De Technische Belegger • Jaargang 22 • Nr 7 • 4 juli 2016
Stenen vallen harder omlaag dan dat men ze omhoog kan gooien. Er waren drie dagen nodig om van 453,3 te vallen naar 410,21 (43 punten) en de beurs in Amsterdam vroeg vier dagen om daarna op 438,5 (28 punten) te sluiten. Dit was de pessimistische kijk op wat er gebeurd is. De optimistische visie spreekt van heel iets anders. In Amerika zijn de beurzen al ongeveer terug op het slot van de dag voor Brexit en Europa is mooi op weg om weer daar te komen. In feite wordt er erkend, dat Brexit van weinig of geen fundamentele invloed is, althans voor zover dit op dit moment te beoordelen is. Maar alle tekenen wijzen erop dat de Britten een harde noot moeten gaan kraken. En dat betreft dan misschien nog niet eens zo sterk de financiële kant maar wel de constitutionele. En hoe ze daar uit gaan komen is nog volslagen onduidelijk. De gemakkelijkste manier zou natuurlijk zijn, als men toch voor een Europese paraplu gaat kiezen in welke vorm dan ook. De problemen liggen daarmede niet in de EU maar hiervoor is wel een vereiste dat Europa op eensgezinde wijze het gezonde verstand gaat tonen. Daarnaast zal Europa zijn oren wijd open moeten zetten voor wat er onder de bevolking leeft. Of een vermolmd Europees bestuur daarin gaat slagen blijft het gevaar.
Voorlopig echter gaan de beurzen ervan uit dat het Europese schip recht wordt gehouden. Men ziet dit aan het feit dat de koersen weer boven de belangrijke gemiddeldes liggen. Het MA150 ligt meestal nog wel onder het MA200 maar zoals het er nu naar uitziet hoeft dat niet lang te duren. Met name in De VS is het volume zeer positief. De sentiment indicatoren lijken het bijna nergens af te laten weten en de week is overal afgesloten met een zeer bullish candle patroon. Er wordt ook overal en in alle timeframes (er zijn inderdaad maar zeer weinig uitzonderingen) niet of positief gedivergeerd. Kortom, na de onverwachte berichten uit de UK zijn de beurzen weer over hun teleurstelling heen. Het is nu opnieuw de vraag of de tijd eindelijk gekomen is om belangrijke weerstandniveaus te breken. En daar zijn wij dus nog lang niet van overtuigd.
De AEX Index op dagbasis (fig. 1)
In het bovenste gedeelte van de figuur ziet u de koersen, die gevat zijn in Bollinger Bands. Alhoewel de koersen in drie dagen aan de onderkant waren en iedereen toen moord en brand schreeuwde zijn ze niet erg diep gekomen. Het was de snelheid, die de markten in rep en roer bracht. Het herstel was, zeker de eerste dag, teleurstellend want er werd die dag een zwarte candle gezet. Maar nu liggen de koersen al boven de middenband. Dat is het MA20, dat door velen als een grens tussen dalende en stijgende markt wordt gezien. De bovenste band ligt op 457. Als de koers daar zou komen dan is de markt voorlopig uit de brand want de voorgaande top ligt op 453,3. Tot drie keer toe heeft de beurs geprobeerd de weerstand, die hier blijkbaar in het gebied van 450-453 ligt, te breken. De vraag is of de aanval ditmaal sterk genoeg zal zijn om dat te doen. De kansen zijn er wel degelijk:
– De Bollinger Bands zijn stijgende;
– De koers ligt boven het Bandgemiddelde, het MA20;
– De Lineaire Regressie (middellange termijn), de magenta lijn, is stijgende ook al is dat nog moeilijk te zien;
– De Momentum Analyse daaronder stijgt en divergeert positief;
– De langere Lineaire Regressie Slope (rood) stijgt al geruime tijd. De korte die hem moet kruisen (de groene) ligt er ook al boven en stijgt ook;
– Het MA5 / MA12 samenstel, dat veel in Amerika gebruikt wordt als combinatie om koop/verkoopsignalen te genereren, is stijgende. Hierbij zij aangetekend dat gemiddeldes van nature laat zijn in het geven van signalen, maar daarom gebruiken velen de draaiingen (van dalen naar stijgen bijvoorbeeld) als signaal;
– De Zone Oscillator stijgt.
Al met al concluderen wij uit bovenstaande opsomming dat de markt op korte termijn stijgende is. Het venijn zit in de Zone Oscillator. Hij ligt hoog en ligt dus dicht bij een top. De stijgende Lineaire Regressielijn (de magenta gekleurde), die in de middellange termijn analyse thuishoort, is stijgende en heeft nog veel ruimte. Daarnaast hebben de korte termijn indicatoren (zie bijvoorbeeld de Moman) nog veel ruimte, zodat wij ervan uit durven te gaan, dat de Zone Oscillator nog wel enige tijd zal blijven oscilleren boven zijn cruciale horizontale lijn.
De S&P500 Index op middellange termijn (fig. 2)
Qua koersgedrag is de S&P500 niet de meest renderende index. De Dow Jones Industrial Index spant over de tijd gezien de kroon, maar de S&P500 was wel de laatste, die een nieuw High neerzette. De daarop volgende iets lagere top op 2.116 laten wij centraal in figuur 2 zien. De koers ligt weer boven de lange termijn stijgende trend. De koers ligt ook boven de twee gemiddeldes, waarbij het MA10 boven het MA40 ligt. Dit laatste is in Europa nog niet het geval, zij het dat de kruising daar toch niet ver af meer ligt. Het beeld is dus positief. De Momentum Analyse ziet er wat problematischer uit. Hij stijgt wel maar de laatste top in de koersen werd niet meer geconfirmeerd. Wij tillen daar niet zo erg aan. Men zou ook van een iets groter patroon uit kunnen gaan en de daling uit februari van dit jaar als ijkpunt kunnen nemen. Wat voor deze redenering pleit is dat in de S&P500 nog maar zeer kort geleden als enige index een High neergezet is. De andere indices deden dat toen niet en daarom is er in de andere markten overal sprake van positief divergerende indicatoren.
Maar er is in figuur 2 nog iets te zien. Uitgaande van de top op 2.116 is er een Kop/Schouder patroon in wording te herkennen. Wij hebben dit aangeduid met de neklijn, de horizontale lijn over deze top. Als dit patroon binnenkort zou worden afgemaakt dan is het weliswaar geen evenwichtig K/S patroon, maar het is wel degelijk een valabel patroon. Een koers van 2.116 moet daartoe doorschreden worden. De slotkoers afgelopen vrijdag was 2.036, zodat er nog 80 punten nodig zijn om de zorgen van afgelopen week weer achter ons te krijgen. Als dit al mooi klinkt dan is er nog wel iets anders waar aan voldaan moet worden. De beide gemiddeldes liggen al ver van elkaar. Dat vraagt om herstel, maar een dergelijk herstel kan lang uitblijven. Nodig is een beperking van de normale fluctuaties. Slecht nieuws moet dus uitblijven, maar dat is natuurlijk altijd zo, zult u antwoorden.
De AEX Index op lange termijn (figuur 3)
De grafiek loopt vanaf de top in 2007. De zwarte oplopende lijn rechtsonder in de grafiek bakent de stijgende trend af, die zich vanaf de bodem in 2009 inzette. In 2011 versnelde deze trend zich enigszins maar eind 2015 en in 2016 werd de trend weer opnieuw opgezocht. De slotkoers van afgelopen maand juni bleef boven de oplopende trendlijn. Er is dus eigenlijk niets gebeurd anders dan dat een herstel wat lang uitblijft, want zes maanden geleden al heeft de beurs geprobeerd door de bovenkant van het oplopende trendkanaal te breken (de oplopende groen trendlijn). In de figuur ziet u ook magenta (horizontale) lijnen. Het zijn Fibonacci-lijnen. De eerste dubbele lijn heeft aan de Brexit paniek de steun gegeven, die de daling uiteindelijk beperkt kon doen blijven. Deze steunzone ligt tussen 375 en 422. Maar om een positieve trend in te slaan moet, zoals wij boven zagen het 450-gebied doorschreden worden. Daarna komt nog de oude, recente top van 510. De grens van circa 450 is zonder meer cruciaal, daarna volgt een normale weerstand op 480 en zoals gezegd de top op 510. De Momentum Analyse is nog niet stijgende maar hij divergeert niet negatief. Al met al is het langere termijn beeld dus niet negatief maar er moet nog wel wat gebeuren voordat wij kunnen stellen dat het positief is.
In de vorige editie van de Technische Belegger hebben wij een nog langere termijn laten zien. In dat beeld is in feite niets veranderd. De afgrond blijft nog vlak voor onze voeten liggen en alles wat wij toen gezegd hebben blijft geldig. Dat betekent dat het oppassen blijft geblazen. Onze waarschuwing toen gegeven kan pas worden ingetrokken als de beurs zich voldoende ver van deze diepte verwijderd heeft. Een goede beurs op de korte termijn zal ook positief uitwerken op de lange en zeer lange termijn.
Brexit
De uitslag van het referendum kwam voor iedereen als een donderslag bij heldere hemel. Dat de Britse politiek zelf ook niet had verwacht dat het tot een Brexit zou komen blijkt wel uit het feit dat niemand in de Britse politiek zich heeft afgevraagd wat er nu dan wel moet gebeuren. Uit de EU stappen is een ding, maar wat is dan het alternatief? Engeland zal zelf een keuze moeten maken of zij een positie wil zoals landen als Noorwegen en Zwitserland die hebben, dan wel of de afstand nog groter moet worden en men in de positie van bijvoorbeeld Canada wil komen. Zolang die keuze niet is gemaakt is het zelfs denkbaar dat de Britten na enige tijd zich opnieuw tot de kiezer wenden en dan alsnog kiezen voor een Bremain. De consequentie is vooral voor Engeland zelf buitengewoon negatief. Want de onzekerheid zal nog minstens twee en een half jaar voortduren. En al die tijd zullen met name ondernemingen zich wel drie keer bedenken voor zij in Groot-Brittannië weer zullen investeren. Wie nu een fabriek wil bouwen zal dat liever in de VS of in Europa zelf willen doen dan in Groot-Brittannië. Het investeringspijl in Groot-Brittannië zal dus inzakken en een recessie is dan een logisch gevolg. Of dit ook tot een recessie in de rest van de wereld zal leiden is de vraag. Dat hangt af van de groei van de economie in andere delen van de wereld waaronder continentaal Europa. Als die overeind kan blijven (en die kans is groot), dan zal deze hele discussie vooral een Brits probleem blijven en gaat de rest van de wereld weer op de oude voet door.
Wat is dan het volgende mogelijke probleem op de horizon? Italië. Hier wordt in het najaar gestemd over de voorstellen om het politieke systeem in Italië aan te passen en de huidige hervormingsgezinde premier Renzi heeft zijn lot verbonden aan deze stemming. En dat zou niet zo’n probleem hoeven te zijn ware het niet, dat als Renzi opstapt, verkiezingen onvermijdelijk lijken. En partijen, die Italië uit de EU willen halen, hebben op dit moment een voorsprong in de opiniepeilingen.
De Rente (in €, figuur 4)
Het effectieve rendement op leningen van de Nederlandse Staat met een gemiddelde looptijd van 10 jaar kwam afgelopen week op het nooit gedachte niveau van 0,06%. En het einde is nog niet in zicht. In figuur 4 staat een weekgrafiek en deze laat weinig positiefs zien tenminste als men een stijging als positief wil betitelen (en dat doen wij). De indicatoren, waarvan wij hier de Momentum Analyse tonen zijn allemaal dalende. Er wordt niet negatief gedivergeerd. Hoe lang deze ellende nog moet voortduren is onbekend. De Centrale Banken schijnen nog maar één ding in hun portefeuille te hebben en dat is geld pompen. De regeringen zijn helaas nog niet bereid om grote infrastructurele of andere investeringen te doen en dus zal het nog wel een tijdje voorduren, dat (in ieder geval een gedeelte van) Nederland nog op de blaren moet zitten. Technisch gezien is er echter één lichtpuntje. De onderkant van het dalende kanaal werd bereikt. Er is dus een mogelijkheid dat dit steun biedt, maar voor de rest zijn er voor een herstel geen aanwijzingen.
De US$ versus € (figuur 5)
De dollar heeft even geprobeerd van de Brexit te profiteren, maar het heeft niet lang geduurd. Hij slaagde er niet in zijn MA40 op de weekgrafiek te doorbreken. Maar in dezelfde weekgrafiek (in figuur 5) kan men zien dat de Momentum Analyse nog aan het stijgen is. Op de daggrafiek (hier niet getoond) daalt hij al. Gezien het weekplaatje kan men niet stellen dat de dollar toe is aan een voortzetting van de daling. Maar wij geloven niet in een verdere stijging als wij naar het beeld op de maandgrafiek kijken (hier niet getoond). Op de maandgrafiek liggen de twee gemiddeldes (MA40 en MA10) zover van elkaar dat een terugkeer naar de koersen niet kan uitblijven en zoiets geschiedt toch meestal door een daling. Bovendien wordt de kans op een verder stijging van de korte rente in de VS, nog dit jaar, door marktpartijen inmiddels als op bijna nihil ingeschat. Het renteverschil met de €-zone zal daarom niet groter worden en dat is gunstig voor de €. Wij zijn dus niet optimistisch ten aanzien van de dollar.
De prijs van een vat Brentolie (figuur 6)
De olieprijs dacht ook mee te moeten doen in de teleurstelling, die veroorzaakt werd door de Brexit maar dat bleek een misvatting. Toch kan men er niet van uitgaan, dat de prijs van een vat Bentolie werkelijk gaat stijgen. De grafieken (zie figuur 6) wijzen op een daling en fundamentele redenen wijzen op een stijging van de aanvoer. De veroorzaker van alle ellende voor de olieproducenten was de schalie productie in de VS. Door de prijsdaling verminderde het aantal putten met meer dan de helft, maar men ziet dat het aantal putten nu weer aan het stijgen is. Dit fenomeen zal toenemen als de prijs verder stijgt, en meer putten betekent meer olie. Er lijkt dus een evenwicht te ontstaan rondom US$52 voor een vat Brentolie waarbij US$54 door de technische analyse wordt aangemerkt als een hoogste prijs. In fundamentele rapporten wordt al langere tijd uitgegaan van evenwichtsprijzen, die liggen tussen US$50 en US$60 per vat met uitslagen tot buiten deze grenzen. Dat past keurig in het technische beeld.
De prijs van een “ounce” goud (figuur 7)
Het goud profiteerde van de Brexit en dat gebeurde toen de grafieken lieten zien dat het goud rijp was voor een actie. Maar Brexit sloeg hard in en in de weekgrafiek ging de Momentum Analyse weer omhoog. Ook in de daggrafiek geschiedde dat. Zoals men ziet in figuur 7 is er nog veel ruimte, maar dat is bedrieglijk. De twee gemiddeldes liggen ver van elkaar en de koersen liggen ook zover van het bovenste gemiddelde, het MA10, dat het onafwendbaar is dat er een reactie komt. Als wij naar het patroon in figuur 7 kijken dan denken wij dat het niveau van US$1.390 vooralsnog het uiterst haalbare is.
Beleggen bij Vladeracken
De enorme volatiliteit in de markten heeft het rendement in onze portefeuilles geen goed gedaan. In een aantal modellen, waaronder met name de Fund Selector, de Wereld Selector en in onze defensieve portefeuilles hebben wij tijdig posities in goud ingenomen. Vooral bij de Fund Selector heeft dit ertoe geleid dat het rendement voor 2016 in dit model voor het eerst dit jaar positief is geworden. Maar in de andere portefeuilles daalden de koersen van de overige aandelen harder en kon daarmee het rendement nog niet worden verbeterd. Dat gaat wel komen, want wij zijn helemaal niet negatief voor wat de aandelenportefeuilles aangaat. Maar er wordt zo langzaam maar zeker wel erg veel geduld gevraagd van beleggers en dus ook van onze klanten.
Obligatiebeleggingen
Veel problematischer zijn onze obligatieportefeuilles. Jarenlang heeft ons beleggingsbeleid in obligaties en de keuze om dat in individuele obligaties te doen uitstekend uitgepakt. In de loop van de jaren hebben wij meer dan 30 verschillende bedrijfsobligaties aangekocht voor cliënten, veelal met relatief hoge couponrentes, die keurig elke keer weer werden afgelost. Nog eind vorig jaar werden een hele reeks obligaties van Air Berlin afgelost, die een rente hebben uitbetaald van 8,25%. Steeds hielden wij er rekening mee dat zo nu en dan één lening in een portefeuille van 10 verschillende obligaties in de problemen zou komen. Op korte termijn zou dat dan het rendement van de gehele portefeuille aan kunnen tasten, maar op langere termijn zou dat voor een bovengemiddeld rendement zorgen. Waar wij echter geen rekening mee gehouden hebben is dat alle problemen tegelijkertijd zouden voorkomen. En dat is dit jaar het geval. Waar normaal gesproken aandelen en obligaties elkaar qua risico compenseren en waar normaal gesproken eersteklas obligaties en bedrijfsobligaties ook voor een evenwicht aan die kant van het spectrum zouden zorgen, is in de eerste helft van 2016 zo ongeveer alles tegelijkertijd de verkeerde kant op gegaan. Aandelenkoersen daalden en dan met name de koersen van kleinere en midkap aandelen. Eerste klas obligaties kennen inmiddels een negatief rendement en kosten dus niet alleen nu al geld, maar lopen ook nog het risico dat als de rente gaat stijgen, deze obligaties ook nog eens een flinke koersdaling kunnen ondergaan. Wij blijven dus bewust buiten die categorie.
Maar tot overmaat van ramp hebben wij drie bedrijfsobligaties in de portefeuilles van onze cliënten, waarvan de koers fors is gedaald. Begin dit jaar kwam German Pellets al in de problemen en was de koers van de Rickmers-obligaties eveneens al flink gedaald. Maar eind mei en in juni kwam daar ook nog eens KTG Agrar bij. Je kunt je afvragen of dit niet moet betekenen dat de keuze voor 10 titels in een portefeuille een te beperkte keuze is, waardoor de risico’s niet voldoende gespreid worden. Wij denken van niet. Jarenlang is dit juist een hele goede spreiding van risico’s gebleken. Veel meer kan gesteld worden dat wij de consequenties van de almaar dalende rente en de politiek van de ECB hebben onderschat. Want waar voorheen eersteklas obligaties nog een rentecompensatie boden voor koersverliezen op andere obligaties is de rente daar nu negatief.
Ten aanzien van deze drie obligaties rest ons voorlopig niets anders dan de ontwikkelingen bij de betreffende bedrijven nauwgezet te volgen u op de hoogte houden.
German Pellets
Hier zal in de komende maanden weinig nieuws te verwachten zijn. Crediteuren, waaronder de obligatiehouders zijn zich aan het organiseren. Wij hebben ons daartoe aangesloten bij het SdK (www.SdK.org). Ondertussen is de curator bezig om te bezien hoe de onderneming het beste te gelde gemaakt kan worden. Naar verwachting zal begin oktober een voorstel gedaan worden aan de crediteuren en de obligatiehouders. Onze obligatie noteert intussen 1% van de hoofdsom en bouwt geen rente meer op. Meer dan er nu op is verloren kan in feite niet en dus is de beste strategie om te wachten op de resultaten van de onderhandelingen van en met de curatoren. Als daar nieuws uit komt zullen wij u dat uiteraard laten weten.
Rickmers
Hier is nog het beste nieuws over te vertellen. Het bedrijf heeft per 11 juli keurig de rente van 8,875% op de obligatie, die wij voor onze cliënten in portefeuille houden betaald. Ook hier wordt achter de schermen flink onderhandeld, maar voorlopig ligt het bedrijf keurig op schema met deze onderhandelingen en bestaat er, nu de rente is betaald, geen acuut liquiditeitsgevaar. Deze lening moet pas in 2018 worden afgelost en er is dus nog genoeg tijd voor een positieve afwikkeling. De koers is in de voorbije maand zelfs, zij het weinig, opgelopen. Maar met 40,5% kan nog altijd niet over een fatsoenlijk herstel gesproken worden.
KTG Agrar
Al in ons vorige maandbericht hebben wij u laten weten dat hier wel een probleem is ontstaan. Het bedrijf heeft de couponbetaling per 6 juni opgeschort. Formeel is het zo dat een couponbetaling maximaal 30 dagen mag worden uitgesteld zonder dat dit direct tot een faillissementsprocedure hoeft te leiden. In die periode kan de onderneming ook nog bescherming tegen haar crediteuren aanvragen. German Pellets heeft dat begin dit jaar gedaan. KTG Agrar kan dit ook nog doen, maar dat moet dan wel in de komende dagen gebeuren. Wij gaan er dan ook vanuit dat begin komende week meer nieuws te verwachten is. Of de coupon wordt alsnog uitbetaald, of het bedrijf vraagt bescherming tegen haar schuldeisers aan onder de Duitse wet (dit is een procedure zoals de Chapter 11-procedure in de VS). Dit leidt lang niet altijd tot een feitelijk faillissement, maar het zorgt wel voor een relatief langdurige fase van onzekerheid.
Sinds 6 juni heeft het bedrijf verschillende persberichten uit doen gaan. Maar steeds wordt daarin gewag gemaakt van de ophanden zijnde oogstfase, die circa € 60 miljoen aan directe inkomsten moet genereren. Het bedrijf heeft een zeer groot landbouwareaal in Oost-Europa (meer dan 46.000 hectare), waarop gewassen zijn geplant en gezaaid die inmiddels geoogst worden.
Het probleem is natuurlijk dat er daarna weer geld nodig zal zijn voor het inzaaien van wintergewassen. Het bedrijf heeft daarom de “sale-and-lease-back” van dit landbouwareaal georganiseerd met als doel om de obligaties, die wij voor onze cliënten in portefeuille hebben, te kunnen aflossen en de rente op deze obligatie te kunnen betalen. Naar verluidt is er al een koper gevonden en is ook de financieringskracht van deze koper vastgesteld. KTG Agrar gaf aan zich verslikt te hebben in de tijd, die nodig is voor het verkrijgen van lokale goedkeuringen voor deze transactie van gemeenten en provincies waar deze landbouwgrond ligt. Dat is vooral buitengewoon knullig en is een teken van zwak en onvoldoende georganiseerd management, maar aan dit probleem valt door obligatiehouders weinig te doen. Natuurlijk kunnen zij het bedrijf uitstel van betalingsplicht verlenen, maar daar moet de onderneming juridisch wel eerst zelf om vragen en dat is nog niet gebeurd.
Obligatiemarkten stemmen altijd met hun voeten, en dus is ook de koers van deze obligatie in korte tijd gedaald tot minder dan 10% van de hoofdsom. Voor onze portefeuilles, althans voor zover daar obligaties in worden aangehouden, betekent dit doorgaans een rendementverlies van 5%. Dat is op termijn wel overbrugbaar, maar op korte termijn wordt wel eerst dat verlies getoond.
Conclusies en verwachtingen
Wat de opbrengst van de German Pellets-obligaties gaat worden is onduidelijk, dat hangt van de opbrengst van de verkoop van de onderneming af. In het geval van KTG Agrar wordt komende week een spannende omdat het niet uitbetalen van de coupon op onze obligatie tot een situatie van default kan leiden en dat al in de komende dagen. Het probleem voor Rickmers is minder acuut en zou zich zomaar in de komende maanden weer keurig kunnen herstellen. Hier heeft in ieder geval opnieuw een rentebetaling plaatsgevonden, dat geld kan niet meer verloren raken.
Tabel 1 Resultaten vermogensbeheer Vladeracken BV *
| Risico profiel | Methode | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 t/m 01-07 | Doel per jaar |
| Zeer defensief | Stamrechtportefeuilles | 7,8 % | 4,0 % | 0,4 % | 2,9 % | -/- 12,1 % | 4 % |
| Defensief | Obligatieportefeuille | 7,9 % | 3,2 % | 0,8 % | 3,7 % | -/- 20,5 % | 4 % |
| Matig | Mix aandelen / obl. | 11,6 % | 6,5 % | -/- 0,9 % | 16,2 % | -/- 8,2 % | 6 % |
| Matig / fondsen | Fund Selector | -/- 1,1 % | 6,6 % | 3,6 % | -/- 1,5 % | 0,4 % | 6 % |
| Normaal aandelen | PRIJS<Waarde | 8,8 % | 10,8 % | -/- 16,0 % | 23,2 % | -/- 14,4 % | 8 % |
| Actief aandelen | Amsterdam Selector | 3,5 % | 15,3 % | -/- 2,8 % | 27,3 % | -/- 13,2 % | 8 % |
| Wereld Selector | 16,0 % | 47,7 % | -/- 4,4 % | 22,9 % | -/- 10,4 % | 8 % | |
| Benchmark | AEX Index | 9,8 % | 17,2 % | 5,6 % | 4,1 % | -/- 1,5 % | |
| EuroStoxx 50 | 13,8 % | 17,9 % | 1,2 % | 3,9 % | -/- 11,8 % |
* Het gaat hierom het netto behaalde rendement, ná alle kosten van de beheerder. Voor oudere cijfers verwijzen wij u naar onze website.
Meer informatie over vrijwel alle effectentransacties, welke wij in de portefeuilles van onze cliënten hebben uitgevoerd en andere beleggingsoverwegingen, welke uit onze dagelijkse analyses voortvloeien, treft u aan op onze website, www.vladeracken.nl. De volgende uitgave van de Technische Belegger verschijnt op maandag 1 augustus 2016.
Den Haag, 4 juli 2016
Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken Vermogensbeheer
Disclaimer
De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie conform bovenstaande ideeën belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand.










