De Technische Belegger • Jaargang 23 • Nr 4 • 10 april 2017
De S&P500 Index heeft afgelopen week een derde lager topje gezet. Hij is nu op weg naar een derde lagere bodem. De DJIA Index heeft het in de afgelopen week op dezelfde wijze laten zitten. In Amerika bleef de daling beperkt tot maximaal 2,5%, maar in Tokyo daalde de index met 5,8%. In Engeland daalde de Footsie met 1,4%. De AEX Index daarentegen zette vrijdag een nieuw hoger slot. Hetzelfde zag men gebeuren bij de Bel20 Index en bij CAC33 Index. De DAX Index kon dat optimisme niet volgen, maar hij had al een nieuwe top gezet eerder in de voorafgaande week. Wat er dus op de aandelenmarkten gebeurde, is dat Europa het relatief goed deed met uitzondering van Engeland. Men lijkt aldaar aan een reactie bezig, zoals in Amerika, terwijl de rest van Europa nog niet zover is. Maar hiertegenover duiden de indicatoren overal op een mogelijkheid van een zeer beperkte stijging in de komende dagen.
De dollar toont een zelfde beeld als de S&P500. De rente daalt maar het goud overtrof zijn top uit februari van dit jaar. De Brentolie prijs is weer terug in zijn horizontale congestiekanaal. Dit korte overzicht van een verwarde markt is echter nog niet af. Sinds weken wijzen wij op de grote afstand tussen de koersen en hun 200-daags voortschrijdend gemiddelde. Deze afstand groeit hier en daar zelfs nog. Maar dat is een situatie die onherroepelijk hersteld gaat worden. En hoe groter de afstand des te forser dit herstel zal uitvallen. Bij de DJIA Index is de afstand op dit moment 7,1%. Zoals wij hieronder zullen zien was dit veertien dagen geleden nog veel hoger. Bij de AEX Index komen wij op 8,4% en dat is zeer, zeer veel gezien de historie. Deze grote afstand schreeuwt om problemen, ook al is het niet bekend wanneer de bijl zal vallen en met hoeveel kracht hij omlaag komt. Maar dat het tijd wordt om zeer voorzichtig te zijn wordt door deze gegevens onderstreept. Als wij dus nog optimistisch zijn voor de zeer naaste toekomst dan zijn wij ook zeer beducht voor de iets langere termijn. Hierbij dient er aan gedacht te worden, dat de markten nog steeds in het zogenaamde goede seizoen zitten, Volgens de oorspronkelijke gegevens, die het goede seizoen uittekenden, liep dit van september tot mei. In de loop van de tijd is mei vaak verschoven tot in juni. Wij zijn van mening, dat men er ernstig rekening mee moet houden dat het magere seizoen dit jaar vroeg gaat inzetten. Dit wil niet zeggen dat wij negatief staan ten opzichte van de resultaten van de beurzen op het einde van dit jaar. Onze statistieken duiden er op dat er een goed jaar in het vat zit. Wij blijven daarbij, maar dat er nu een correctie op komst behoort tot de reële mogelijkheden.
De zeer lange termijn indicatoren (fig. 1)

Om inzicht te krijgen waar de markt staat op zeer lange termijn gezien, volgen wij een aantal studies, die ieder op zich indicaties geven ten aanzien van wat er staat te gebeuren of wat er aan de hand is. Op dit moment zijn ze allemaal positief en duiden dus op een onbetwistbare hausse waarin de markten nu verkeren. Maar er is er eentje, die deze week een eerste negatieve signaal geeft. Het is een variant van de Average True Range. U ziet hem in figuur 1. Als de rode lijn onderaan in de grafiek de blauwe naar boven toe kruist, dan waarschuwt dat voor problemen (zie bij zwarte pijtje). Het is niet zo dat het beeld daarmede al volledig negatief is. Graag zien wij een bevestiging bijvoorbeeld door de kruising van de twee gemiddeldes boven in de figuur. Maar liever zien wij een bevestiging door een andere indicator. Nu is er ook een andere studie, die op het punt staat een negatief signaal te geven. Deze studie is echter gebaseerd op de Volatiliteit en deze indicator is een broertje van de True Range. Beide zijn gebaseerd op de beweeglijkheid van de koersen. Deze tweede indicator is nog niet negatief maar hij ligt zo diep dat hij het iedere dag kan worden. Omdat ze beiden berekend worden uit hetzelfde verschijnsel kan men ze niet gebruiken als men zoekt naar bevestiging. Maar hoe je het draait of keert men kan niet om hun boodschap heen. Voorzichtigheid is dus geboden ook al is de hausse, zeker in Europa, nog steeds aan de gang.
De DJIA en het MA200 (fig. 2)
Reeds vaak hebben wij gewezen op de mathematische zekerheid dat gemiddeldes zich nooit lang op verre afstand van hun onderliggende cijferreeks kunnen bewegen. De verkleining van de afstand kan op langzame wijze geschieden of het kan snel gebeuren. In het eerste geval is er vaak sprake van consolidatie en de gemiddeldes zijn dan op weg naar de onderliggende cijferreeks. Maar in het tweede geval is het de cijferreeks, die het gemiddelde opzoekt. In ons geval zijn het dus de koersen, die dan het gemiddelde opzoeken. Op dit moment munten alle markten uit door een overdreven afstand tussen het MA200 en de onderliggende koersen. In figuur 2 vindt u een voorbeeld. Het zijn de slotkoersen van de Dow Jones Industrial Index. Ongeveer een maand geleden bedroeg de afstand ruim 9%. Maar na een zwakkere beurs in Amerika gedurende de maand maart bedraagt de afstand nu toch nog steeds 7,1%. Dit is nog steeds extreem veel en de verkleining zal dus door moeten gaan. Dit betekent niet dat er geen koersopleving kan plaatsvinden, maar uiteindelijk zal aan de wiskundige wetgeving voldaan worden door een verdere verkleining van de afstand. Zoals gesteld hoeft hieruit geen bloed te vloeien maar de kansen daarop zijn levensgroot.
De AEX Index op dagbasis (fig. 3)
In figuur 3 vindt u de dagkoersen van de AEX Index. Opvallend is het dat ook hier de afstand tussen de het koersniveau en het MA200 duidelijk is verkleind. Maar in dit geval is het niet gebeurd door een daling van het koersniveau (dit is netto gestegen) maar door een consolidatie terwijl het gemiddelde steeg. Wat er daarnaast opvalt, is de forse negatieve divergentie die al langere tijd aanhoudt. Het beeld is daarmede niet erg hoopgevend, ware het niet dat de Momentum Analyse weer is gaan stijgen. De Amsterdamse beurs staat hiermede niet alleen. In Japan bijvoorbeeld heeft de Moman van de NKDOW ook een stijging ingezet. Maar bij de DAX daalt hij evenals bij de indexen van Amerika. De markt is dus verdeeld maar de dalingen hebben de overhand. Mede in aanmerking genomen dat de stijging in Amsterdam al op een hoog niveau plaatsvond is onze conclusie dat het nog steeds mogelijk is dat we een hogere koers voor de AEX Index gaan zien, maar veel zal dat niet meer om het lijf hebben. De kans echter dat een grotere daling uit zal blijven is nog steeds aanwezig. De sentiment indicatoren zijn nergens negatief. Alleen de Vladeracken Index en de NewHigh/NewLow indicatoren zijn dalende en dat blijft een veeg teken. Omdat zij al enige tijd dalende zijn liggen zij al diep. Een draai blijft dus mogelijk. Hiermede hebben wij, uitgaande van de daggrafiek helaas geen eenduidige mening kunnen geven, maar de volgende paragraaf geeft nog een verdere kijk in de technische keuken.
De DJIA op weekbasis (fig. 4)
De Dow Jones Industrial Index ligt boven in een oplopend kanaal. Vijf weken geleden al heeft hij de weg naar de onderkant ingeslagen. Op dit moment wordt hij tegengehouden door het MA10. Dit kan een lichte stijging tot gevolg hebben, maar men kan (moet) er van uitgaan, dat dit zeer tijdelijk zal zijn, want de Momentum Analyse daaronder daalt en hij divergeert ook nog eens negatief. Daarmede stelt
Figuur 4 zonder meer dat de DJIA naar de onderkant van het kanaal wil. Er vanuit gaande dat het MA10 snel gebroken gaat worden is de volgende steun te vinden op het MA40, dat op dit moment op 19.563 ligt. Dit zou betekenen dat de DJIA nog 1.100 punten gaat inleveren. De totale daling zou dan ruwweg gezegd 8% bedragen en dat kunnen wij geen correctie noemen, maar een doodgewone reactie. Wij houden het voor mogelijk, dat het hierbij blijft, want als men naar figuur 4 kijkt en ziet waar de Moman nu al ligt dan is de ruimte niet meer zo groot. Als de grafieken op dagbasis niet met elkaar overeenstemden dan is dat wel het geval met de weekplaatjes. Overal ziet men hetzelfde beeld, waarbij dan Amerika, Engeland en Japan even ver zijn in ontwikkeling en Europa achterblijft. In Amsterdam ligt het MA10 op 504 en het MA40 op 477. Daartussen in liggen nog andere steunniveaus. De daling in Amsterdam zou daarmede maximaal komen op circa 8%. Maar let op, dat gaat ervan uit dat het MA40 het niveau zal zijn waarop de markt keert.
Conclusie
In eerste instantie zullen er nog enkele slotkoersen gezet gaan worden, die hoger liggen. Daarna krijgen wij te maken met een reactie, die een circa 8% daling kan inhouden. Het zicht wordt daarna onduidelijk. De reactie, die zeker gevolgd gaat worden door een herstel, kan tot gevolg hebben dat de lange termijn grafieken negatief worden. In dat geval zal er een diepere correctie optreden, maar wij gaan ervan uit, dat deze gevolgd zal worden door een stijging die de markten boven het niveau van 1 januari gaat brengen. Uiteraard zal iedere beweging onderbroken worden door de gebruikelijke ups and downs.
De Rente in € (fig. 5)
Al enkele weken zijn wij bezig met de behandeling van enkele strategieën bedoeld voor een omgeving waarin de rente stijgt. Maar afgelopen maand is de rente (de 10-jaars rente wel te verstaan) met name in de €-zone juist stevig gedaald. Afgelopen week werd daarbij bovendien de oplopende korte termijn trend, die als steun diende, gebroken. Op het eerste gezicht is dat negatief voor de rente en dus positief voor langlopende obligaties. Maar of deze daling lang zal volhouden is nog open voor discussie. Feit is dat er verschillende steunniveau’s liggen, waar de rente nog niet doorheen is (met als belangrijkste 0,39%) en feit is ook dat de indicatoren al weer aan het draaien zijn
en dat in oversold territorium doen. Komende week is een terugkeer richting 0,60% goed mogelijk. Wij gaan er niet vanuit dat de rente daarna snel weer zal doorstijgen, eerder verwachten wij een periode waarin de rente vooral zijwaarts heen en weer zal bewegen. Voorlopig is het dus zaak om even aan de zijlijn te blijven wachten. Ondertussen hebben wij eind maart de daad bij ons huiswerk gevoegd door in onze obligatieportefeuilles overal een positie in het Carmignac Global Bond Fund aan te kopen.
De US$ en de € (fig. 6)
Als de koers van de $ maandag hoger sluit dan 94,5, dan is lijn B definitief gebroken en wordt een pullback naar lijn A in de figuur afgesloten met een vervolg van de oplopende trend. Analisten gaan dan mogelijk toch gelijk krijgen, want het volgende doel wordt dan de oplopende trendlijn, die nu bij ongeveer 98 ligt. En dat is nog maar twee cent verwijderd van pari, de algemene verwachting van het analistengilde begin dit jaar (die verwachting wordt inmiddels her en der bijgesteld).
Afgaande op het patroontje in de figuur (de dalende wedge tussen lijnen A en B) en de indicatoren eronder (de Oscillator divergeert zelfs positief) en beide indicatoren stijgen vanuit oversold positie is dit scenario nu vrijwel zeker.
De prijs van een vat Brentolie (fig. 7)
Maar het beeld van de US$ rijmt niet met dat van de olieprijzen. Ook hier is sprake geweest van een adempauze van enkele maanden waarbij de olieprijzen langzaam daalden richting het niveau van de neklijn van een groot kopschouderbodempatroon. Een dergelijke pullback is heel normaal en niemand mag dan ook verbaasd zijn, dat de koers afgelopen week weer de opwaartse trend herpakte. Al veel eerder schreven wij dat het koersdoel voor de prijs van een vat Brentolie rond US$ 80 ligt wanneer men dit bodempatroon als rekenbasis neemt. Om dat doel te bereiken moet eerst de weerstand op US$58 worden geslecht, maar afgaande op de plek van de indicatoren in de weekgrafiek is dat nog een kwestie van tijd. De daggrafieken doen overigens vermoeden dat US$58 niet ineens genomen zal worden. Het probleem is echter dat een gelijktijdig stijgende $ en olieprijs niet onmogelijk, maar ook niet waarschijnlijk zijn.
De prijs van het goud (fig. 8)
Om het allemaal nog onduidelijker te maken tonen wij u hieronder een daggrafiek van het goud. Vrijdag is er een poging geweest om de weerstand van US$ 1.264 te doorbreken en even leek dat ook te lukken. Maar uiteindelijk sloot de koers weer onder deze grens: geen doorbraak dus.
Conclusie
Een stijgende dollar betekent veelal een dalende goudkoers. Maar een stijgende olieprijs betekent inflatie en dus ook een stijgende goudkoers. Een dalende rente is juist een teken dat markten weer toenemende deflatie verwachten: een dalende inflatie. De rente daalde aanvankelijk in de VS ook flink, maar later op de avond is die daling weer ongedaan gemaakt. De scherpe beweging op en neer vond plaats op het moment dat de werkgelegenheidscijfers in de VS bekendgemaakt werden. De werkloosheid daalde terwijl het aantal nieuwe vacatures juist flink lager uitkwam dan verwacht. De koers van de $ en de lange rente in de VS daalden daarop eerst flink om direct daarna te herstellen. De rente in de VS is zelfs daarna doorgestegen, ook nadat de beurzen in Europa dicht waren. Het lijkt er op dat de Amerikaanse werkloosheidscijfers aanvankelijk voor een valse uitbraak hebben gezorgd, die later weer ongedaan gemaakt werd. En het is mogelijk dat de koersen in Europa nog niet volledig gereageerd hebben op de omslag in de VS. Wat dan wel de juiste richting zal zijn moet dus maandag blijken. De belangrijkste grenzen om dan in de gaten te houden zijn:
Voor de US$: 0,92 en 0,945 (boven 0,945 betekent een hervatting van de stijgende trend van de $)
Voor de 10-jaars €-rente: 0,39% en 0,55% (boven 0,55% gaat de rente opnieuw stijgen)
Voor Brentolie: US$ 51 en 55 (boven US$ 55 wordt de stijgende trend van de olieprijzen hervat)
Voor het goud: US$ 1.245 en 1.264 (boven US$ 1.264 betekent een koopsignaal voor goud).
Beleggen bij Vladeracken
Het resultaat van de Amsterdam Selector steekt momenteel met kop en schouders boven de andere resultaten uit. Drie aandelen zijn hiervoor verantwoordelijk. AMG (begin maart met een flinke winst verkocht maar moet mogelijk in de komende dagen weer worden aangekocht), Galapagos en het Belgische IBA. De andere modellen doen prima mee met de huidige rally en presteren in de meeste gevallen zelfs beter dan de AEX Index. Alleen de Wereld Selector blijft momenteel achter, maar daar is de transitie van de portefeuille inmiddels in gang gezet en verwachten wij dat de achterstand nu snel zal worden ingelopen. De resultaten zijn natuurlijk goed dankzij de aan de gang zijnde rally. Maar de eerste signalen van een zich uitputtende markt beginnen te ontstaan en wij bereiden onszelf dan ook voor op een mogelijk grotere adempauze in deze rally. Maar eerst staat het dividend seizoen voor de deur en dat levert vaak nog een mooi extra rendement op. De maand april is wat dat betreft inmiddels goed begonnen met ook voor onze cliënten verder oplopende resultaten.
De enige dissonant in deze is de positie in onze obligatieportefeuilles in obligaties van het Duitse Rickmers. De coupondatum nadert en de koers is verder onder druk komen te staan. Gezien het feit dat het onduidelijk is of de coupon zal worden betaald zijn wij van zins om de obligaties komende maand te verkopen en de positie terug te kopen vlak na de coupondatum. Door de obligatie nu te verkopen wordt de ontvangst van de inmiddels opgebouwde rente zeker gesteld. Na de coupondatum begint de renteopbouw opnieuw en kan de obligatie dus teruggekocht worden zonder opgebouwde rente. Het risico van deze politiek is dat de obligatie direct na de coupondatum flink duurder wordt omdat uiteraard wij niet de enige beleggers zijn die naar deze obligatie kijken. Een echte aanleiding voor de koersdaling lijkt er niet te zijn. Maar feit is dat de financiële herstructurering van het bedrijf niet echt wil vlotten. Er moet nieuw eigen vermogen worden aangetrokken op last van het bankensyndicaat en de tijd begint te dringen aangezien onze obligaties over een jaar moeten worden afgelost.
LEI-nummers
In de vermogensbeheerrapportage van eind maart zal bij cliënten die via een juridische instelling beleggen (zoals een BV, een NV of een Stichting), een toelichting gegeven worden op het begrip LEI-nummers. LEI staat voor Legal Entity Identification. Het is een nummer dat de betreffende instelling identificeert. Nu zult u zeggen, daar bestaat toch al een Kamer van Koophandel-nummer voor? Dat is juist, maar dat is een type nummer dat niet in heel Europa wordt gebruikt. Met ingang van 3 januari 2018 moet elke beleggende juridische entiteit een uniek nummer aanleveren, een LEI-nummer dus, aan de bank of broker via wie er belegd wordt. Gebeurt dat niet, dan wordt alle effectenhandel voor rekening van de betreffende instelling per die datum verboden. Over het hoe en waarom van dit nummer hebben wij een uitgebreid artikel op onze website gepubliceerd en cliënten waarvoor dit probleem geldt zullen wij benaderen. Wij kunnen dit nummer ook namens hen aanvragen, doch wij dienen vooraf toestemming te krijgen om de kosten van de aanvraag, € 150 exclusief BTW) bij de betreffende cliënt / entiteit te mogen incasseren. Deze nieuwe regelgeving hangt samen met de invoering van MiFiD II, een set van regels die in Europees verband worden geïntroduceerd. Deze specifieke regel is bedoeld om de toezichthouders en wetgevers in staat te stellen alle effectentransacties in heel Europa met elkaar te vergelijken om zodoende misbruik zoals voorkennis te kunnen ontdekken en bestrijden.
Tabel 1 Resultaten vermogensbeheer Vladeracken BV *
| Risico profiel | Methode | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 t/m 31/3 |
Doel per jaar |
| Zeer defensief | Stamrechtportefeuilles | 7,8 % | 4,0 % | 0,4 % | 2,9 % | -/- 10,7 % | 3,0 % | 4 % |
| Matig | Mix aandelen / obl. | 11,6 % | 6,5 % | -/- 0,9 % | 16,2 % | -/- 3,4 % | 6,0 % | 5 % |
| Matig / fondsen | Fund Selector | -/- 1,1 % | 6,6 % | 3,6 % | -/- 1,5 % | 1,1 % | 7,4 % | 6 % |
| Normaal aandelen | PRIJS<Waarde | 8,8 % | 10,8 % | -/- 16,0 % | 23,2 % | 0,2 % | 9,2 % | 8 % |
| Actief aandelen | Amsterdam Selector | 3,5 % | 15,3 % | -/- 2,8 % | 27,3 % | 0,2 % | 18,7 % | 8 % |
| Wereld Selector | 16,0 % | 47,7 % | -/- 4,4 % | 22,9 % | 4,2 % | 2,0 % | 8 % | |
| Benchmark | AEX Index | 9,8 % | 17,2 % | 5,6 % | 4,1 % | 9,4 % | 6,3 % | |
| EuroStoxx 50 | 13,8 % | 17,9 % | 1,2 % | 3,9 % | 0,7 % | 6,3 % |
* Het gaat hierom het netto behaalde rendement, ná alle kosten van de beheerder. Voor oudere cijfers verwijzen wij u naar onze website.
Meer informatie over vrijwel alle effectentransacties, welke wij in de portefeuilles van onze cliënten hebben uitgevoerd en andere beleggingsoverwegingen, welke uit onze dagelijkse analyses voortvloeien, treft u aan op onze website, www.vladeracken.nl. De volgende uitgave van de Technische Belegger verschijnt op maandag 8 mei 2017.
| Reeds besproken onderwerpen: Algemeen |
Obligaties |
| Vladeracken beleid t.a.v. bestandsvergoedingen en plaatsingfees | Eurobonds, Euro Treasuries, staatsobligaties van de “PIGS”-landen, van Italië en van Nederland |
| Hoe spreken de statistieken over 2014, 2015, 2016 en voor 2017? | Bedrijfsobligatiefondsen, rentegroeifondsen en trackers zoals Lux-O-Rent, Carmignac Global Bond, ING Renta Grf, JPM Global Bond Opportunitie, Lyxor SGI Double Short Bund en ProShares Ultra Short Treasury |
|
Onze macro-economische- en rentevisie (2013, 2016) De Japanse beurs De aandelenbeurzen in de BRIC-landen |
Credit Linked Notes, Floored en Reversed Floaters van Aegon Rabobank en RBS en Hybride en variabele renteobligaties van Linde |
| Aandelen | Credit Linked Notes en Floored en Reversed Floaters en Inflatielinkers en de HICP Inflatie Index en Steepeners van Aegon, BNG, Deutsche (Post)Bank, Ned. Waterschapsbank, NIBC, Rabobank en RBS en Hybride en variabele renteobligaties van Linde |
| Vastgoed: Corio, Unibail-Rodamco (incl. handelsdagboek), Wereldhave | |
| Aandelen: Aalberts, Arcadis, BAM, Bourbon, CGG Veritas, Colruyt, Fugro, Heineken (Holding) , Imtech, Koninklijke Olie, Nokian Renkaat, Philips, Saipem, Samsung, SAP, SBM Offshore, Schneider Electric, Sligro, Unilever, Technip, Tenaris, Vallourec, Volkswagen | High yield obligaties van Altice, Bombardier, Cirsa Gaming, Clondalkin, ConvaTec Healthcare, FCE Bank, FGA Capital, Findus Group, Gazprom, Gazprombank, Heidelberg Zement, ING, Servus, Stork TS en Sunrise en Volkswagen |
| Afdekken van aandelenrisico’s m.b.v. calls, puts, short sprinters en short trackers met een hefboom |
Memory Coupon Notes op Arcelor Mittal, Philips & Royal Dutch MKB Obligaties van Air Berlin, Enterprise Holdings, German Pellets, KTG Agrar, Praktiker, Rickmers en TRFI Funding |
| Overige onderwerpen | Achtergestelde en/of perpetuele obligaties en effecten van Achmea, Aegon, ASR, Casino Guichard, Credit Agricole, Depfa, FrieslandCampina, Fürstenberg, ING, Rabobank, SNS Reaal, SRLev en Tennet, Tier 1,2 of 3? en Coco’s |
| Goud, Palladium, Platina en Zilver, de Amerikaanse Dollar, de Australische $, het Britse £, de Canadese $, de Japanse ¥en, de Noorse kroon, de Zwitserse Franc, de BRIC Valuta en een BRIC Valuta note, de Russische Roebel en Alpha creëren met valutamanagement | Steepeners (incl. renteherziening) van BNG, NIBC, Ned. Waterschapsbank en Rabobank |
| Volatility, handelssystemen, derivaten, ETF’s | Range Accrual Notes van de EIB en RBS |
| TA indicatoren zoals Woodies CCI, Martingale, de Coppock Indicator en het Hindenburg Omen | Obligaties in een wereld van stijgende rentes, Lyxor Daily Double Short Bund ETF, ProShares Ultra Short 7 – 10 en 20 years Treasuries ETF |
Den Haag, 10 april 2017
Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken Vermogensbeheer
Disclaimer
De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie conform bovenstaande ideeën belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand.










