 2017 een positie in het in London genoteerde Randgold opgenomen.
Moment van evaluatie en aantal posities
De rangorde analyse wordt elke week uitgevoerd. Maximaal worden 8 aandelen in portefeuille aangehouden. Elke week komen twee posities in aanmerking voor verkoop en / of vervanging. Maar er kan ook besloten worden om de twee aan de beurt zijnde aandelen te laten zitten. In dat geval wordt er niet gehandeld. Op deze manier komen alle aandelen minstens eenmaal per maand voor herziening in aanmerking. In 16 jaar zijn 292 transacties uitgevoerd, ruim 18 aan- plus verkooptransacties per jaar. Gemiddeld betekent dit, dat jaarlijks ongeveer 9 à 10 aandelen gewisseld worden (gemeten vanaf 1 januari 2005 tot en met 31 december 2021).
ESG (Environment Social Governance)
In juli 2021 heeft Today’s Group BV (waar Vladeracken haar vermogensbeheeractiviteiten in heeft ondergebracht en dus ook onderhavig beleggingsmodel) haar ESG-manifest gepubliceerd. Dit manifest is een antwoord op de vragen, die onder nieuwe wet- en regelgeving (SFDR) vallen ten aanzien van de duurzaamheid van het beleggingsbeleid van Today’s Group BV. Voor alle beleggingsinstellingen gold en geldt dat zij hun beleggingsproducten moeten classificeren. Als vermogensbeheerder wensen wij ook onze modellen te toetsen aan de SFDR-regels, zonder daarbij de modellen specifiek als duurzaam te willen aanmerken. Today’s Group BV heeft een eigen ESG-beleid ontwikkeld en ook de Europa Selector zal uiterlijk eind 2022 aan deze criteria voldoen in die zin, dat dan het universum van de Today’s Group, dat getoetst is aan de eigen interne ESG-criteria, de basis zal gaan vormen voor de keuze van beleggingen binnen de Europa Selector. Naar de letter van de wet, zal het model dan nog altijd als “grijs” gelden, maar naar onze eigen intenties en maatstaven zal het model dan de “groene” criteria van Today’s volgen. Het verschil ontstaat in hoofdzaak, doordat de Europa Selector haar keuzes ook uit Europese Mid- en Smallcap aandelen maakt, die niet als “groen” onder de SFDR geclassificeerd kunnen worden, omdat er geen ESG-rating voor deze bedrijven bestaat. Wij maken in die gevallen onze eigen inschattingen, maar de letter van de wet stelt dat dan in het geval van dit model niet gesproken kan worden van een “groene” belegging.
Risico’s
Omvang van het universum
De systematiek van de Selector is gebaseerd op het principe van de Relatieve Sterkte. Lang niet alle aandelen met een notering in aan Europese beurzen worden in ons universum opgenomen. Zoals gezegd worden geen “penny stocks” opgenomen, maar ook zeer illiquide aandelen (doorgaans aandelen waarvan het grootste deel in vaste handen zit) worden niet meegenomen. Dit betekent dat geen garantie bestaat dat de aandelen gekozen worden, die onderhevig zijn aan de sterkste voorhanden zijnde trends ergens in de financiële wereld.
Kosten binnen beleggingsfondsen
Dat is in dit geval niet relevant omdat uitsluitend rechtstreeks in aandelen belegd wordt.
Transactiekosten
Transactiekosten op beurzen buiten Euronext liggen doorgaans hoger. Dat maakt dat de ex-ante TCO van de Europa Selector iets hoger ligt dan die van de Benelux Selector.
Concentratierisico
Door het beperkte aantal van 8 aandelen en door de mogelijkheid dat tot maximaal drie aandelen in één sector voor een cliënt op enig moment in portefeuille kunnen worden aangehouden, ontstaat de kans dat de spreiding van risico’s in de portefeuille slechts beperkt is. Bovendien is het mogelijk dat alle aandelen in één beleggingscategorie, zoals bijvoorbeeld alle biotechaandelen, bovenaan in de selectie staan. Hierdoor kan een eenzijdig marktrisico ontstaan. Omdat het systeem er ook naar tendeert de sterkste trends te vinden, kunnen koersreacties in de betreffende sectoren tot verhoogde volatiliteit van de portefeuille leiden. Ook kan de afhankelijkheid van de beurzen van alleen Europese beurzen niet zijnde Amsterdam en Brussel een risico zijn. Het resultaat over 2017 spreekt wat dit betreft boekdelen, de Benelux Selector liet in 2017 een rendement van 23,9% zien tegen 8,7% netto voor de Europa Selector. Aandelen als AMG en Galapagos waren verantwoordelijk voor het hoge rendement in 2017 in de Benelux Selector. In het universum van de Europa Selector waren geen vergelijkbare bedrijven voor handen.
Volatiliteit
Beleggingen die sterk stijgen kunnen ook sterk in waarde dalen.
Vertragingsrisico
De beschermingsmethodiek tegen koersdalingen binnen de Selector Methodiek zorgt ervoor dat zwak presterende aandelen worden verkocht en worden ingeruild tegen sterkere aandelen. In tijden van algemene koersdalingen op meerdere financiële markten tegelijk komt het voor dat de in koers sterkst gestegen aandelen het hardste onderuit gaan. Het duurt enige tijd voordat de portefeuille liquide wordt. Verkoop van aandelen geschiedt pas nadat de performance van de bestaande aandelen in historisch perspectief is verslechterd. En dat betekent dat nooit door uw beheerder op toppen verkocht zal worden.
Beleggers wordt derhalve aangeraden om niet met behulp van deze systematiek het gehele vermogen te beleggen maar binnen het gehele vermogen zelf een spreiding aan te brengen. Als bouwsteen in het totale vermogen kan dit een prima aanvulling op het totaal vormen.
Overige informatie
Deelname in de Europa Selector is mogelijk vanaf € 50.000 per account. Kosten voor beheer zijn 1,2% per jaar excl. BTW te berekenen in half jaarlijkse termijnen bij aanvang van de periode. Daarnaast wordt een performance fee berekend van 15% van de meerwinst boven een jaarlijks rendement van 8%. Verliezen uit voorgaande periodes dienen eerst ingelopen te worden, voor de 8% benchmark geldt geen compensatie eis met terugwerkende kracht.
De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.
Den Haag, 23 februari 2018
(bijgewerkt voor het laatst op 7 januari 2023)
Today’s Group BV / Vladeracken Vermogensbeheer
Gijsbrecht K. van Dommelen
(Publicatiedatum 3 februari 2018, data bijgewerkt op 2 januari 2020)
Inleiding
Vladeracken Vermogensbeheer is verantwoordelijk voor de keuze van beleggingen in de portefeuille van haar cliënten. Vladeracken bepaalt zelf welke transacties worden uitgevoerd en voert ze vervolgens ook zelf uit. Pas daarna wordt rekening en verantwoording afgelegd aan de cliënt. Vladeracken is er van overtuigd dat verantwoording alleen kan worden afgelegd als er aan de basis van haar beslissingen een structurele aanpak ligt. Opportunisme en de waan van de dag moet worden voorkomen. Daarom heeft Vladeracken verschillende modellen ontwikkeld om haar beleggingsbeleid van de vereiste consistentie en structuur te kunnen voorzien. In dit artikel zetten wij de systematiek uiteen die ten grondslag ligt aan onze Benelux Selector.
De Selector Methodiek en Momentum
De Selector Methodiek is gebaseerd op het principe van Momentum in financiële markten. Financiële markten bewegen het grootste deel van de tijd in min of meer zijwaartse richting. Er is dan sprake van een situatie waarbij kopers en verkopers elkaar in evenwicht houden. Maar van tijd tot tijd ontwikkelt zich een trend waarbij een van de twee partijen de overhand heeft. Als kopers de overhand hebben stijgen prijzen en is er sprake van een bullmarkt, als verkopers de overhand hebben dan dalen de prijzen en is er sprake van een bearmarkt. Onderzoek naar dit soort bewegingen heeft uitgewezen, dat trends tot op zekere hoogte een voorspelbaar karakter hebben. Als kopers eenmaal de overhand hebben, dan trekken de stijgende koersen steeds meer kopers en stijgen koersen dus nog verder. Omgekeerd, als verkopers eenmaal de overhand hebben, dan dalen de koersen wat weer meer verkopers naar de markt trekt. Dit fenomeen wordt ook wel Momentum genoemd en is de basis voor onze Selector Methodiek.
Anekdotische onderbouwing
Een koper, die niet in een stijgende markt koopt, trekt weinig aandacht met zijn transactie. Immers, zijn aankoop leidt niet tot stijgende koersen. Kennelijk zijn anderen blij dat zij hun aandelen aan deze koper kwijt kunnen. Maar als deze koper zijn huiswerk heeft gedaan, dan koopt hij omdat hij (of zij) de prijs laag acht en verwacht dat de koers van zijn aangekochte aandeel op termijn wel zal gaan stijgen. Zolang er echter meer of voldoende verkopers zijn, zal zijn aankoop per saldo geen koersstijging tot gevolg hebben. Maar als de koper gelijk heeft, dan zullen andere kopers dezelfde conclusies trekken en dus ook als koper in de markt komen. Op een gegeven moment echter zijn alle verkopers uitverkocht. Om dan nog meer aandelen te kunnen krijgen moeten kopers de prijs waartegen zij willen kopen gaan verhogen. Omdat zij het aandeel goedkoop achten en doorgaans een lange termijn visie hebben zullen zij aanvankelijk ook tegen hogere koersen bereid zijn om te kopen en zal dus de prijs inderdaad opgedreven worden. Maar dit succes (immers de kopers van het eerste uur krijgen gelijk) valt al snel in de markt op en trekt daarmee nieuwe kopers aan. Dit zijn doorgaans minder goed geïnformeerde kopers, die meer opportunistisch de markt trachten te volgen en dus op de rijdende trein trachten te springen. Dit is een zichzelf versterkend proces. Hoe hoger de koers komt des te meer nieuwe kopers in de markt toetreden. Er is dan sprake van een steeds sterker wordende opgaande trend waarin handelsvolumes ook steeds meer toenemen. De koerstrend versnelt in deze fase of wel krijgt meer Momentum.
Momentum is meetbaar
Het Momentum van een beweging is meetbaar. Wij gebruiken indicatoren uit de Technische Analyses zoals de MACD en de Oscillator (samen noemen wij deze de Moman) veelvuldig in onze publicaties om het Momentum van een beweging te kunnen duiden. In de Selector Methodiek meten wij dit Momentum ook, nu voor individuele aandelen. Maar er is nog een ander fenomeen dat wij hierin koppelen en dat de Selector Methodiek tot een uiterst bruikbaar model maakt.
Concentratie in sterker wordende trends
Naarmate een (opgaande) trend langer duurt, wordt de stijging door een steeds kleiner wordend aantal winnaars gedragen. Die winnaars krijgen relatief meer aandacht waardoor zij niet alleen versneld doorstijgen maar anderen bij gebrek aan aandacht afhaken. Het loont de moeite om regelmatig te bekijken bij welke aandelen in het universum het Momentum toeneemt ten opzichte van andere aandelen. En dat is precies wat wij binnen de Selector Methodiek doen. Elke week berekenen wij het Momentum van alle aandelen in ons universum en rangschikken wij het gehele universum van aandelen hiernaar. Dus het aandeel met het sterkste Momentum komt bovenaan te staan en het aandeel met het zwakste Momentum onderaan. Alleen al het feit dat de analist elke week geconfronteerd wordt met de beste aandelen van dat moment zorgt dat de aandacht niet vast blijft hangen bij aandelen waar beleggers “iets mee hebben”.
De samenstelling van het universum
Belangrijk is natuurlijk wel dat het universum breed wordt samengesteld. Als het universum uit één aandeel bestaat valt de keuze steeds op dat ene aandeel, ongeacht de vraag of de koers van dit aandeel stijgt of niet. Het staat immers per definitie op plaats één bij gebrek aan alternatieven. In de Benelux Selector hebben wij daarom een samenstel van alle ruim verhandelbare aandelen met een notering in Amsterdam of Brussel opgenomen. Daarbij worden ook nog alle “penny”-stocks buiten beschouwing gelaten. Het universum groeit telkens wanneer nieuwe emissies plaatsvinden en krimpt wanneer aandelen van de beurs verdwijnen.
Benelux was voorheen Amsterdam
Wij volgen deze systematiek al jaren. Maar gaandeweg bleek het aantal beschikbare keuzes in Amsterdam alleen te klein te worden. Eind 2009 hebben wij daarom de aandelen met notering aan de beurs van Brussel toegevoegd. Amsterdam Selector is daarmee in feite de Amsterdam – Brussel Selector geworden, door ons de Benelux Selector gedoopt. Op 2 maart 2010 is met de aankoop van aandelen D’Ieteren het eerste Belgische bedrijf in de portefeuille opgenomen.
Nieuwe noteringen
Zoals gezegd worden bedrijven met een nieuwe notering steevast opgenomen, maar dat gebeurt niet direct vanaf de eerste dag van notering. De ervaring leert dat het gemiddeld zes tot negen maanden duurt voordat de handelsverhoudingen op een beurs normaliseren na een IPO (Initial Public Offering). Tot die tijd wordt de markt voor een onderneming met een nieuwe notering verstoord doordat de begeleidende banken de handel gedurende enige tijd beïnvloeden met steun- aankopen of juist met extra verkopen partijen en doordat de aandelen van de nieuw genoteerde onderneming hun weg nog moeten vinden naar de eindbeleggers. In de eerste zes maanden na een notering zitten nog veel beleggers in de aandelen die een korte termijn horizon hebben. Zij doen mee aan de emissie voor de snelle eerste winst en stappen daarna snel uit. Technische patronen zoals Momentum zijn in die fase notoir onbetrouwbaar. En dus nemen wij nieuwe aandelen pas op in het universum na een periode van zes tot negen maanden.
Valutarisico
Omdat er alleen aandelen gekozen worden die een notering in Amsterdam of Brussel hebben is er doorgaans geen valutarisico verbonden aan de aandelen. De noteringen luiden vrijwel allemaal in €. Valutarisico’s bestaan dan nog wel, maar die zitten in de operationele activiteiten van de ondernemingen zelf, niet in de koerstrends van de aandelen.
Beleggingshorizon
Momentum laat zich meten op elke tijdsbasis. U kunt dit soort berekeningen maken op tikbasis, op uurbasis, op dagbasis, op weekbasis etc. Wij hebben, na veel onderzoek, gekozen voor een wekelijkse meting. Dat betekent dat wij de wekelijkse slotkoersen gebruiken voor onze berekeningen. Dat betekent ook dat wij niet op zoek zijn naar intraday trends, maar naar trends met een beleggingshorizon van drie tot zes maanden of langer. Dit vermindert de transactiefrequentie en zorgt voor een relatief stabiele portefeuille. Rendementen worden daardoor stabieler en de methode wordt minder afhankelijk van kleine marktverstoringen, die regelmatig plaatsvinden. Het model werkt overigens wel op alle door ons onderzochte tijdsgewrichten (time frames).
Statistieken
Er zijn heel veel statistieken te berekenen op de resultaten van deze methode. Wettelijk zijn verplicht grootheden als gerealiseerd netto rendement (Netto R), Total Cost of Ownership (TCO), Risico als gemeten m.b.v. de standaarddeviatie van de resultaten (StDev), Alle hier gepubliceerde getallen zijn gebaseerd op de door ons al jaren geadministreerde modelportefeuille, de portefeuille die specifiek op basis van de Benelux Selector Methodiek wordt belegd (en vóór 1 januari 2010 de Amsterdam Selector).
Jaar
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Netto Rendement
3,5%
15,3%
-/-2,8%
27,4%
0,01%
23,9%
0,6%
22,4%
StDev
8,6%
7,4%
5,7%
8,2%
5,7%
9,8%
11,8%
8,3%
TCO
1,7%
1,6%
1,5%
1,7%
1,5%
1,7%
1,6%
1,6%
TCO incl perf fee
1,7%
1,6%
1,5%
4,5%
1,5%
4,4%
1,6%
4,1%
* In 2013 werd weliswaar de doelstelling van 8% verslagen, maar er stond nog een in te lopen verlies open uit de jaren ervoor. Er is in 2013 daarom geen prestatievergoeding berekend.
Voor een uitgebreide toelichting over het begrip TCO verwijzen wij u naar onze speciale toelichting hierover op onze website. Wij volstaan hier met aan te geven dat dit percentage het totale kostenpercentage is, dat onze eigen kosten voor beheer omvat (incl. BTW), alle transactiekosten, maar ook alle kosten zoals die door de fondsen zelf in rekening gebracht worden. Het getoonde resultaat is inclusief, dus na aftrek van alle kosten (de TCO). Wat hier overigens niet in is opgenomen is het verschil tussen de bied- en laatkoersen die op de beurzen soms bestaan. Vooral bij zeer illiquide beleggingen speelt dit een rol, maar in dit model wordt juist alleen naar liquide beleggingen gekozen en is dit onderdeel van de TCO verwaarloosbaar klein. Bovendien wordt met werkelijk verhandelde koersen gewerkt en zijn deze kosten voor zover zij voorkomen volledig in het Netto Rendement verwerkt.
Toezichthouders maken een onderscheid tussen een te verwachten TCO (TCO ex-ante) en een gerealiseerde TCO (TCO ex-post). De TCO in de tabel is een ex-post TCO. De ex-ante TCO schatten wij in op ongeveer 1,6% per jaar. Het feitelijk percentage zal meestal rond dit percentage uitkomen tenzij de benchmark (8% netto rendement per jaar) wordt overschreden. Want in dat geval is sprake van een extra prestatievergoeding van 15% excl. BTW van het resultaat dat boven de doelstelling van netto 8% (dus inclusief overige kosten) uitstijgt. Per % surplusrendement zal de ex-post TCO dus ongeveer 0,17% hoger uitvallen. Er is overigens wel sprake van een “high watermark”, verliezen uit het verleden moeten eerst worden ingelopen alvorens de doelstelling wordt berekend die overschreden moet worden.
Daarnaast kan de transactiefrequentie van invloed zijn op de TCO ex-ante. Gemiddeld worden er 20 transacties per jaar gedaan (gemeten vanaf 1 januari 2005), maar dat aantal kan oplopen tot wel 52 (1 per week) en meer (maximaal 2 per week).
Grafische weergave rendement met en zonder kosten
Enige tijd geleden heeft de toezichthouder een verplichting toegevoegd aan de publicatie van rendementen. Het gaat om de grafische weergave van een netto rendementsontwikkeling, die dan moet worden vergeleken met dezelfde waardeontwkkeling van de portefeuille, maar dan zonder kosten (dus met een TCO van 0%). Dat gaat volledig voorbij aan de toegevoegde waarde van de beheerder en veronderstelt dat het rendement van een model ook zonder medewerking van een vermogensbeheerder kan worden verkregen door willekeurig welke belegger. Het gaat ook voorbij aan het feit dat dit niet alleen per definitie leidt tot een grafiek die boven het netto rendement ligt, maar hoe langer een model gehanteerd wordt des te groter dat verschil ook wordt. In onze toelichting op onze TCO-publicaties hebben wij hierover een opinie opgenomen en aangegeven dat wij deze grafiek hebben opgesteld alleen voor de Benelux Selector, juist vanwege het absurde karakter van deze juridische verplichting. Daarom ziet u hieronder toch deze grafiek met toelichting.
In de grafiek ziet u op weekbasis hoe de Benelux Selector-portefeuille zich heeft ontwikkeld sinds begin 2006. De donkerblauwe lijn in het midden is het feitelijke rendement van de portefeuille, netto, dus inclusief kosten, de rode lijn is diezelfde ontwikkeling, maar dan zonder alle kosten. Beide grafieken zijn weergegeven op basis van de feitelijk uitgevoerde aan- en verkoopprijzen en de grafieken zijn geïndexeerd (1 januari 2006 = 100%). De rode lijn zal per definitie harder oplopen dan de blauwe, maar u ziet ook dat de afwijking zich vrij stabiel ontwikkelt. En dat heeft te maken met de kostenstructuur, die al jaren dezelfde is.
Ter informatie is in de onderste helft van de grafiek ook nog met een staafdiagram aangegeven hoe groot in relatieve zin de kaspositie in de portefeuille is geweest op elk moment. Daaraan is te zien dat het regelmatig voorkomt dat alle of vrijwel alle posities worden verkocht. Waarom zou u in aandelen belegd blijven als het model verwacht dat de aandelenprijzen zullen dalen?
Gemiddeld rendement sinds 1999 en risico
Sinds eind 1993 hanteren wij deze aanpak. In al die jaren (ruim 26 jaar) is het gemiddelde jaarlijkse netto rendement 10,7% per jaar (op samengestelde basis berekend) geweest. Sinds 1 januari 2005 bedraagt het jaarlijks behaalde samengestelde rendement zelfs 13,8% netto. Dat het systeem niet zonder risico is, blijkt uit het feit dat sinds 2005 de maximale waardedaling van de portefeuille 38% is geweest. Dat verlies is overigens al geheel ingelopen, anders had er in 2015, 2017 en 2019 geen prestatievergoeding berekend kunnen worden. Koersdalingen van 10% tot 20% komen vaker voor, maar min 38% is sinds 2005 slechts eenmaal voorgekomen.
Wat als er geen trends zijn?
Maar er komt een moment dat een van de twee partijen is uitverkocht respectievelijk uitgekocht. De blow-off is een typisch fenomeen, dat veelal bij individuele aandelen voorkomt maar recent bijvoorbeeld ook bij cryptomunten zoals de Bitcoin. In de laatste fase van een stijging gaat alle aandacht van beleggers, ook van de onkundige beleggers uit naar dat ene aandeel dat nog stijgt. De koersstijging van dit aandeel is dan extreem. Dagen met koersstijgingen van 10% op één dag komen dan voor. Maar uiteindelijk heeft iedereen, die het specifieke aandeel wilde kopen, al was het maar omdat men bang was om de rit te missen, gekocht. Dan zijn er geen kopers meer over. De eerste beste belegger die dan besluit om zijn aandeel te verkopen om winst te nemen, vindt dan geen kopers meer om de aandelen aan te verkopen. Hij treft een lege markt aan. Als hij dan een “bestens”-order opgeeft, dan zakt de koers net zolang tot zich een nieuwe koper aandient. Die daling gaat dan vaak nog sneller dan de voorafgaande koersstijging.
Dit soort keerpunten staan meestal niet op zichzelf. Andere aandelen, sectoren, markten dalen dan ook maar zijn al eerder gaan dalen. In deze fase is er vrijwel geen enkel aandeel dat nog stijgt of het moeten aandelen zijn, die als bescherming gezien worden en die het dus juist heel erg slecht gedaan hebben in de periode voorafgaande aan de daling. Deze aandelen staan onderaan de ranglijst en komen dus niet in beeld. Maar de sterkste stijgers blijven nog langere tijd bovenaan de lijst staan ook al dalen ook de koersen van deze fondsen. Dit fenomeen is typerend voor beleggen op basis van Momentum-strategieën. Hierop is maar een antwoord mogelijk: verkopen en niets terugkopen. Het betekent dat het model tijdelijk “on hold” gezet moet worden, de schakelaar moet even uit!
Zo nu en dan is een relatief groot deel van de portefeuille liquide
In zo’n fase wordt er wel verkocht, maar wordt er niet iets anders voor teruggekocht. Daarmee wordt een dekking ingebouwd tegen koersdalingen, met als gevolg dat een relatief groot deel van de portefeuille onbelegd kan raken, dat wil zeggen in contanten wordt aangehouden bij tijd en wijle. Dit is een essentieel onderdeel van de strategie. Zij zorgt voor een aanmerkelijk daling van het risico van de strategie.
Tegengestelde aandelen aankopen
Een andere strategie is om juist in de topfase van een markt de zwakste fondsen aan te kopen in plaats van de sterkste in de hoop dat die worden opgepakt als veilig alternatief. Dit geldt vooral voor trackers in goud en andere (niet industrieel toegepaste) edelmetalen. Dat is dan ook onderdeel van onze Fund Selector Methodiek, maar in Amsterdam en Brussel zijn dit soort aandelen niet genoteerd en kan deze strategie dus niet worden toegepast. In juni 2017, om maar een voorbeeld te noemen, was bijna 73% van de portefeuille niet belegd en ook in de zomer van 2019 was het saldo liquiditeiten even 73,4%!
Moment van evaluatie en aantal posities
De rangorde analyse wordt elke week uitgevoerd. Maximaal worden 8 aandelen in portefeuille aangehouden. Elke week komen twee posities in aanmerking voor verkoop en / of vervanging. Maar er kan ook besloten worden om de twee aan de beurt zijnde aandelen te laten zitten. In dat geval wordt er niet gehandeld. Op deze manier komen alle aandelen minstens eenmaal per maand voor herziening in aanmerking. In 15 jaar zijn 297 transacties uitgevoerd, ongeveer 20 aan- plus verkooptransacties per jaar. Gemiddeld betekent dit, dat jaarlijks ongeveer 10 à 11 aandelen gewisseld worden (gemeten vanaf 1 januari 2005 tot en met 31 december 2019).
Risico’s
Omvang van het universum
De systematiek van de Selector is gebaseerd op het principe van de Relatieve Sterkte. Lang niet alle aandelen met een notering in Brussel en Amsterdam worden in ons universum opgenomen. Zoals gezegd worden geen “penny stocks” opgenomen, maar ook zeer illiquide aandelen (doorgaans aandelen waarvan het grootste deel in vaste handen zit) worden niet meegenomen. Dit betekent dat geen garantie bestaat dat de aandelen gekozen worden, die onderhevig zijn aan de sterkste voorhanden zijnde trends ergens in de financiële wereld.
Kosten binnen beleggingsfondsen
Dat is in dit geval niet relevant omdat uitsluitend rechtstreeks in aandelen belegd wordt.
Concentratierisico
Door het beperkte aantal van 8 aandelen en door de mogelijkheid dat tot maximaal drie aandelen in één sector voor een cliënt op enig moment in portefeuille kunnen worden aangehouden, ontstaat de kans dat de spreiding van risico’s in de portefeuille slechts beperkt is. Bovendien is het mogelijk dat alle aandelen in één beleggingscategorie, zoals bijvoorbeeld alle biotechaandelen, bovenaan in de selectie staan. Hierdoor kan een eenzijdig marktrisico ontstaan. Omdat het systeem er ook naar tendeert de sterkste trends te vinden, kunnen koersreacties in de betreffende sectoren tot verhoogde volatiliteit van de portefeuille leiden. Ook kan de afhankelijkheid van de beurzen van Amsterdam en Brussel een risico zijn. Stel dat de aandelen in Istanbul veel harder stijgen qua koers en die in Amsterdam en Brussel helemaal niet. Dan missen wij in dit model dus de trend van Istanbul.
Volatiliteit
Beleggingen die sterk stijgen kunnen ook sterk in waarde dalen.
Vertragingsrisico
De beschermingsmethodiek tegen koersdalingen binnen de Selector Methodiek zorgt ervoor dat zwak presterende aandelen worden verkocht en worden ingeruild tegen sterkere aandelen. In tijden van algemene koersdalingen op meerdere financiële markten tegelijk komt het voor dat de in koers sterkst gestegen aandelen het hardste onderuit gaan. Het duurt enige tijd voordat de portefeuille liquide wordt. Verkoop van aandelen geschiedt pas nadat de performance van de bestaande aandelen in historisch perspectief is verslechterd. En dat betekent dat nooit door uw beheerder op toppen verkocht zal worden.
Beleggers wordt derhalve aangeraden om niet met behulp van deze systematiek het gehele vermogen te beleggen maar binnen het gehele vermogen zelf een spreiding aan te brengen. Als bouwsteen in het totale vermogen kan dit een prima aanvulling op het totaal vormen.
Overige informatie
Deelname in de Benelux Selector is mogelijk vanaf € 50.000 per account. Kosten voor beheer zijn 1,2% per jaar excl. BTW te berekenen in half jaarlijkse termijnen bij aanvang van de periode. Daarnaast wordt een performance fee berekend van 15% van de meerwinst boven een jaarlijks rendement van 8%. Verliezen uit voorgaande periodes dienen eerst ingelopen te worden, voor de 8% benchmark geldt geen compensatie eis met terugwerkende kracht.
De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.
Den Haag, 2 februari 2018 (data bijgewerkt op 2 januari 2020)
Vladeracken Vermogensbeheer
Gijsbrecht K. van Dommelen
(Publicatiedatum 31 december 2017, data bijgewerkt 2 januari 2019)
Inleiding
Als vermogensbeheerder is Vladeracken verantwoordelijk voor de keuze van beleggingen in de portefeuille van haar cliënten. De vermogensbeheerder bepaalt zelf welke transacties worden uitgevoerd en voert ze vervolgens ook zelf uit. Pas daarna wordt rekening en verantwoording afgelegd aan de cliënt. Vladeracken is er van overtuigd dat verantwoording alleen kan worden afgelegd als er aan de basis van haar beslissingen een structurele aanpak ligt. Opportunisme en de waan van de dag moet worden voorkomen. Daarom heeft Vladeracken verschillende modellen ontwikkeld om haar beleggingsbeleid van de vereiste consistentie en structuur te kunnen voorzien. In dit artikel zetten wij de systematiek uiteen die ten grondslag ligt aan onze Fund Selector.
De Selector Methodiek en Momentum
De Selector Methodiek is gebaseerd op het principe van Momentum in financiële markten. Financiële markten bewegen het grootste deel van de tijd in min of meer zijwaartse richting. Er is dan sprake van een situatie waarbij kopers en verkopers elkaar in evenwicht houden. Maar van tijd tot tijd ontwikkelt zich een trend waarbij een van de twee partijen de overhand heeft. Als kopers de overhand hebben stijgen prijzen en is er sprake van een bullmarkt, als verkopers de overhand hebben dan dalen de prijzen en is er sprake van een bearmarkt. Onderzoek naar dit soort bewegingen heeft uitgewezen, dat trends tot op zekere hoogte een voorspelbaar karakter hebben. Als kopers eenmaal de overhand hebben, dan trekken de stijgende koersen steeds meer kopers en stijgen koersen dus nog verder. Omgekeerd, als verkopers eenmaal de overhand hebben, dan dalen de koersen wat weer meer verkopers naar de markt trekt. Dit fenomeen wordt ook wel Momentum genoemd en is de basis voor onze Selector Methodiek.
Anekdotische onderbouwing
Een koper, die niet in een stijgende markt koopt, trekt weinig aandacht met zijn transactie. Immers, zijn aankoop leidt niet tot stijgende koersen. Kennelijk zijn anderen blij dat zij hun aandelen aan deze koper kwijt kunnen. Maar als deze koper zijn huiswerk heeft gedaan, dan koopt hij omdat hij (of zij) de prijs laag acht en verwacht dat de koers van zijn aangekochte aandeel op termijn wel zal gaan stijgen. Zolang er echter meer of voldoende verkopers zijn, zal zijn aankoop per saldo geen koersstijging tot gevolg hebben. Maar als de koper gelijk heeft, dan zullen andere kopers dezelfde conclusies trekken en dus ook als koper in de markt komen. Op een gegeven moment echter zijn alle verkopers uitverkocht. Om dan nog meer aandelen te kunnen krijgen moeten kopers de prijs waartegen zij willen kopen gaan verhogen. Omdat zij het aandeel goedkoop achten en doorgaans een lange termijn visie hebben zullen zij aanvankelijk ook tegen hogere koersen bereid zijn om te kopen en zal dus de prijs inderdaad opgedreven worden. Maar dit succes (immers de kopers van het eerste uur krijgen gelijk) valt al snel in de markt op en trekt daarmee nieuwe kopers aan. Dit zijn doorgaans minder goed geïnformeerde kopers, die meer opportunistisch de markt trachten te volgen en dus op de rijdende trein trachten te springen. Dit is een zichzelf versterkend proces. Hoe hoger de koers komt des te meer nieuwe kopers in de markt toetreden. Er is dan sprake van een steeds sterker wordende opgaande trend waarin handelsvolumes ook steeds meer toenemen. De koerstrend versnelt in deze fase of wel krijgt meer Momentum.
Momentum is meetbaar
Het Momentum van een beweging is meetbaar. Wij gebruiken indicatoren uit de Technische Analyses zoals de MACD en de Oscillator (samen noemen wij deze de Moman) veelvuldig in onze publicaties om het Momentum van een beweging te kunnen duiden. In de Selector Methodiek meten wij dit Momentum ook, nu voor individuele aandelen. Maar er is nog een ander fenomeen dat wij hierin koppelen en dat de Selector Methodiek tot een uiterst bruikbaar model maakt.
Concentratie in sterker wordende trends
Naarmate een (opgaande) trend langer duurt, wordt de stijging door een steeds kleiner wordend aantal winnaars gedragen. Die winnaars krijgen relatief meer aandacht waardoor zij niet alleen versneld doorstijgen maar anderen bij gebrek aan aandacht afhaken. Het loont de moeite om regelmatig te bekijken bij welke aandelen in het universum het Momentum toeneemt ten opzichte van andere aandelen. En dat is precies wat wij binnen de Selector Methodiek doen. Elke week berekenen wij het Momentum van alle fondsen in ons universum en rangschikken wij het gehele universum van fondsen hiernaar. Dus het fonds met het sterkste Momentum komt bovenaan te staan en het fonds met het zwakste Momentum onderaan. Alleen al het feit dat de analist elke week geconfronteerd wordt met de beste fondsen van dat moment zorgt dat de aandacht niet vast blijft hangen bij fondsen waar beleggers “iets mee hebben”.
De samenstelling van het universum
Belangrijk is natuurlijk wel dat het universum breed wordt samengesteld. Het heeft geen enkele zin om vier beleggingsfondsen te vergelijken met elkaar die alle vier in Thaise aandelen beleggen. Natuurlijk zal een van de vier de beste zijn, dat is een nuttig gegeven, maar als de echte koerstrend plaats vindt in Semiconductorbedrijven in de VS en Europa, dan worden die met de vergelijking van vier Thaise trackers niet gevonden en mist u dus toch die trend. In de Fund Selector hebben wij daarom een samenstel van ruim 100 trackers bij elkaar gebracht. En dit universum groeit voortdurend. Wij zoeken daarbij naar trackers en goedkope beleggingsfondsen, die in specifieke sectoren, landen, grondstoffen, markten etc. beleggen. In het universum zult u dus trackers terugvinden, die in Goud beleggen naast trackers die in Braziliaanse aandelen beleggen of juist weer in machinebouwers of in banken. Hoe meer gespecialiseerd een tracker is, des te groter is de kans dat zich een krachtige trend ontwikkelt die met deze methodiek tijdig wordt opgepakt. Ter bevestiging zoeken wij bovendien liefst per type tracker twee fondsen. Op deze manier wordt gewaarborgd, dat de onderliggende trend bepalend is voor het Momentum en niet de een of andere fondsspecifieke gebeurtenis.
Valutarisico
Het heeft geen enkele zin om trackers genoteerd in $’s te vergelijken met trackers genoteerd in €, zonder een correctie voor de valutaverschillen te maken. Wij kiezen daarom bij voorkeur voor trackers genoteerd in €. Alleen als er geen €-variant bestaat willen wij een enkele keer een $-genoteerde tracker kiezen. Trackers in £ of in ¥ of andere valuta hebben wij niet in het universum zitten. Dit beperkt uiteraard onze keuze, maar zorgt ook voor een betere beheersbaarheid van het risico van deze methodiek.
Beleggingshorizon
Momentum laat zich meten op elke tijdsbasis. U kunt dit soort berekeningen maken op tikbasis, op uurbasis, op dagbasis, op weekbasis etc. Wij hebben, na veel onderzoek, gekozen voor een wekelijkse meting. Dat betekent dat wij de wekelijkse slotkoersen gebruiken voor onze berekeningen. Dat betekent ook dat wij niet op zoek zijn naar intraday trends, maar naar trends met een beleggingshorizon van drie tot zes maanden of langer. Dit vermindert de transactiefrequentie en zorgt voor een relatief stabiele portefeuille. Rendementen worden daardoor stabieler en de methode wordt minder afhankelijk van kleine marktverstoringen, die regelmatig plaatsvinden. Het model werkt op alle door ons onderzochte tijdsgewrichten (time frames).
Statistieken
Er zijn heel veel statistieken te berekenen op de resultaten van deze methode. Wettelijk zijn verplicht grootheden als gerealiseerd netto rendement (Netto R), Total Cost of Ownership (TCO), Risico als gemeten m.b.v. de standaarddeviatie van de resultaten (StDev), Alle hier gepubliceerde getallen zijn gebaseerd op de door ons al jaren geadministreerde modelportefeuille, de portefeuille die specifiek op basis van de Fund Selector Methodiek wordt belegd.
Jaar
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Netto Rendement
-/- 1,1%
-/- 2,8%
3,6%
-/-1,5%
0,7%
5,5%
-/-5,4%
13,9%
StDev
4,4%
3,0%
3,7%
2,7%
4,5%
5,9%
2,5%
5,2%
TCO
2,1%
2,2%
1,8%
2,0%
2,0%
1,9%
1,8%
1,8%
Voor een uitgebreide toelichting over het begrip TCO verwijzen wij u naar onze speciale toelichting hierover op onze website. Wij volstaan hier met aan te geven dat dit percentage het totale kostenpercentage is, dat onze eigen kosten voor beheer omvat (incl. BTW), alle transactiekosten, maar ook alle kosten zoals die door de fondsen zelf in rekening gebracht worden. Het getoonde resultaat is inclusief, dus na aftrek van alle kosten (de TCO).
Toezichthouders maken een onderscheid tussen een te verwachten TCO (TCO ex-ante) en een gerealiseerde TCO (TCO ex-post). De TCO in de tabel is een ex-post TCO. De ex-ante TCO schatten wij in op ongeveer 2% per jaar. Het feitelijk percentage zal meestal daaronder liggen tenzij de benchmark (6% netto rendement per jaar) wordt overschreden. Want in dat geval is sprake van een extra prestatievergoeding van 15% excl. BTW van het resultaat dat boven de doelstelling van netto 6% (dus inclusief overige kosten) uitstijgt. Per % surplusrendement zal de ex-post TCO dus ongeveer 0,17% hoger uitvallen. Er is overigens wel sprake van een “high watermark”, verliezen uit het verleden moeten eerst worden ingelopen alvorens de doelstelling wordt berekend die overschreden moet worden.
Hierboven is geen prestatievergoeding in de tabel opgenomen omdat hiervan in de jaren 2012 – 2018 geen sprake is geweest.
Grafische weergave rendement met en zonder kosten
Enige tijd geleden heeft de toezichthouder een verplichting toegevoegd aan de publicatie van rendementen. Het gaat om de grafische weergave van een netto rendementsontwikkeling, die dan moet worden vergeleken met dezelfde waardeontwkkeling van de portefeuille, maar dan zonder kosten (dus met een TCO van 0%). Dat gaat volledig voorbij aan de toegevoegde waarde van de beheerder en veronderstelt dat het rendement van een model ook zonder medewerking van een vermogensbeheerder kan worden verkregen door willekeurig welke belegger. Het gaat ook voorbij aan het feit dat dit niet alleen per definitie leidt tot een grafiek die boven het netto rendement ligt, maar hoe langer een model gehanteerd wordt des te groter dat verschil ook wordt. In onze toelichting op onze TCO-publicaties hebben wij hierover een opinie opgenomen en aangegeven dat wij deze grafiek hebben opgesteld alleen voor de Benelux Selector, juist vanwege het absurde karakter van deze juridische verplichting. Daarom ziet u hieronder toch deze grafiek met toelichting.
In de grafiek ziet u op weekbasis hoe de Fund Selector-portefeuille zich heeft ontwikkeld sinds begin 2006. De donkerblauwe lijn in het midden is het feitelijke rendement van de portefeuille, netto, dus inclusief kosten, de rode lijn is diezelfde ontwikkeling, maar dan zonder alle kosten. De exacte kostengegevens vóór 1 januari 2012 hebben wij niet op een rij gezet, de grafieken lopen derhalve pas sinds die datum uit elkaar. Beide grafieken zijn weergegeven op basis van de feitelijk uitgevoerde aan- en verkoopprijzen en de grafieken zijn geïndexeerd (1 januari 2012 = 100%). De rode lijn zal per definitie harder oplopen dan de blauwe, maar u ziet ook dat de afwijking zich vrij stabiel ontwikkelt. En dat heeft te maken met de kostenstructuur, die al jaren dezelfde is.
Ter informatie is in de onderste helft van de grafiek ook nog met een staafdiagram aangegeven hoe groot in relatieve zin de kaspositie in de portefeuille is geweest op elk moment. Daaraan is te zien dat het regelmatig voorkomt dat alle of vrijwel alle posities worden verkocht. Waarom zou u in aandelen belegd blijven als het model verwacht dat de aandelenprijzen zullen dalen?
Gemiddeld rendement sinds 1999 en risico
Sinds eind 1999 hanteren wij deze aanpak. In al die jaren (ruim 20 jaar) is het gemiddelde jaarlijkse netto rendement 4,5% per jaar (op samengestelde basis berekend) geweest. Dat het systeem niet zonder risico is, bewees 2008, toen de portefeuille in waarde halveerde. Dat verlies is nog niet helemaal ingelopen, maar de portefeuille staat sinds dat dieptepunt alweer ruim 50% hoger. Deze scherpe koersdaling is in 20 jaar slechts eenmaal voorgekomen, zelfs in de nadagen van de IT-hype bedroeg het verlies niet meer dan 20%. Bovendien zijn er inmiddels maatregelen getroffen om een dergelijke grote koersdaling in de toekomst te voorkomen. Het gemiddeld aantal transacties in al die jaren bedraagt 8,3 per jaar.
Wat als er geen trends zijn?
Maar er komt een moment dat een van de twee partijen is uitverkocht respectievelijk uitgekocht. De blow-off is een typisch fenomeen, dat veelal bij individuele aandelen voorkomt maar recent bijvoorbeeld ook bij cryptomunten zoals de Bitcoin. In de laatste fase van een stijging gaat alle aandacht van beleggers, ook van de onkundige beleggers uit naar dat ene aandeel dat nog stijgt. De koersstijging van dit aandeel is dan extreem. Dagen met koersstijgingen van 10% op één dag komen dan voor. Maar uiteindelijk heeft iedereen, die het specifieke aandeel wilde kopen, al was het maar omdat men bang was om de rit te missen, gekocht. Dan zijn er geen kopers meer over. De eerste beste belegger die dan besluit om zijn aandeel te verkopen om winst te nemen, vindt dan geen kopers meer om de aandelen aan te verkopen. Hij treft een lege markt aan. Als hij dan een “bestens”-order opgeeft, dan zakt de koers net zolang tot zich een nieuwe koper aandient. Die daling gaat dan vaak nog sneller dan de voorafgaande koersstijging.
Dit soort keerpunten staan meestal niet op zichzelf. Andere aandelen, sectoren, markten dalen dan ook maar zijn al eerder gaan dalen. In deze fase is er vrijwel geen enkel fonds dat nog stijgt of het moeten fondsen zijn die als bescherming gezien worden en die het dus juist heel erg slecht gedaan hebben in de periode voorafgaande aan de daling. Deze fondsen staan onderaan de ranglijst en komen dus niet in beeld. Maar de sterkste stijgers blijven nog langere tijd bovenaan de lijst staan ook al dalen ook de koersen van deze fondsen. Dit fenomeen is typerend voor beleggen op basis van Momentum-strategieën. Hierop is maar een antwoord mogelijk: verkopen en niets terugkopen. Het betekent dat het model tijdelijk “on hold” gezet moet worden, de schakelaar moet even uit!
Zo nu en dan is een relatief groot deel van de portefeuille liquide
In zo’n fase wordt er wel verkocht, maar wordt er niet iets anders voor teruggekocht. Daarmee wordt een dekking ingebouwd tegen koersdalingen, met als gevolg dat een relatief groot deel van de portefeuille onbelegd kan raken, dat wil zeggen in contanten wordt aangehouden bij tijd en wijle. Dit is een essentieel onderdeel van de strategie. Zij zorgt voor een aanmerkelijk daling van het risico van de strategie.
Tegengestelde fondsen aankopen
Een andere strategie is om juist in de topfase van een markt de zwakste fondsen aan te kopen in plaats van de sterkste in de hoop dat die worden opgepakt als veilig alternatief. Dit geldt vooral voor trackers in goud en andere (niet industrieel toegepaste) edelmetalen. Dat is dan ook onderdeel van onze Fund Selector Methodiek. Eind 2017 was 25% van de portefeuille belegd in trackers in goud en zilver, twee categorieën die op dat moment onderaan de lijst bungelden.
Moment van evaluatie en aantal posities
De rangorde analyse wordt elke week uitgevoerd. Maximaal worden 8 fondsen in portefeuille aangehouden. Elke week komen de twee posities in aanmerking voor verkoop en / of vervanging. Maar er kan ook besloten worden om de twee aan de beurt zijnde fondsen te laten zitten. In dat geval wordt er niet gehandeld. Op deze manier komen alle fondsen minstens eenmaal per maand voor herziening in aanmerking. In 20 jaar zijn 168 transacties uitgevoerd, ruim 8 aan- plus verkooptransacties per jaar. Gemiddeld betekent dit, dat slechts jaarlijks vier fondsen gewisseld worden. Alle statistieken in dit document zijn berekend over de periode 1 november 1999 tot en met 31 december 2019.
RISICO’s
Omvang van het universum
De systematiek van de Selector is gebaseerd op het principe van de Relatieve Sterkte. Lang niet alle fondsen kunnen in ons universum worden opgenomen. Dit betekent dat geen garantie bestaat dat de fondsen gekozen worden, die beleggen in de sterkste voorhanden zijnde trends ergens in de financiële wereld. Zo is geen fonds opgenomen dat in louter Afrikaanse aandelen belegt en er kan derhalve niet geprofiteerd worden van een eventuele bullmarkt in Afrikaanse aandelen. Bovendien wordt geen onderzoek gedaan naar de vraag of de vertegenwoordiger van een bepaalde sector, land of beleggingscategorie wel de beste is binnen het beschikbare palet van fondsen in de gehele wereld. Zo is bijvoorbeeld niet bekend of het Merrill Lynch World Gold Mining Fund in haar soort het best beschikbare fonds is voor goudmijnbouwbedrijven.
Kosten binnen beleggingsfondsen
Daarnaast vindt geen onderzoek plaats naar de kosten welke door beleggingsfondsen binnen het fonds zelf worden geheven. Louter de netto performance van de koers van het aandeel van een fonds is maatstafgevend en eventuele kosten worden alleen meegenomen voor zover de relatieve performance achterblijft door het drukkende effect van de “hoge” kosten. Wel wordt gekeken naar de verhandelbaarheid. Fondsen moeten hetzij een open-end structuur hebben hetzij ruim verhandelbaar zijn op een gereguleerde effectenbeurs. Uiteraard worden de feitelijke kosten wel meegenomen in de berekening van de TCO.
Concentratierisico
Door het beperkte aantal van 8 beleggingsfondsen en door de mogelijkheid dat tot maximaal drie fondsen in één sector voor een cliënt op enig moment in portefeuille kunnen worden aangehouden, ontstaat de kans dat de spreiding van risico’s in de portefeuille slechts beperkt is. Bovendien is het mogelijk dat alle fondsen in één beleggingscategorie, zoals bijvoorbeeld aandelen, bovenaan in de selectie staan. Hierdoor kan een eenzijdig marktrisico ontstaan. Omdat het systeem er ook naar tendeert de sterkste trends te vinden, kunnen koersreacties op de betreffende beurzen tot verhoogde volatiliteit van de portefeuille leiden.
Volatiliteit
Beleggingen die sterk stijgen kunnen ook sterk in waarde dalen.
Vertragingsrisico
De beschermingsmethodiek tegen koersdalingen binnen de Selector Methodiek zorgt ervoor dat zwak presterende fondsen worden verkocht en worden ingeruild tegen sterkere fondsen. In tijden van algehele koersdalingen op meerdere financiële markten tegelijk zal dit er automatisch toe leiden dat geldmarktfondsen met zeer lage risico’s worden aangekocht (of geen enkel fonds wordt aangekocht maar contanten worden aangehouden). Dit geschiedt echter pas nadat de performance van de bestaande fondsen in historisch perspectief is verslechterd. En dat betekent dat nooit door uw beheerder op toppen verkocht zal worden.
Valutarisico
Valutaverschillen dragen bij tot het verschil in performance van de fondsen, die in verschillende valuta noteren en ook wanneer zij zelf in verschillende valuta beleggen. In het laatste geval wordt het overgelaten aan de beheerder van het fonds om zich tegen het valutarisico al dan niet in te dekken. Dit zal het resultaat van het fonds beïnvloeden en dit komt dan vervolgens tot uiting in de rangschikking tijdens het selectieproces van de Selector. Maar wanneer een fonds in bijvoorbeeld $’s noteert, zal het dollargedrag ten opzichte van de € (onze thuisvaluta) niet zichtbaar zijn in de rangschikking die de Selector aanbrengt. Maar het zal wel degelijk van invloed zijn op het feitelijke beleggingsresultaat dat u als belegger in dit fonds behaalt. Als het gebruik van derivaten is toegestaan kan er wel separaat tot indekking worden overgegaan. Uw beheerder kan hiervoor een actieve politiek van afdekking voeren, maar dit valt buiten het bestek van de Fund Selector.
Beleggers wordt derhalve aangeraden om niet met behulp van deze systematiek het gehele vermogen te beleggen maar binnen het gehele vermogen zelf een spreiding aan te brengen. Als bouwsteen in het totale vermogen kan dit een prima aanvulling op het totaal vormen.
Overige informatie
Deelname in de Fund Selector is mogelijk vanaf € 50.000 per account. Kosten voor beheer zijn 1,2% per jaar excl. BTW te berekenen in half jaarlijkse termijnen bij aanvang van de periode. Daarnaast wordt een performance fee berekend van 15% van de meerwinst boven een jaarlijks rendement van 6%. Verliezen uit voorgaande periodes dienen eerst ingelopen te worden, voor de 6% benchmark geldt geen compensatie eis met terugwerkende kracht.
De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.
Den Haag, 31 december 2017 (data bijgewerkt op 2 januari 2020)
Vladeracken Vermogensbeheer
Gijsbrecht K. van Dommelen
https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png00https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png2017-12-31 17:42:342026-07-21 23:52:49Vladeracken Fund Selector
Stand van de AEX Index op het moment van schrijven (17 december 2017) 548,67
Onze conclusies:
Korte termijn:
positief
Middellange termijn:
positief
Lange termijn:
verdeeld
NB. Calamiteiten niet in aanmerking genomen
Aan de belastingplannen lijkt het niet te gaan liggen
Het wordt wat eentonig met al die nieuwe All-Time Highs maar voorlopig zullen we er mee moeten leven, want Amerika geeft nog steeds geen krimp. En het ziet er naar uit dat de belastingplannen van Trump toch zullen worden aangenomen. Er is overeenstemming bereikt over de vele wijzigingen, die aangebracht zouden moeten worden sinds de Senaat er over gestemd heeft. De dwarsliggers hebben verklaard, dat zij kunnen leven met het bereikte compromis. Deze week moet er gestemd worden en het ziet er niet naar uit dat er nog tegenstemmers zijn bij de Republikeinen. De grote spanning glijdt er daarmede uit en er doet zich nu de vraag voor het of het bereiken van de zaak ook het einde van het vermaak is. Want laat u niet verblinden door de enorme hausse, die in Amerika (en als afgeleide pikt Europa een graantje mee) vele bekende wetten van onder anderen de Technische Analyse onderuit heeft gehaald. Met slechts drie dagen van een horizontale beweging werd in de afgelopen weken de korte termijn overbought situatie al (gedeeltelijk) opgeheven, waarna de weg omhoog vervolgd werd. Als het vraagteken van de goedkeurende stemming van de belastingverlaging er niet was (wij gaan niet uit van een catastrofe in het Midden-Oosten of in Noord Korea) dan zou alles op groen staan om een kerstrally mogelijk te maken. Nu blijven wij met een lichte onzekerheid zitten over de realisering van de kerstwens van President Trump.
Technisch gezien zijn wij positief over de markt in zoverre het de middellange termijn betreft. Op de langere termijn gezien blijft de markt zeer overbought en waarschuwen er ook indicatoren (de volatiliteit bijvoorbeeld) voor een forse terugval. Daarnaast zien de korte termijn grafieken van de Amerikaanse beurzen er plotseling minder rooskleurig uit. Wij laten hieronder een daggrafiek zien van de S&P500, omdat deze vertelt waarom wij er niet zeker van zijn dat de Kerstrally zal doorzetten.
De daggrafiek van de S&P500 Index
Figuur 1.
De afstand tussen de laatste slotkoers en het slot afgelopen vrijdag van het MA200 bedroeg 8,4% (de afstand bij de DJIA is al 12,3%). Deze afstand toont een zwakte in het beeld aan. Koersen slingeren normaliter rondom hun gemiddelde. In dit geval verwijderden ze zich gedurende langere tijd continue. Al sinds eind augustus van dit jaar bleef de S&P500 boven zijn MA50 liggen. Een meer imminent vraagteken wordt opgeroepen door de Momentum Analyse onderaan in de figuur. De ontwikkeling van de Moman blijft flink achter op de ontwikkeling van het koersniveau. De Moman is nog wel stijgende en een sterke opleving kan het proleem nog steeds ondervangen, maar op dit moment moet men toch wel aan een vraagteken zetten, dat gezet moet worden bij de ontwikkeling van het koersniveau in de komende dagen. Bij het sluiten van de beurs in Amerika vrijdagavond was het bekend, dat er overeenstemming was bereikt tussen de leden van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. De markten sloten met een duidelijk hogere koers. De Moman steeg ook maar niet erg bijzonder en daarom dient de vraag opgeworpen te worden of de uitslag van de stemming uiteindelijk de ballon niet zal doen leeglopen. Europa sluit zich hier voorzichtig bij aan. Het middellange termijn beeld is daar zonder meer positief maar de daggrafieken roepen lichte vraagtekens op. In de figuur hebben wij een aantal steunniveaus ingetekend, die belangrijk kunnen zijn bij een eventuele terugval. Daartussen spelen natuurlijk nog de steun die de beide gemiddeldes zullen bieden, maar zelfs als het MA200 bereikt wordt op 2.468 dan is er nog steeds maar sprake van een reactie. Voor de AEX Index moet u denken aan 530 en 505, waarbij het MA200 al iets onder 530 bereikt gaat worden.
De Rente
Even zag het ernaar uit dat het effectieve rendement op Nederlandse Staatsleningen met een gemiddelde lopotijd van 10 jaar omhoog zou gaan, maar dat werd dan deze week weer ontzenuwd. Wel ligt er op het bereikte niveau sterke steun en niets wijst er op dat deze het niet zal houden.
De US$ in €’s uitgedrukt
Het dollarplaatje ziet er nog positief uit. De koers is op weg naar 87, maar wij zien het hierbij blijven.
De prijs van een vat Brentolie
Er is inderdaad een consolidatie opgetreden in de prijs van een vat Brentolie. En deze ontwikkeling is nog niet afgelopen. De weg omhoog zal ongetwijfeld weer ingeslagen worden maar op dit moment lijkt stagnatie de enige wekelijkheid.
Het Goud
De World Gold Index is iets gestegen in de afgelopen week, maar dat lijkt toch veroorzaakt te zijn door de iets verzwakkende dollar. Er zijn geen indicaties, dat hier iets bijzonders staat te gebeuren, tenzij natuurlijk de aandelenkoersen averij op zouden lopen.
Strategie
Voorzichtig proberen wij onze posities verder uit te bouwen. Wij kochten een tracker die de Thaise beurs volgt, evenals aandelen Pharming en aandelen Umicore. Maar of dit verstandig is weten wij nog niet, het is goed mogelijk dat wij op korte termijn al weer afscheid van deze aandelen moeten nemen, zelfs als dat enig verlies oplevert, niet omdat het zwakke fondsen zijn, maar eenvoudigweg omdat de opgaande trend wordt afgebroken (uiteraard mits dat gebeurt).
Agenda voor de komende week
De volgende zaken, die mogelijk van invloed op de beurzen kunnen zijn, staan op de agenda voor de komende week. De lijst is niet uitputtend, hieronder treft u de naar ons idee meest belangrijke agendapunten aan.
19 december 2017 9.00 IFO, zakelijk sentiment Duitsland
21 december 2017 3.00 Rentebesluit Centrale Bank van Japan
21 december 2017 14.30 Chicago FED National Activity Index
22 december 2017 14.30 consumentebestedingen, uurloon, etc. VS
Laatste twee weken van het jaar, notoir rustige weken met weinig omzet op effectenbeurzen.
NB
Rondom het begin van iedere maand zal er door ons geen beurscommentaar meer gegeven worden. Wij verwijzen u in plaats hiervan naar onze nieuwsbrief De Technische Belegger, waarin een veel uitgebreider commentaar te lezen is. U vindt deze op de site www.vladeracken.nl.
Den Haag, 18 december 2017
Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken Vermogensbeheer
Disclaimer De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie conform bovenstaande ideeën belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand. De besproken effecten en strategieën vertegenwoordigen een hoog risico.
https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/restored/2017/12/BLOG-20171218-SP500-e1513600573489.png120120https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png2017-12-18 13:49:392026-07-21 23:52:44Kans op een kerstrally
Stand van de AEX Index op het moment van schrijven (2016-02-08) 413,94
Onze conclusies:
Korte termijn:
negatief met een mogelijkheid tot draai
Middellange termijn:
positief maar een draai is mogelijk
Lange termijn:
negatief
NB. Calamiteiten niet in aanmerking genomen
Het was een slechte week met vijf zwarte candles op een rij. De week was ook teleurstellend vanuit fundamenteel oogpunt, want zowel het banenrapport uit de VS alsmede de olieprijs lieten het afweten. De reactie op het banenrapport heeft meer het karakter van koffiedik kijkerij. Want teveel groei zet de FED aan om de rente te verhogen en te weinig groei duidt op een verzwakkende economie. Beide zijn negatief voor de aandelenmarkt. De conclusie van de markt was dus, dat een lager dan verwachte banengroei fout is, hetgeen natuurlijk wel gek en niet realistisch in de oren klinkt (over een irreële beleggingsmentaliteit gesproken). Wat de olieprijs betreft lijkt de daling tijdelijk. Vrijdag was over de gehele linie voor delfstoffen een zwarte dag. Overal was er sprake van een daling, maar hier geldt dat de grond- en delfstoffenmarkten op het punt van een belangrijke doorbraak staan. Een reactie alvorens de doorbraak plaatsvindt lijkt normaal.
De effectenbeurzen liggen overal op sterke steun. Wel is de fase waarin de indexen zitten verschillend. De AEX Index bijvoorbeeld ligt op de onderzijde van zijn oplopende kanaal en tegelijkertijd op een lange termijn steunlijn. Op dat niveau vindt men ook een lange termijn Fibonacci-steun. De index is nu voor de vierde keer sinds medio 2015 op het diepe niveau van 414 gekomen. Maar nu kan het een Pull Back zijn. Gegeven de positieve weekgrafiek is het mogelijk, dat er nu dan toch halt wordt gehouden, maar dan moet het komende week wel gebeuren, want het MACD Histogram van de Momentum Analyse is al aan het dalen. Dit ziet men overal. De weekgrafieken zijn over een brede linie nog positief maar het houdt erom. Mocht de toestand zich verder negatief ontwikkelen dan wordt het zeer kritiek. De AEX Index zet zich dan op weg naar het 350-niveau.
De sentimentindicatoren in Amsterdam zijn allemaal duidelijk positief. Ook in Amerika zien wij geen verontrustende signalen. In dit alles is Duitsland de slechtste jongen van de klas. Was het nog zo dat de AEX Index (eveneens vele andere indexen) afgelopen week nog door zijn dalende trendlijn (over de toppen) naar boven uitbrak, de DAX Index haalde dit bij lange niet en bleef daarmede ver achter op de anderen. Misschien speelde hier wel de paniek op de High Yield Bondmarkt mee, welke plaatsvond in Duitsland, maar die nu lijkt weg te ebben. Wij laten u daarom de daggrafiek van de DAX Index hieronder zien.
Figuur 1.
U ziet in de figuur de dalende zwarte trendlijn. De AEX Index ging door de zijne heen afgelopen week en raakte het MA50. Maar de DAX Index bleef steken op 9.880 en bleef ver verwijderd van een doorbraak. Hij zette ook een nieuwe Low neer, hetgeen in (de meeste) andere markten niet het geval was. In Amsterdam kwamen wij weliswaar voor de vierde keer in zes maanden op het niveau van 414, maar de koers bleef duidelijk boven de voorgaande Low. De DAX ging daar doorheen al was het nog beperkt. Het mooie van de grafiek is het feit dat er sterk positief wordt gedivergeerd. De indicatoren zijn dalend maar de markt raakt oversold. Het is nog steeds mogelijk dat ook de DAX Index terugviel alleen maar omdat er een sterk weerstandniveau ligt dat hij moest breken. Hiervan getuigt bijvoorbeeld de Zone Oscillator. Hij komt van diep en heeft de onderste horizontale lijn doorschreden. Hij lijkt te aarzelen welke weg ingeslagen moet worden, maar in het algemeen geldt, dat hij pas gaat dalen als hij boven de bovenste horizontale lijn is geweest. Het feit dat hij erg diep lag versterkt dit patroon. De weg naar herstel (naar de gemiddeldes waar de DAX doorheen moet) is nog lang, maar wij zien dit herstel nog steeds mogelijk. Deze conclusie wordt ook ingegeven door de weekgrafiek waarin eveneens duidelijk positief gedivergeerd wordt maar waarin de indicatoren ook nog steeds stijgende zijn. De weg is echter nog lang. Uiteindelijk moet de voorgaande top van 10.743 doorschreden worden en dat zijn een kleine 1.500 punten gerekend vanaf het slot van afgelopen vrijdag.
Al met al is het zeer moeilijk om een duidelijke conclusie te trekken. Wij neigen naar een rally (nog steeds in een Bearmarkt), maar erg zeker zijn wij niet, want het is heel goed mogelijk dat de markt zich niets aantrekt van de analisten en een definitieve stap zet voor een verdere daling.
De Rente
Het is bijna een jaar geleden dat het effectieve rendement op 10-jaar Nederlandse Staat leningen zo laag lag, maar daar komt verandering in. Zowel in Amerika als in Europa lijkt de weg omhoog weer te zijn ingeslagen. Deze conclusie is gebaseerd op zeer prille bewegingen maar als wij het juist zien dan is er een stijgende bodem gevormd en dat is een voorwaarde voor betere tijden van de pensioenfondsen. Zogezegd is onze aanname nog pril. Hij berust enkel op de ontwikkeling in de daggrafieken. Daarenboven ondersteunen de weekgrafieken een dergelijke conclusie met een goede divergentie. Een stijgende rente is in eerste instantie niet negatief voor de aandelenbeurzen.
De US$ in €’s uitgedrukt
Over de gehele linie verloren de valuta in de afgelopen periode terrein ten opzichte van de €. De dollar bleef hierin niet achter, maar slechts voor even misschien, want het ziet er naar uit dat het einde van deze daling dichtbij is. De daggrafiek duidt op dit einde, maar de weekgrafiek zegt dat we pas aan het begin van een daling staan. Het beste wat te concluderen is komt neer op een korte stijging waarna een verdere verzwakking op zal treden. Uiteraard zal in dat geval veel afhangen van de kracht waarmede het kortstondige herstel verwezenlijkt wordt. Voorlopig zijn we dus even wat positiever over de dollar. Het doel van 92 waarover wij eerder schreven is dus voor even uit het vizier.
De prijs een vat Brentolie
De grafieken van de prijs van een vat Brentolie zien er allemaal zeer positief uit. Men mag dus verwachten dat de opmars zich door zal zetten. En dit zal (voorlopig) een aanjager voor de aandelenbeurzen zijn. Uiteraard worden de overvloedige voorraden niet weggewerkt door positieve grafieken, maar het kan niet anders dan dat de aanvoer lijdt of gaat lijden onder de lage prijs. In Amerika is nu zestig procent van de schalie-olie-putten gesloten maar de totale productie heeft tot nu toe onder deze sluitingen nog maar weinig geleden. De roep om productiebeperking wordt groter. Toch zijn de voorraden nog steeds overvloedig, dus wat nu precies de markt drijft is niet duidelijk anders dan dat de verwachting (zoals altijd) prijsopdrijvend werkt. Hoe dit ook moge zijn de technische analyse voorziet een verdere stijging, waarbij het eerste doel rond US$41 per vat Brent ligt.
Het Goud
Veertien dagen geleden schreven wij “De prijs van een troy ounce goud heeft niet werkelijk geprofiteerd van de voorbije beursval”. Dit is inmiddels veranderd. Hij is gaan stijgen en het MA10 zowel als het MA40(week) werden doorschreden. Nu ligt hij tegen de vorige top en tegelijkertijd tegen de dalende trendlijn uit eind 2014. Het is mogelijk dat er een doorbraak volgt maar de markt is ernstig oversold. Een reactie mag dus verwacht worden. Een mooi koopmoment gaat ontstaan als deze reactie is uitgewerkt en de koers opnieuw de stijgende trend heeft hervat.
Strategie
Wij hebben de posities nog niet verkleind maar dit blijft in de komende periode duidelijk binnen onze mogelijkheden
NB
Rondom het begin van iedere maand zal er door ons geen beurscommentaar meer gegeven worden. Wij verwijzen u in plaats hiervan naar onze nieuwsbrief De Technische Belegger, waarin een veel uitgebreider commentaar te lezen is. U vindt deze op de site www.vladeracken.nl.
Den Haag, 8 februari 2016
Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken Vermogensbeheer
Disclaimer De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie conform bovenstaande ideeën belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand.
https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/restored/2016/02/BLOG-20160208-FIG1-DAX-e1454926050576.png5151030https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png2016-02-08 11:15:062026-07-21 23:52:42Het gaat erom spannen
Dat de maand oktober een goede maand is om te investeren op de aandelenmarkt werd dit jaar maar weer eens bewezen. Het dieptepunt kwam eind september, de 29ste om precies te zijn, met een koers van 405,01. Daarna ging het met een vierdaagse onderbreking vanaf 9 oktober met duidelijk enthousiasme omhoog. En nu ligt de koers weer ver boven het gemiddelde en zijn er belangrijke weerstandniveaus bereikt. De wereldmarkten zijn zeer eensgezind in de signalen die zij afgeven. De dagcharts tonen overal stijging, maar negatieve divergentie dreigt in de indicatoren als deze op korte termijn gaan dalen. De weekcharts zijn overal positief en hebben nog duidelijk ruimte. De maandcharts zijn overal gedraaid behalve in Tokyo. Nou zijn wij nog in het begin van de maand, dus het is niet zeker dat deze maand positief afsluit, maar in Amerika toonden de charts vorige maand al stijgende indicatoren en dat geeft ons het vertrouwen, dat er vanuit de langere termijn ook een positieve invloed op het koersgebeuren zal uitgaan. Een en ander is niet zo verwonderlijk want de markten zitten sinds 29 september in het goede seizoen en algemeen neemt men aan dat in dit “goede seizoen” nieuwe toppen gezet worden. Het probleem nu dat boven de markt hangt is het feit dat de koersstijging te snel is gegaan en dat daardoor de afstanden tot de gemiddeldes te groot zijn geworden. Het fenomeen van de Mean Reversion wordt gevreesd. Chris Clovacco heeft deze dreiging afgelopen week geanalyseerd aan de hand van de koersontwikkeling van de S&P500 en wij zullen u hieronder laten zien of deze analyse ook geldt voor de AEX Index. De Technische Analyse gaat ervan uit dat koerspatronen, zoals men die kan herkennen, zich in de tijd herhalen. Vanuit het verleden kan men daarom patronen uitleggen en conclusies trekken. Deze conclusies hoeven niet altijd op te gaan. Per slot van rekening biedt het verleden geen garantie, maar de kansen zijn groter, dat de analist gelijk krijgt als hij aan het vervolg van herkende patronen een koersgedrag toekent, dat in het verleden werd geconstateerd. Wij zullen het huidige patroon dat de AEX Index heeft neergezet hieronder bekijken en daaruit onze conclusies trekken.
De AEX Index op dagbasis
Het recente gedrag van de AEX Index vertoont de volgende kenmerken. Er was sprake van een snelle, diepe daling waaraan een einde kwam door een dubbele bodem patroon. De uitbraak uit dit patroon ging opnieuw zeer snel en reeds nu, 25 dagen later, is de afstand tot het MA50 al 8%! Het MA50 is overigens al wel gaan stijgen. U kunt deze gegevens zien in figuur 1. De vraag die Clovacco gesteld werd (door een belegger) was of deze afstand, die zonder enige twijfel te groot is en dus hersteld moet worden, aanleiding vormt om nu uit de markt te stappen. Clovacco vond in de afgelopen 20 jaar 2 gevallen die volledig vergelijkbaar waren met het huidige gedrag van de S&P500. De eerste is uit 1998 en de tweede uit 2009. Gegeven de beperkte ruimte laten wij in figuur 2 alleen maar de dubbele bodem van 1998 zien maar die van 2009 is voor wat de AEX Index betreft volledig vergelijkbaar.
In augustus van dit jaar startte de AEX Index met een val van 103 punten (504 naar 401) in 13 handelsdagen. Een herstel volgde maar 26 dagen later volgde een tweede bodem, die iets hoger lag. (de bodems zijn in figuur 1 aangegeven met 1 en 2). Met een forse gap werd het herstel ingezet en nu, 28 dagen later, ligt de koers op 469. Hij ligt nu tegen het MA150 aan en zoals wij later zullen zien wordt het hier moeilijker. De vraag was: wat nu, gaat het nu weer omlaag?
Om hierop een antwoord te kunnen geven, laten wij u in figuur 2 de AEX Index zien maar dan in de periode van 23 juni 1998 tot aan 6 juli 1999 toen de markt in problemen kwam. De markt viel uit een top op 600 op 7 augustus 1998 in 41 dagen tijd naar een dieptepunt op 21 september van 401.
Een zeer kort herstel volgde waarna de koersen verder wegzakten tot 366 op 8 oktober. 31 dagen later lag de koers tegen het MA50 (bij pijltje). Dit MA was toen stijgende en de koers lag er 61 punten ofwel circa 15% boven. Het beeld is dus aan alle kanten hetzelfde als in 2015 met dien verstande, dat de gehele beweging in 1998 sterker was. De twee bodems verschilden in 1998 nogal van niveau. Bij de S&P500 was dat niet het geval maar aan het patroon doet dit niets af.
In 1998 brak de koers al snel door zijn MA50 om daarna een forse reactie tot aan dit MA50 te laten zien. Na nog een mooiere uitschieter naar boven werd het MA50 netjes gevolgd, met hier en daar een doorschrijding naar beneden, maar waar verder geen bloed uitvloeide. Pas in juli 1999 werd deze “veilige” lijn verlaten en op 27 juli volgde dan de doorbraak van het MA150, hetgeen het sein was voor beleggers om de portefeuille te verkleinen of af te dekken, want volgens de theorie (dus volgens het verleden) was de markt toen in een baisse beland. De conclusie van Clovacca was dat we met een gerust hart de gang van zaken af kunnen wachten en dat we pas problemen hoeven te verwachten op het einde van het “goede seizoen”. Maar wij willen eerst de korte en de lange termijn grafieken zien van de AEX alvorens ons daar bij aan te sluiten.
De AEX Index op dagbasis 2
In figuur 3 vindt u een uittreksel van ons handelssysteem op de AEX Index. De koers ligt al enige tijd bovenaan in het Keltner Kanaal. Hij ligt boven zowel het MA10 als ook het MA20 en het MA40. Een zeer gezonde situatie dus. Maar daaronder is het anders. De Momentum Analyse is dalende. De Oscillator geeft weliswaar een lichte stijging te zien, maar om het beeld te veranderen (en dat was dalende) moeten ze allebei stijgen. Beiden laten een overduidelijke negatieve divergentie zien en zolang deze niet opgeheven wordt moet de korte termijn met grote voorzichtigheid bekeken worden. Daaronder staat de Zone Oscillator. Deze heeft de bovenkant van zijn kanaal bereikt en is gaan dalen. Beide indicatoren stellen dus dat de markt omlaag gaat of tenminste voorlopig horizontaal zal bewegen. Dit hoeft niet negatief te zijn voor de conclusie uit de analyse gebaseerd op 1998, maar verleidt ons niet om snel in de markt te stappen.
De AEX Index op weekbasis
Reeds eerder lieten wij u het stijgend kanaal zien, waarin de AEX Index zich bevond en dat sinds 2011 een scherpere hellingshoek heeft. Het nieuwe kanaal dat toen tekenbaar was hadden wij evenals nu in rood getekend. De onderkant van dit rode kanaal vormde het keerpunt van het dubbele bodem patroon (zie nummer 1 en 2). De koers is nu aangekomen bij het M30 en het MA40, maar tegelijkertijd werd bijna de bovenkant van het oude kanaal bereikt. Dit alles betekent dat hier forse weerstand ligt en als deze niet snel genomen kan worden krijgen wij toch met een probleem te maken. Maar de Momentum Analyse is nog mooi aan het stijgen en dit kan er toe bijdragen dat de horde, die nu op de weg ligt toch snel genomen kan worden. In het mindere maar nog steeds acceptabele geval zou de markt gedurende een korte tijd zich horizontaal kunnen bewegen. De echte vraag die ons nu bezig moet houden is daarom of de grens van 480 door de AEX gebroken gaat worden. Gelukkig is er steun te vinden in de maandgrafiek.
De AEX op maandbasis
In figuur 5 vindt u dan de AEX Index op maandbasis. Wij hebben het oude kanaal ingetekend zonder de versnelling. De koers ligt tegen de bovenkant aan. En in de Momentum Analyse is geen enkel negatief gegeven te vinden. Dat betekent dat het maandpatroon, ook al is de conclusie een beetje primair, omdat de maand en daarmede de stijging van de beide indicatoren pas 9 dagen geleden is ingezet, duidt op een verdere stijging van de AEX Index. Een doorbraak door het 480-niveau zet de index op de weg naar de vorige top op 510. Onderweg zal er natuurlijk nog wel een veertje gelaten moeten worden, want er liggen nog meerdere, zij het kleinere obstakels op de weg. Onze conclusie is dat wij op korte termijn wel degelijk een hapering in de stijging kunnen zien optreden, maar dat zal het bereiken van het 480-niveau niet in de weg staan. Tegelijkertijd gaan wij ervan uit dat later dit jaar ook de vorige top op 510 gebroken zal worden.
De Rente
De uitspraken van Yellen en de mooie werkgelegenheidscijfers van afgelopen vrijdag hebben de richting van de rente veranderd. Zoals in figuur 6 te zien is, staat het effectieve rendement op Nederlandse 10-jaar staatsobligaties op het punt zijn dalende kanaaltje te verlaten. De Momentum Analyse daaronder ondersteunt deze ontwikkeling. Het begint nu toch wel zeker te worden (er is nog een nieuw banenrapport op 16 december) dat de FED de rente in december omhoog gaat brengen. Hoe dat in Europa moet is een groot vraagteken. Draghi gaat door of versterkt misschien nog wel zijn stimuleringsprogramma. Dit levert een druk op de Europese rente op. De ECB noch de politiek zullen daar rauwig om zijn, maar de echte vraag is natuurlijk: zal de stijgende Amerikaanse rente de Europese meetrekken? Voorlopig lijkt het erop dat de Europese rente de Amerikaanse volgt. De uitbraak omhoog inde figuur is onmiskenbaar en betekent dat lange staatsobligaties verkocht moeten worden!
De US$ versus de €
De dollar zit in hetzelfde schip. Een verhoogde rente gaat van overal in de wereld kapitaal naar de Verenigde Staten doen vloeien. De vraag naar dollars stijgt. De dollar wordt duurder. Voor Europa betekent dit, dat de Euro minder waard wordt. En dat stimuleert dan weer onze economie. Te mooi om waar te zijn. Toch duidt de Technische Analyse op deze conclusie. Als men naar figuur 7 kijkt dan ziet men dat de dollar uit zijn horizontale kanaal wil breken. Het doel van deze uitbraak ligt rond 98, boven de meest recente top derhalve! De Momentum Analyse heeft nog veel ruimte die hoogstwaarschijnlijk genoeg is om deze droom waar te maken. Mijn hartje wat wil je nog meer.
De prijs van een troy ounce goud
Met een koers van US$1.089,80 ligt de World Gold Index niet ver meer van zijn dieptepunt op US$1.073,67. Figuur 8 getuigt van veel kommer en kwel in Goudland. En wij hebben ook geen argumenten voorhanden, dat er plotseling verandering op gaat treden. Stijgende aandelenkoersen, hogere rente, een vreedzaam China, rust in de Oekraïne: het zijn geen argumenten om van het goud wonderen te kunnen verwachten. De Technische Analyse biedt voor een stijging op korte termijn ook geen enkel houvast. Wij blijven bij onze stelling dat men er van af moet blijven totdat er duidelijk zicht is op een langdurig herstel. Dat zicht ontbreekt op dit moment ten ene male.
De prijs van een vat Brentolie
Maar voor de autorijder biedt het oliefront mooie perspectieven. Figuur 9 laat u zien dat de prijs van een vat Brentolie onderaan in een horizontaal kanaal is gekomen. Op de dagchart is de Momentum Analyse aan het dalen en ook op de weekchart, die u ziet in figuur 9, is een daling ingezet. De perspectieven voor de olieboer zijn dus negatief (waarbij voor de automobilist de koers van de $ nog wel roet in het eten kan gooien!).
Beleggen bij Vladeracken
Aan de resultaten, zoals in tabel 1 opgenomen, valt weinig toe te voegen. Alle portefeuilles van onze cliënten zijn de correctie van deze zomer keurig doorgekomen. In vrijwel alle gevallen liggen de rendementen bovendien alweer (ruim) boven de doelstelling voor dit jaar. En er lijkt meer in het verschiet!
* Het gaat hierom het netto behaalde rendement, ná alle kosten van de beheerder. Voor oudere cijfers verwijzen wij u naar onze website.
Meer informatie over vrijwel alle effectentransacties, welke wij in de portefeuilles van onze cliënten hebben uitgevoerd en andere beleggingsoverwegingen, welke uit onze dagelijkse analyses voortvloeien, treft u aan op onze website, www.vladeracken.nl.
De volgende uitgave van de Technische Belegger verschijnt op maandag 7 december 2015.
Den Haag, 9 november 2015
Vladeracken Vermogensbeheer
Stand van de AEX Index op het moment van schrijven (2015-08-17) 473,89
Onze conclusies:
Korte termijn:
verdeeld maar neigt naar positief
Middellange termijn:
positief maar verdeeld
Lange termijn:
negatief maar draait misschien
NB. Calamiteiten niet in aanmerking genomen
De Amerikaanse beurzen deden het al enige tijd veel slechter dan hun Europese tegenhangers. Maar dan plotseling was daar de afgelopen week, waarin de AEX Index daalde met 23 punten en de DAX met ruim 500 punten terwijl de S&P500 de week afsloot met een 14 punten hogere koers. En daarmede is niet alles gezegd. In Europa wordt er in de daggrafieken hevig negatief gedivergeerd. In Amerika is het omgekeerde het geval. In Europa dalen de Momentum Analyses, in Amerika stijgen ze. Daartegenover staat dat de Amerikaanse beurzen veel dieper zijn gedaald sinds hun laatste hoogtepunt dan de beurzen in Europa. Als er in Europa al een kans is, dat de hausse zich hervat, omdat het wachten enkel is op een nieuwe top, moet er in Amerika ook nog een hogere bodem gevormd worden. En dan is er op de (zeer) lange termijn grafieken heel duidelijk sprake van negatieve divergentie op de beurzen van beide continenten. Ook in Japan is de Nikkei er nog niet in geslaagd zijn top uit het jaar 2000 te breken. Hij ligt daar tegenaan maar de terugtocht is al ingezet. Al met al zijn wij niet erg optimistisch. Op de korte termijn gezien zullen de beurzen omhoog gaan. Amerika heeft een draai ingezet en in Europa blijkt uit alles, dat er sprake is van een forse oversold positie. Maar gezegd moet worden, dat er in Europa nog geen sprake is van een draai, ook al hebben enkele aandelen deze draai al wel ingezet. De AEX Index is zover gezakt dat één witte candle genoeg is om de zaak daar te doen keren. De kwestie is dan of er nieuwe toppen gezet gaan worden En daar gaan wij meer en meer aan twijfelen want de markt heeft in de afgelopen tijd toch veel zwakte laten zien. De vraag komt derhalve op of de liquiditeiten in de portefeuilles niet moeten worden vergroot. Een nieuwe stijging zou daarvoor een mooie gelegenheid bieden. Of Draghi’s zondvloed een hausse gaat ondersteunen is moeilijk in te schatten. Tot nu toe lijken de aandelenmarkten niet erg onder de indruk. Wij laten u hieronder de daggrafiek van de AEX Index zien.
AEX Index en Europa
Met een slotkoers afgelopen vrijdag van 471,89 is de AEX Index ver onder zijn vorige bodem gekomen. Voor de zeer korte termijn is dit negatief, maar toch mag men hier geen al te negatieve conclusies aan verbinden. De voorgaande bodem op 480,81 volgde op een dusdanig kleine daling dat deze bodem op de weekgrafiek niet te zien is. Voor wat betreft de vraag of Amsterdam nu in een dalende markt zit is het antwoord dus nee, nog niet. Weliswaar is deze bodem op de dagchart niet mooi maar zolang de koers boven de bodem van juli op 454,88 blijft zet een draai naar boven een nieuwe langere termijn opgaande trend in. Rondom de koersen slingert zich de Keltner Channel. De koersen zijn op de onderste lijn van dit kanaal gekomen. De kansen zijn groot, dat van heruit zich een stijging inzet, zij het dat dit geen zekerheid is. De Slowed Stochastics ligt met zijn rode lijn onder de onderste horizontale lijn. Het dalingsritme is aan het afnemen. Veel analisten zien hier een koopsignaal in. Wij overigens niet, wij wachten graag op de kruising. Maar de afnemende hellingshoek van de daling wijst wel op een afnemende invloed van de Bears. De Momentum Analyse daaronder ligt in een oversold positie maar is nog steeds dalende. Kansen op herstel zijn er dus maar ook hier is geen zekerheid. Daar weer onder ligt de Zone Oscillator. Hij is dalende en dat komt doordat het volume gedurende de recente daling van de AEX laag was. Op zichzelf is dit een goed teken maar de Zone Oscillator moet wel gaan stijgen, willen we kunnen zeggen, dat de opgang weer in takt is. Het beeld uit de grafiek is dus niet eensluidend of duidelijk. Wij neigen naar een positieve uitleg, maar wij zullen andersdenkenden niet tegenspreken. Er zijn wel een aantal positieve dingen te melden. Allereerst is daar de (prille) draai in New York, daarnaast is er, ook al hebben wij daar naar onze mening nog weinig invloed van gezien, het QE-programma (of het moet de fase zijn waarin het programma werd aangekondigd maar nog niet ten uitvoer gelegd was). Tot slot moet vermeld worden dat de sentimentindicatoren in Nederland zeer laag liggen, maar niet negatief eruitzien. In de Europese weekgrafieken wordt positief gedivergeerd, zij het dat de Momentum Analyses overal weer zijn gaan dalen. Een hele boel onzekerheid dus, maar voor de korte termijn zien wij de beurs weer een poging wagen om een rally in te zetten.
De Rente
Het effectieve rendement op 10-jaar Nederlandse Staatsleningen lijkt een punt te gaan zetten achter de daling, die we de afgelopen tijd gezien hebben. Het was al zo dat de daggrafiek positieve signalen afgaf (d.w.z. wees op een nadere stijging van de rente), maar daar wil de weekgrafiek zich nu bij aansluiten. Als deze tendens zich doorzet gaan we toch weer lagere obligatiekoersen zien.
De US$ in €’s uitgedrukt
De dollar lijkt zich iets te gaan hervatten, maar zolang de weerstand op 92,5 niet gebroken is, moeten we ons daar niet teveel van voorstellen.
De prijs van een vat Brentolie
Er is een licht herstel opgetreden in de prijs van een vat Brentolie, maar in dollars gemeten heeft het niet veel om het lijf. Er is hier en daar ook te zien, dat oversold gebieden genaderd worden. Maar het dieptepunt uit begin 2015 ligt nog steeds US$4 lager. Het ziet er nu even naar uit dat dit niveau (nog) niet bereikt gaat worden. Opmerkelijk is het, dat het aantal schalieolieputten, dat in gebruik is in de VS, opnieuw gestegen is.
Het Goud
Het goud is op de korte termijn in een overbought situatie gekomen. Er mag dus even rust verwacht worden maar de onderliggende trend is duidelijk omhoog gericht. Een prijs boven US$1.230 is het minste, dat men moet eisen om weer in te stappen.
Strategie
Wij wachten op de grote witte candle, die moet aangeven dat de markt weer in de lift zit.
NB
Rondom het begin van iedere maand zal er door ons geen beurscommentaar meer gegeven worden. Wij verwijzen u in plaats hiervan naar onze nieuwsbrief De Technische Belegger, waarin een veel uitgebreider commentaar te lezen is. U vindt deze op de site www.vladeracken.nl.
Den Haag, 17 augustus 2015
Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken Vermogensbeheer
Disclaimer De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie conform bovenstaande ideeën belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand.
https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/restored/2015/08/BLOG-20150816-FIG1-AEX.png8361809https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png2015-08-16 21:56:102026-07-21 23:52:43Het wachten is op een witte candle
Stand van de AEX Index op het moment van schrijven (2013-02- 11: 345,13)
Onze verwachtingen
Korte termijn:
mogelijke draai omhoog
Middellange termijn:
negatief
Lange termijn:
positief, maar onduidelijkheid neemt toe
NB. Calamiteiten niet in aanmerking genomen
De markten zijn zeer verdeeld en om dat te laten zien vindt u hieronder de daggrafieken van de AEX Index en van de Dow Jones Industrial Index.
Figuur 1.
Figuur 2.
De AEX Index is afgelopen week fors gedaald. Zo was het ook in andere beurzen in Europa. Maar vrijdag jongstleden kwam daar verandering in. In Duitsland steeg toen het Momentum. In Amsterdam nog niet, het was slechts de Oscillator die omhoog draaide. In Amsterdam raakte de AEX de steun, die uitgaat van het dieptepunt van 16 maart 2011 op 343. De doelstellingen werden nergens gehaald. Dat is ook niet perse nodig. Als men het heeft over sterke markten dan draaien de koersen vaak alvorens het doel is bereikt. In Europa tonen de koersen nog geen herstel, het is bij Doji’s gebleven. Nergens is er sprake van een uitbraak.
In Amerika heeft een (kleine) consolidatie plaatsgevonden, maar meer ook niet. Er is wel voldoende ruimte ontstaan voor een verdere stijging ook al zijn de sentiment indicatoren in overbought positie. De Momentum Analyse daalt nog, hetgeen erop wijst dat de aarzeling in Amerika nog niet afgelopen is. Er is een neiging tot negatieve divergentie maar dat is niet overal even duidelijk. De S&P500 laat 6 consecutieve witte candles zien. De daggrafieken geven al met al wel positieve signalen maar overtuigen (nog) niet.
De Week
In Europa zijn de weekgrafieken zonder meer negatief. In Amerika (nog) niet, maar er zijn wel draaiingen in de maak. Negatieve divergenties ziet men overal.
De Maand
De negatieve week in Europa heeft een nefaste invloed gehad op de maandgrafieken die allemaal gedraaid zijn, maar de maand is nog niet afgelopen en een goede tweede helft van de maand februari kan de draai ongetwijfeld nog ongedaan maken. In Amerika tonen de maandgrafieken nog steeds een glorieuze stijging maar hier ziet men forse negatieve divergenties in de Momentum Analyses. De enige conclusie kan zijn dat het nog steeds mogelijk is dat de maand februari positief afsluit. Zeker is dit echter niet. Maar op iets langere termijn pakken zich donkere wolken samen.
De Rente
Het effectieve rendement op de Nederlandse 10% staatsleningen is aan het bekomen van de forse stijging in de week ervoor. De gap die bij de uitbraak was ontstaan zal in de komende week hoogstwaarschijnlijk gesloten worden. Dat wil zeggen dat de rente tenminste gaat dalen tot 1,75%, maar de grafieken sluiten een verdere aanpassing niet uit. Ook de 3-maand Euribor heeft afgelopen week iets ingeleverd. De in gang gezette reactie kan wel een aantal weken aanhouden, maar op iets langere termijn moet u rekening houden met een verdere stijging van de rente.
De US$ versus de €
De Amerikaanse dollar heeft zijn weg naar boven weer ingeslagen. Het zal hier niet bij blijven. Er is nog geen uitbraak geweest, dus een reactie kan zich nog steeds aandienen, maar het herstel lijkt zich te hebben ingezet.
De Prijs van een troy ounce Goud
In de goudplaatjes zien wij nog geen enkele opleving. Er is de laatste tijd sprake van ups and downs, maar verder dan een horizontale beweging kwam het niet. Voorlopig blijft het dus zo dat de prijs van een troy ounce Goud op weg is naar beneden binnen een groter horizontaal kanaal waarvan de onderkant rond US$1.525 ligt.
De Prijs van een vat Brentolie
En in de afgelopen week is de prijs van een vat Brentolie inderdaad uit zijn horizontale kanaal gebroken op US$118. Eén zwaluw geeft nog geen lente en zo is het hier ook. Wij wachten op de bevestiging. Mocht deze er komen dan ligt de weg open naar US$126. Belangrijk wordt het om te zien of de koersstijging stand kan houden als de $ weer wat oploopt ten opzichte van de €.
Strategie
Wij gaan ervan uit dat er zich op korte termijn nog een opleving zal voordoen. Wij blijven derhalve de markt nog even aanzien.
NB
In de week rondom het begin van iedere maand zal er door ons geen beurscommentaar meer gegeven worden. Wij verwijzen u in plaats hiervan naar onze maandelijkse nieuwsbrief de Technische Belegger, waarin een veel uitgebreider commentaar te lezen is. U vindt deze op de site.
Post Scriptum
Wij worden erop gewezen dat de terminologie die wij gebruiken niet altijd bij alle lezers
Bekend is. Wij verwijzen u naar onze site vermogensbeheer waarop u een zeer uitgebreide woordenlijst vindt onder het hoofd ABC.
Disclaimer De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie conform bovenstaande ideeën belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand.
https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png00https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png2013-02-11 11:22:052026-07-21 23:52:35Beurscommentaar: Vele vraagtekens
Stand van de AEX Index op het moment van schrijven (2012-10-26) 329,45
Onze verwachtingen
Korte termijn:
draait naar positief
Middellange termijn:
negatief
Lange termijn:
positief
NB. Calamiteiten niet in aanmerking genomen
De correctie is nu bijna 2 maanden onderweg en we naderen het einde ervan. Het kleine herstel afgelopen vrijdag zorgde alom voor een draai in het Momentum. Het probleem is alleen dat met name in de V.S. de daling van afgelopen dinsdag het patroon behoorlijk veel geweld heeft aangedaan. Waar in Europa de correctie een redelijk ordelijk verloop vertoont wijst de schade in het beeld in de V.S. op een groter probleem. Het zou er op kunnen duiden dat er een verschuiving plaats vindt waarbij de V.S. niet langer het voortouw neemt in de volgende opgaande beweging.
Figuur 1.
Hoe het ook zij, alle beurzen zijn rijp voor een rally. Of die al in de komende dagen zal beginnen is (nog) niet te zeggen. In figuur 1. hebben wij het meest ordelijke beeld uit onze analyses opgenomen, een daggrafiek van de DAX Index. Het correctiepatroon rechtsboven in de figuur volgt dat van een dalend kanaal met ligt wijkende lijnen. Het Momentum is vrijdag weer gaan stijgen maar zit nog onder de nullijn hetgeen impliceert dat de correctie nog niet voorbij is. Er lijkt sprake van positieve divergentie. Onderin hebben wij een DeTrend Oscillator getekend. Die laat zien dat de daling afgelopen week tot een oversold-positie heeft geleid. Dat zou betekenen dat de correctie haar dieptepunt heeft gehad. Het komt soms voor dat nog een iets lager punt wordt bereikt die dan zorgt voor positieve divergentie in deze indicator, maar dat punt zal dan op korte termijn (komende week) al bereikt gaan worden.
Belangrijk is verder dat de oplopende trend in dit beeld nu wel geraakt is, maar niet gebroken. Dat maakt dutsland tot een van de sterkste beurzen, want in de meeste andere plaatjes is deze lijn al wel gebroken. En ten slotte bevindt de koers van de DAX zich rond het niveau van de MA50, nog een belangrijke steunzone. Er is dus niet veel meer nodig om de najaarsrally op gang te brengen, maar of dat al in de komende dagen gaat gebeuren is ons nog niet duidelijk. Houd dus nog even geduld en neem de bovenkant van het patroon bij de DAX (7.450) voorlopig nog even als het signaalpunt. Een breuk door deze weerstand omhoog bevestigt dat de rally is begonnen. Bij de AEX ligt dit punt op 336.
De Rente
Het rentebeeld wordt eveneens onduidelijker. 3-maands Euribor is nog verder gedaald en ligt nu op 0,2%. Maar het effectieve rendement op 10-jarige Nederlandse Staatsleningen is afgelopen week iets gestegen. Het beeld van een uitbodemende lange rente in de Eurozone (en dan met name de Noordelijke eurozone) is daarmee onveranderd gebleven. Het is mogelijk dat er een fase aanbreekt waarbij de 10-jarige rente langdurig op het huidige lage niveau en tussen steeds dichter bij elkaar liggende grenzen heen en weer blijft bewegen. Het past in onze al enige tijd bestaande verwachting dat wij de rente de komende jaren zien fluctueren tussen het dieptepunt op 1,6% en de vorige top op 2,13%, met een mogelijke uitschieter naar 2,54%.
De Amerikaanse $ in Euro’s
In het beeld van de $ is afgelopen week weinig veranderd. Er heeft zich een stijging ingezet, waarvan u zich niet teveel moet voorstellen. Een doorbraak door 79,2 lijkt ver weg te liggen. Wij zien de dollar eerder opnieuw de weg naar beneden inslaan.
De Prijs van een Troy ounce Goud
Het lijkt er op dat de goudprijs een aanloop aan het nemen is om de weerstand van $1.790 te kunnen breken. De koers neemt daartoe een paar stappen terug om genoeg ruimte te hebben voor die aanloop. En die ruimte is er inmiddels. Een draai ten goede lijkt aanstaande.
De Prijs van een vat Brentolie
Over de olieprijs kunnen wij opnieuw kort zijn. Er is nog altijd niets veranderd. De prijs van een vat Brentolie blijft fluctueert nog steeds tussen US$99 en US$126. Hij is stijgende maar er zijn geen redenen te vinden dat hij zijn congestiekanaal gaat verlaten.
Onze Strategie
Op 18 oktober is de converteerbare obligatie van USG People afgelost waarover wij al in 2010 en later opnieuw in augustus 2011 hebben geschreven. De vrijkomende middelen hebben wij nog even geparkeerd. Er zijn meer obligaties in onze portefeuilles die inmiddels een effectief rendement hebben behaald van soms zelfs minder dan 1%. De koersstijgingen van dit soort obligaties hebben tot goede rendementen geleid, maar het risico van deze obligaties is daarmee navenant toegenomen. Wij beraden ons daarom over de te volgen strategie en zijn in afwachting van een oplossing genegen om ons saldo liquiditeiten op te laten lopen. Alles in aandelen beleggen zou weliswaar een alternatief kunnen zijn, maar is, gegeven het risicoprofiel van de meeste beleggers niet gewenst.
Post Scriptum
Wij worden erop gewezen dat de terminologie die wij gebruiken niet altijd bij alle lezers bekend is. Wij verwijzen u naar onze site vermogensbeheer www.vermogensbeheer.co waarop u een zeer uitgebreide woordenlijst vindt onder het hoofd ABC.
Disclaimer De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie conform bovenstaande ideeën belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand.
https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png00https://niels.gillendekaketoe.nl/wp-content/uploads/2026/07/logovladeracken-300x163.png2012-10-29 10:38:212026-07-21 23:52:35Beurscommentaar: Is de correctie over of krijgen we nog een tik(je)?